ECLI:NL:RBMAA:2009:BH7980
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurgeschil bedrijfsafhankelijke bovenwoning en caféruimte met schadevergoeding
In deze zaak stond een huurgeschil centraal tussen verhuurder en exploitant van een café met een bovenwoning. De verhuurder verhuurde de bedrijfsruimte aan een brouwerij, die deze weer onderverhuurde aan de exploitant. De bovenwoning werd rechtstreeks aan de exploitant verhuurd. De exploitant wilde onder meer afdwingen dat de huurovereenkomst schriftelijk werd vastgelegd en vorderde vergoeding voor gemaakte kosten aan de woning en schade door een gebroken draagbalk.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de huurovereenkomst schriftelijk aan te gaan. Verder werd vastgesteld dat de bovenwoning een bedrijfsafhankelijke woning is, omdat deze via een inwendig trappenhuis met het café verbonden is en economisch en functioneel samenhangt met de bedrijfsruimte.
De vorderingen van de exploitant tot vergoeding van kosten voor renovatie werden afgewezen, omdat geen sprake was van verzuim van de verhuurder. De schade aan de draagbalk door het waterbed werd echter toegerekend aan de exploitant, die onvoldoende voorzorgsmaatregelen had genomen. De huurachterstand werd toegewezen. De exploitant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bovenwoning bedrijfsafhankelijk en wijst de huurachterstand en schadevergoeding toe, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.