ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ4798
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Bergmans
- Rechtspraak.nl
Woonboot kwalificatie als onroerende zaak en huurbescherming in kort geding
In deze zaak vordert eiser in kort geding dat gedaagden, zijn ouders en huurders van een woonboot, deze uiterlijk 1 oktober 2009 verlaten en ontruimen. Eiser stelt dat de woonboot geen onroerende zaak is en dat huurbescherming daarom niet geldt, zodat hij de huur kan beëindigen en de ontruiming kan afdwingen. Hij beroept zich op zijn financiële problemen en de wens de woonboot te verkopen om schulden af te lossen.
Gedaagden betwisten het spoedeisend belang en voeren aan dat de woonboot als onroerende zaak moet worden aangemerkt en dat zij huurbescherming genieten. De voorzieningenrechter overweegt dat de woonboot duurzaam ter plaatse is gelegen, met kenmerken als een tuin, terras, aansluiting op nutsvoorzieningen en een vaste koppeling aan de kade. De mogelijkheid om de boot los te koppelen en te varen is onvoldoende om deze als roerend te kwalificeren.
Op grond van het Portacabin-arrest van de Hoge Raad wordt geoordeeld dat de woonboot onroerend is in de zin van artikel 3:3 BW Pro en daarmee als woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW Pro geldt. Hierdoor is de huurbescherming van toepassing. Gelet op de betwisting van de financiële situatie van eiser en het voorspoedig verloop van de bodemprocedure, is het spoedeisend belang niet aannemelijk gemaakt. De vordering wordt daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter benadrukt de familierelatie en het goede contact tussen partijen en spreekt de hoop uit dat zij tot een minnelijke regeling komen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woonboot wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en toepassing van huurbescherming.