ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8022
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot heroverweging en tussentijds appel in civiele procedure over recht om te antwoorden
In deze civiele procedure tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Maastricht bij vonnis van 30 januari 2008 het recht van gedaagde om te antwoorden vervallen verklaard, nadat gedaagde niet tijdig een conclusie van antwoord had genomen en haar incidentele vorderingen waren afgewezen.
Gedaagde verzocht vervolgens bij brief van 6 februari 2008 om heroverweging van deze rolbeschikking en om alsnog een termijn te krijgen om te antwoorden. Subsidiair werd verzocht om tussentijds appel toe te staan tegen het vonnis van 30 januari 2008, en daarnaast om schorsing van de procedure, pleidooi en uitstel van vonnis.
De rechtbank oordeelt dat het verval van het recht om te antwoorden een wettelijke consequentie is van het niet tijdig concluderen en dat er geen sprake is van een kennelijke schrijffout die herstel toelaat. Het verzoek tot heroverweging wordt daarom afgewezen. Ook het verzoek om tussentijds appel wordt afgewezen omdat het vonnis een tussenvonnis betreft zonder expliciete appeltoestemming. Verzoeken tot schorsing, pleidooi en uitstel van vonnis worden eveneens afgewezen. De zaak wordt verwezen naar de rol van 9 april 2008 voor vonnis.
Uitkomst: Verzoeken tot heroverweging, tussentijds appel, schorsing, pleidooi en uitstel van vonnis worden afgewezen; zaak verwezen naar rol van 9 april 2008 voor vonnis.