Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
de minister van Infrastructuur en Waterstaat
Samenvatting
.De minister kan daarom niet overgaan tot handhaving. Eisers krijgen dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Runway End Safety Areas(RESA’s), zijn gericht op de situatie waarin een vliegtuig de landingsbaan onverhoopt niet haalt en de veiligheid in die situatie. Dat staat los van het gevaar dat wordt veroorzaakt door de wakevortexturbulentie van overvliegend zwaar vrachtverkeer waar het handhavingsverzoek op ziet.
de wijze van deelname aan het luchtverkeer. Dat men zich bij de schadeveroorzakende vluchten aan alle (andere) geldende regels rondom het vliegverkeer en de vliegveiligheid heeft gehouden is daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet doorslaggevend. Daarmee is namelijk niet uitgesloten dat men door de wijze van deelname aan het vluchtverkeer wakevortexturbulentie en daarmee gevaar veroorzaakt. Dit moet zelfstandig beoordeeld worden.
wijze van deelname aan het luchtverkeer.Naast de locatie van eisers woning ten opzichte van de landingsbaan gaat het hierbij onder meer om de aanvliegroute, het type landing, de dalingshoek en daarmee hoogte van vliegtuigen nabij de luchthaven. Een deelnemer aan het luchtverkeer heeft geen of uiterst beperkte invloed op deze omstandigheden. De luchthaven(exploitant) heeft die invloed wellicht wel maar neemt zelf niet deel aan het luchtverkeer en levert geen luchtverkeersleidingsdiensten. Artikel 5.3 van de Wlv richt zich daarom niet tot luchthavenexploitanten. Dit blijkt ook uit het feit dat artikel 5.3 van de Wlv in het hoofdstuk van de Wlv staat dat specifiek ziet op het luchtverkeer en niet in het hoofdstuk dat specifiek ziet op luchthavens.
wijze van deelnameaan het luchtverkeer is die de wakevortexturbulentie en daarmee het gevaar veroorzaakt. De minister heeft daarom terecht geen overtreding van artikel 5.3 van de Wlv vastgesteld.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. E.P.J. Rutten, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Neumann, griffier.