ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5382
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.A.J. Broekman
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van CAO bepalingen bij arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
De eiser trad op 20 december 2003 in dienst bij de vennootschap onder firma met een afgesproken uurloon en een vermoedelijke arbeidsomvang van 32 uur per maand. De CAO voor het horeca- en aanverwante bedrijf 2003/2004 was van toepassing. Vanaf 17 november 2004 werd de eiser niet meer tot zijn werk toegelaten en ontving hij geen loon, ondanks zijn aanbod om te werken.
De eiser stelde dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was, omdat geen schriftelijke arbeidsovereenkomst was gesloten, zoals vereist in de CAO. De werkgever stelde dat een jaarcontract was aangeboden maar niet ondertekend, en dat het contract niet verlengd zou worden.
De rechtbank oordeelde dat de bepalingen van de CAO, met name artikel 3 lid Pro 2, bepalen dat bij het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt. De mondeling overeengekomen bepaalde duur kan nietig zijn. Daarom is de arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd en moet de werkgever het salaris na 19 december 2004 doorbetalen.
De vordering van de eiser werd toegekend, met een billijke beperking van de wettelijke verhoging tot 15%. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris, vakantietoeslag, wettelijke verhoging en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag en proceskosten wegens ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst.