ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6829
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging namens onder bewind gestelde broer
Eiser diende namens zijn broer, die onder voorlopig bewind staat, een bezwaarschrift in tegen een besluit van de Staatssecretaris van Defensie. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen schriftelijke machtiging overlegd had conform artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De broer was sinds 14 december 2000 onder voorlopig bewind gesteld door een Belgische rechter, waardoor hij in Nederland rechtsgeldig alleen vertegenwoordigd kon worden door zijn bewindvoerder. De door de broer in 1970 aan eiser verleende machtiging was onvoldoende omdat deze was afgegeven voordat de broer onder bewind werd gesteld.
Eiser kreeg meerdere kansen om alsnog een geldige machtiging te overleggen, maar heeft dit niet gedaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige schriftelijke machtiging namens de onder bewind gestelde broer.