ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4357
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot tenuitvoerlegging in Nederland van Belgische interneringsmaatregel wegens doodslag met ernstige geestesstoornis
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek tot tenuitvoerlegging van een Belgische interneringsmaatregel tegen een Nederlandse man die zijn echtgenote opzettelijk heeft gedood in februari 2000. De Belgische rechter had vastgesteld dat de man op het moment van het delict in een ernstige geestesstoornis verkeerde, waardoor hij niet in staat was zijn daden te controleren. Deze maatregel werd bevestigd door het Hof van Beroep te Brussel.
De rechtbank beoordeelde de toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Overeenkomst van Schengen. Er werd vastgesteld dat aan alle voorwaarden was voldaan, waaronder de gelijkwaardigheid van het strafbare feit in Nederland en België, en dat geen sprake was van ne bis in idem.
De rechtbank besloot de interneringsmaatregel om te zetten in een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, mede op advies van deskundigen die een ernstige persoonlijkheidsstoornis en een hoog recidiverisico constateerden. De maatregel werd als passend en noodzakelijk beschouwd ter bescherming van de maatschappij. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2003 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging in Nederland van de Belgische interneringsmaatregel, omgezet in terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.