ECLI:NL:RBMAA:2008:BG6330
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- J.N.F. Sleddens
- A.W.C.M. Frings
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning uitbreiding woning als bijgebouw
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een bouwvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht voor de verbouwing/uitbreiding van een woonhuis. De kern van het geschil is of de uitbreiding als een bijgebouw kan worden aangemerkt of als uitbreiding van het hoofdgebouw, hetgeen niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de definitie van bijgebouw in de planvoorschriften leidend is. De vergunde uitbreiding is architectonisch ondergeschikt aan het hoofdgebouw, bestaat uit één bouwlaag tegenover twee bouwlagen van het hoofdgebouw, en is aan het hoofdgebouw vastgebouwd. Hierdoor kwalificeert de uitbreiding als een bijgebouw. Tevens is vastgesteld dat het bouwplan niet in strijd is met de maximale toegestane diepte van 20 meter voor de hoofdbouwmassa.
Verzoeker heeft aangevoerd dat de vergunning onterecht is verleend vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan en verwijst naar eerdere jurisprudentie en een brochure. Deze argumenten zijn door de voorzieningenrechter verworpen omdat zij niet van toepassing zijn op de onderhavige situatie en het plan voldoet aan de limitatief genoemde weigeringsgronden in artikel 44 van Pro de Woningwet.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat geen sprake is van een onevenredig nadeel voor verzoeker dat met een voorlopige voorziening voorkomen moet worden. Het bezwaarschrift van verzoeker zal naar verwachting ongegrond worden verklaard, en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen omdat de uitbreiding als bijgebouw kwalificeert en niet in strijd is met het bestemmingsplan.