ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8785
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek werkgever wegens onvoldoende dringende reden bij vermeende diefstal werknemer
Albert Heijn verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens diefstal, nadat zij op staande voet was ontslagen wegens het wegzetten van bloemen zonder betaling. De werknemer, cognitief beperkt en sinds lange tijd in dienst, werd door de supermarktmanager op het einde van haar werkdag aangesproken. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer de winkel nog niet had verlaten en dat het incident als eenmalig moest worden beschouwd.
De kantonrechter oordeelde dat de supermarktmanager de werknemer eerder en met meer begrip had moeten aanspreken, rekening houdend met haar beperkingen. Er was geen sprake van opzet tot diefstal en het ontslag op staande voet was daarom niet gerechtvaardigd. Ook een vertrouwensbreuk was niet aannemelijk.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, haar lange dienstverband en het ontbreken van eerdere incidenten, vond de kantonrechter dat een tweede kans op zijn plaats was. Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en Albert Heijn werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van een dringende reden.