ECLI:NL:RBMAA:2005:AS5440
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslaglegging op langdurigheidstoeslag ondanks bezwaar eiseres
Eiseres diende op 15 april 2004 een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder kende de toeslag toe met ingang van 1 januari 2004, maar legde beslag op de uitkering, waardoor de betaling aan de beslaglegger plaatsvond. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslaglegging en stelde dat zij geen inkomen kan aanvullen door werken vanwege haar handicap en dat er geen beschikking was over terugvordering tot aan de beslagvrije voet.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar ongegrond was omdat de beslaglegging op de toeslag volgens de WWB toegestaan is en dat het beslag niet onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat de langdurigheidstoeslag niet valt onder bijzondere bijstand, maar een aparte inkomensondersteunende maatregel is waarop beslag kan worden gelegd. Het beroep tegen de terugvordering was niet-ontvankelijk omdat deze onherroepelijk was vastgesteld door een eerdere kantonrechterlijke beschikking.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht en op goede gronden beslag had gelegd en de toeslag aan de beslaglegger uitbetaald werd. Er was geen strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beslag op de langdurigheidstoeslag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.