ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ7740
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende tekortkomingen niet gerechtvaardigd
De werknemer werd op 24 oktober 2007 op staande voet ontslagen door de werkgever wegens vermeende onvoldoende klantenbezoeken en het tijdens werktijd bezig zijn met activiteiten voor het ICT-bedrijf van zijn echtgenote. De werkgever stelde dat de werknemer grove plichtenverontachtzaming had gepleegd, terwijl de werknemer dit betwistte.
De kantonrechter stelde voorop dat een ontslag op staande voet niet lichtvaardig mag worden toegepast en dat de werkgever de bewijslast draagt voor de dringende reden. Uit de stukken bleek dat de vermeende afspraken over klantenbezoeken niet schriftelijk waren vastgelegd en dat de werkgever geen adequaat verbetertraject had ingezet. Ook de sms-berichten gaven geen overtuigend bewijs dat de werknemer zich onder werktijd met andere bedrijfsactiviteiten bezighield.
De kantonrechter concludeerde dat de aangevoerde redenen onvoldoende waren om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Het beroep van de werknemer op vernietiging van het ontslag was terecht. De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon over de periode 1 oktober tot 24 december 2007, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 50%, en tot betaling van proceskosten.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen omdat deze door de werkgever was weersproken en niet nader onderbouwd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en proceskosten.