ECLI:NL:RBMAA:2000:AA9587
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.E. Bakker
- C.A.M. Kavelaars
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over terugvordering bijstand na toekenning WAO-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de verrekening van een aan hem toegekende WAO-uitkering met de eerder ontvangen bijstand over de periode van 26 december 1997 tot 1 mei 1998. Verweerder had de bijstand teruggevorderd en deze verrekening uitgevoerd zonder voorafgaand een terugvorderingsbesluit aan eiser kenbaar te maken.
Eiser stelde dat het besluit van 21 december 1998, waarin verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de brief waarop het bezwaar was gebaseerd weliswaar geen formeel besluit was, maar dat eiser redelijkerwijs mocht aannemen dat er al een terugvorderingsbesluit was genomen, mede omdat de verrekening feitelijk al had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk omdat verweerder alsnog op het bezwaar had beslist. Het besluit van 21 december 1998 werd vernietigd omdat het onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit van 24 maart 1999 werd ongegrond verklaard, omdat de rechtbank geen fouten in de hoogte van het terug te vorderen bedrag vond.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De rechtbank benadrukte het belang van het rechtszekerheidsbeginsel en dat een terugvorderingsbesluit aan eiser kenbaar moet worden gemaakt voordat tot verrekening wordt overgegaan.
Uitkomst: Het beroep tegen niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard, het besluit van 21 december 1998 vernietigd en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit afgewezen.