ECLI:NL:RBMAA:2003:AH8736
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Douffet-Evertz
- Rechtspraak.nl
Nietigheid ontslag statutair directeur wegens strijd met vennootschapsrechtelijke normen
Eiser, die sinds 1 maart 2001 statutair directeur was bij gedaagde BV, werd kort na zijn benoeming ontslagen wegens vermeende tekortkomingen in zijn functioneren. Eiser stelde dat het ontslagbesluit nietig was wegens strijd met artikel 2:14 BW Pro in samenhang met artikel 7:670 lid 1 BW Pro en dat het ontslag onredelijk was. Tevens voerde hij aan dat het ontslag in strijd was met het opzegverbod tijdens ziekte.
De rechtbank onderscheidde de vennootschapsrechtelijke positie van de bestuurder van diens arbeidsrechtelijke positie. Zij oordeelde dat de toetsing van het ontslagbesluit aan artikel 2:14 BW Pro beperkt is tot de vennootschapsrechtelijke aspecten en dat arbeidsrechtelijke bepalingen zoals het opzegverbod tijdens ziekte niet tot nietigheid van het vennootschapsrechtelijke ontslagbesluit leiden.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser de vennootschapsrechtelijke toetsing had gekozen en dat de arbeidsrechtelijke toetsing niet aan de orde was. De vordering tot nietigverklaring van het ontslagbesluit en tot werkhervatting werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van de statutair directeur is niet nietig en de vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.