ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5839
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ernes
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid aannemer voor loonheffing onderaannemer bij faillissement
In deze civiele procedure vordert de Belastingdienst dat Tricotop B.V. hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de loonheffing die Mode 2000 aan de Belastingdienst verschuldigd is. Mode 2000 heeft in de periode 1998-1999 werkzaamheden verricht voor Tricotop, waarbij Tricotop als aannemer en Mode 2000 als onderaannemer fungeerde. Mode 2000 is failliet verklaard en heeft de naheffingsaanslag niet voldaan.
De Belastingdienst baseert haar vordering op de artikelen 34 en 35 van de Invorderingswet 1990 en de Wet financiering volksverzekeringen, die hoofdelijke aansprakelijkheid van de aannemer regelen voor loonheffing van de onderaannemer. Tricotop betwist haar aansprakelijkheid en voert aan dat deze wettelijke bepalingen in strijd zijn met diverse bepalingen uit het EG-Verdrag, het EVRM, de Grondwet en het IVBPR, en dat de fiscus onzorgvuldig heeft gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat de wetgeving niet in strijd is met het EG-Verdrag, het EVRM of de Grondwet en dat de aansprakelijkstelling terecht is. De stelling dat de fiscus onzorgvuldig heeft gehandeld faalt omdat de fiscus niet verplicht is tot uitgebreid onderzoek en de verantwoordelijkheid bij Tricotop blijft liggen. De rechtbank veroordeelt Tricotop tot betaling van het bedrag van ƒ 405.135,- (€ 183.842,25) met invorderingsrente vanaf 19 november 2001 en in de proceskosten.
Uitkomst: Tricotop B.V. is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffing van Mode 2000 en wordt veroordeeld tot betaling van ƒ 405.135,- met invorderingsrente en proceskosten.