De burgemeester van Venray heeft op 13 november 2025 besloten de woning van verzoeker te sluiten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs en druggerelateerde attributen in de woning. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten tijdens de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker bij terugkeer naar Nederland geen verblijfplaats heeft en gegronde redenen heeft om terug te keren. De sluiting is een herstelsanctie gericht op het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling, en is gezien de ernst van de overtreding een geschikt en noodzakelijk middel.
Verzoeker stelde dat de overtreding feitelijk was beëindigd en dat de sluiting onevenredig is vanwege zijn afwezigheid, financiële situatie en studieverplichtingen. De voorzieningenrechter acht verzoeker verminderd verwijtbaar, maar vindt dat dit onvoldoende is om de sluiting onevenredig te achten. Ook is onvoldoende aangetoond dat de sluiting onomkeerbare of onevenredige gevolgen heeft.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker kan de burgemeester verzoeken de sluiting tussentijds op te heffen en kan tegen de definitieve beslissing op bezwaar beroep instellen bij de rechtbank.