ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8915
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W. Oosterman
- H.J.O. Martens
- T.E.A. Willemsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvang wachttijd van één jaar voor verzekering ZFW na WW-uitkering
Eiser was aangesloten bij een collectieve particuliere ziektekostenverzekering en werd ziek op 14 februari 2001. Zijn arbeidsovereenkomst werd op 15 augustus 2001 ontbonden waarna hij een Ziektewet-uitkering ontving. Vanaf 13 februari 2002 ontving hij een WW-uitkering. Eiser verzocht om met terugwerkende kracht vanaf 15 september 2002 als verzekerd te worden beschouwd onder de ZFW, maar dit werd door verweerder afgewezen.
De kern van het geschil betrof het moment waarop de wachttijd van één jaar, zoals genoemd in artikel 3 eerste Pro lid onderdeel a 1e van de ZFW, aanvangt. Eiser stelde dat dit moment viel op de datum van werkloosheid (15 augustus 2001), terwijl verweerder stelde dat dit moment pas aanvangt bij het daadwerkelijk ontvangen van de WW-uitkering (13 februari 2002).
De rechtbank overwoog dat de verzekering onder de ZFW gedurende het eerste jaar wordt beoordeeld naar de verzekeringssituatie op de dag voorafgaand aan het moment waarop artikel 3 eerste Pro lid onderdeel a 1e van toepassing wordt. Omdat eiser op de dag voorafgaand aan 13 februari 2002 niet verzekerd was op grond van de ZFW, begint de wachttijd van één jaar op 13 februari 2002. De rechtbank vond de motivering van verweerder voldoende en oordeelde dat het bestreden besluit niet in strijd was met enige geschreven of ongeschreven rechtsregel, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De wachttijd van één jaar voor verzekering onder de ZFW begint bij het daadwerkelijk ontvangen van de WW-uitkering op 13 februari 2002, niet bij het moment van werkloosheid.