ECLI:NL:CRVB:2005:AT8227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en vertegenwoordiging bij vergoeding medische kosten militair dienstongeval
Appellant, die in 1964 een dienstongeval opliep met blijvend psychisch letsel, werd vertegenwoordigd door zijn broer die daartoe in 1970 een machtiging had gekregen. Na opname van appellant in een psychiatrisch centrum en benoeming van een voorlopig bewindvoerder in België, weigerde de Nederlandse Staatssecretaris van Defensie vergoeding van medische kosten op grond van een recente machtiging. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond en de Raad stelt vast dat de rechtbank niet bevoegd was.
De Raad oordeelt dat de militaire kamer van de rechtbank ’s-Gravenhage bevoegd is omdat het besluit de rechtspositie van een gewezen militair betreft. Tevens concludeert de Raad dat de machtiging uit 1970 voldoende was om namens appellant op te treden, ondanks de benoeming van een voorlopige bewindvoerder die niet over een bijzondere machtiging beschikte.
Daarom wordt het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Gedaagde moet een nieuw besluit nemen. De Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen, waarbij de machtiging uit 1970 wordt erkend.