ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ6589
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- R.E. Bakker
- M.J.G.E. Wolters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens verblijfstitel en recht op voortgezette toelating
Eiseres kreeg bij besluit van 19 maart 2004 te horen dat haar bijstandsuitkering met ingang van 10 juli 2002 werd ingetrokken omdat zij niet over een geldige verblijfstitel zou beschikken. Tevens werd de woonkostentoeslag ingetrokken. Verweerder vorderde later de verleende bijstand terug over de periode van 10 juli 2002 tot en met 31 december 2003.
Eiseres had op 4 oktober 2001 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ontvangen en op 4 juni 2002 een aanvraag om voortgezet verblijf ingediend. De rechtbank oordeelt dat deze aanvraag als een aanvraag om voortgezette toelating moet worden aangemerkt, waardoor eiseres recht had op bijstand zolang op die aanvraag niet onherroepelijk was beslist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door geen nader onderzoek te doen naar de verblijfstatus en dat het besluit tot intrekking van de bijstand daarom niet kan blijven bestaan. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten aan eiseres toegekend.
Omdat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak doet in de hoofdzaak, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.