ECLI:NL:RBLIM:2026:7617

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
03.081401.26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96b SvArt. 67 lid 1 SvArt. 56a Wet wapens en munitieArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 10.15 Telecommunicatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verboden wapenbezit en gebruik van jammer zonder vergunning

Op 17 maart 2026 werd verdachte tijdens een verkeerscontrole in Geleen aangehouden nadat in zijn voertuig een verboden pistool en munitie werden aangetroffen. Tijdens de controle vertoonde verdachte nerveus gedrag en waren er aanwijzingen voor een verborgen ruimte in het voertuig, wat leidde tot een rechtmatige doorzoeking op grond van artikel 96b Sv.

In de woning van verdachte werden een geweer en een jammer met 16 antennes gevonden, waarvoor geen vergunning was verleend. Verdachte gaf toe het geweer van zijn vader te hebben en het pistool als onderpand te hebben ontvangen, maar wilde niet zeggen van wie. De jammer werd vermoedelijk door verdachte gebruikt zonder vergunning.

De politierechter verwierp het verweer van onrechtmatige doorzoeking en achtte de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en opgelegd werd een kostenmaatregel van €59 voor de vernietiging van de vuurwapens.

De straf weerspiegelt de ernst van het bezit van verboden wapens en het gebruik van een jammer zonder vergunning, waarbij rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het belang van normhandhaving.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en een kostenmaatregel van €59 wegens verboden wapenbezit en gebruik van een jammer zonder vergunning.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.081401.26
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van 29 juni 2026 tevens houdende aantekening mondeling vonnis
Al hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht en is verklaard, is in dit proces-verbaal zakelijk weergegeven, tenzij anders is vermeld.
Tegenwoordig als:
politierechter : mr. drs. J.M.A. van Atteveld,
griffier : L.P.H. Schaepkens,
officier van justitie : mr. M. Blom.
De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte is ter terechtzitting aanwezig.
De politierechter stelt de identiteit van de verdachte vast. Hij antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1977,
wonende te [adresgegevens] .
Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De officier van justitie draagt de zaak voor.
De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:
het proces-verbaal van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties registratienummer PL2300-2026046069, gesloten d.d. 19 maart 2026, doorgenummerd van pg. 1 t/m pg. 113;
het aanvullend proces-verbaal van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties registratienummer PL2300-2026046069, gesloten d.d. 27 maart 2026, doorgenummerd van pg. 1 t/m pg. 10;
het proces-verbaal van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties registratienummer PL2617-2026046069, gesloten d.d. 19 juni 2026, doorgenummerd van pg. 1 t/m pg. 45;
het proces-verbaal rapportage kostenmaatregel vuurwapens van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties proces-verbaalnummer PL2300-2026045892, gesloten d.d. 25 juni 2026, doorgenummerd van pg. 1 t/m pg. 12;
een reclasseringsadvies omtrent de verdachte d.d. 1 april 2026;
het uittreksel justitiële documentatie van de verdachte d.d. 14 april 2026;
de stukken omtrent de voorlopige hechtenis.
De verdachte verklaart als volgt:
Het geweer in mijn woning heb ik vroeger van mijn vader gekregen en lag al 30 jaar in huis. Dit geweer doet het ook niet meer. Het pistool in de auto heb ik van iemand gekregen als onderpand. Ik wil niet zeggen wie dit was. Het was een domme beslissing om het wapen aan te nemen.
De officier van justitie voert het woord en legt de vordering na voorlezing aan de politierechter over. Zij rekwireert dat de verdachte voor de ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest en oplegging van een kostenmaatregel ter hoogte van €59,-. Daartoe voert de officier van justitie het volgende aan:
Rechtmatigheid doorzoeking voertuig
De doorzoeking van het voertuig was rechtmatig. De politie ziet tijdens de technische controle indicatoren voor een verborgen ruimte en de verdachte gedraagt zich tijdens de controle nerveus. Gelet hierop was er sprake van een verdenking van een misdrijf zoals omschreven in artikel 67 van Pro het Wetboek van Strafvordering en mocht de politie het voertuig doorzoeken. Op de door de raadsvrouw aangeleverde foto’s kan ik niet vaststellen welk voertuig dit is en wanneer de foto’s zijn gemaakt.
De feiten
De twee wapens met munitie en de jammer zijn in de woning en in de auto van de verdachte aangetroffen. Ik verwijs naar een uitspraak van de rechtbank Utrecht (ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0041). Het begrip ‘aangelegd aanwezig hebben’ wordt ruim geïnterpreteerd. Gekeken wordt naar de intentie van de houder en of het apparaat in verpakte toestand aanwezig is. In deze jammer zaten maar liefst 16 antennes.
De maatregel kostenverhaal
De maatregel kostenverhaal is ingevoerd in artikel 56a Wet Wapens en Munitie. Daarmee kunnen de kosten voor de vernietiging van vuurwapens bij de veroordeelde worden neergelegd. Ik verwijs naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:10151). De kosten zijn toegelicht in het rapport maatregel kostenverhaal.
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging en pleit overeenkomstig de overgelegde pleitnotities, die aan dit proces-verbaal zijn gehecht en alhier als ingelast beschouwd moeten worden.
In aanvulling op de pleitnotities voert de raadsvrouw nog het volgende aan:
- Aan de loshangende oplaadkabels kun je geen betekenis toekennen. In mijn omgeving zie ik vaker dat men oplaadkabels in hun auto hebben hangen. Als daar dan geen telefoon aanhangt, dan zou je elke auto rechtmatig kunnen doorzoeken op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering;
- De foto’s van de auto zijn tijdig overgelegd en de auto is er nog. Het Openbaar Ministerie had de mogelijkheid om het te onderzoeken;
- Op uw vraag kan ik u zeggen dat ik geen kennis of kunde heb over metadata van (de) foto’s. Uit eigen gebruikerservaring weet ik dat als ik instel dat het vandaag 1 januari is, dat er dan 1 januari boven de foto zal staan. Ik heb echter geen aanleiding om er vanuit te gaan dat de foto’s niet op die datum zijn gemaakt. Op uw vraag of er aanpassingen in de auto zijn verricht na het terugkrijgen van de inbeslaggenomen auto kan ik u zeggen dat de stelling van de verdediging is dat dat niet gebeurd is.
In repliek persisteert de officier van justitie bij haar standpunt en voert daartoe het volgende aan:
De loszittende onderdelen in combinatie met de kabels is voldoende om over te gaan tot doorzoeking. Het proces-verbaal van bevindingen is op ambtsbelofte opgemaakt. Ik heb geen aanleiding om te denken dat het proces-verbaal onjuist is. We weten niet wat er is gebeurd tussen de teruggave van de auto en het maken van de foto’s, als de foto’s die in de auto gemaakt zijn al de inbeslaggenomen auto betreft. Aanvullend onderzoek is weinig zinvol. Bovenal omdat ik niet twijfel aan de juistheid van het proces-verbaal van bevindingen.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. Hij verklaart als volgt:
Ik vraag me af waarom de politie tijdens de doorzoeking geen foto’s van de loshangende delen heeft gemaakt. Dan was deze discussie ook niet aan de orde geweest.
De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.
De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare zitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
hij, op of omstreeks 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland één of meer wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een geweer, van het merk/model Armi Jager AP66, kaliber .22LR en/of
- een pistool, van het merk/model Grand Power K100, kaliber 9x19mm
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij, op of omstreeks 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, al dan niet opzettelijk, een of meer radioapparaten, te weten een jammer, heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet;
feit 3
hij, op of omstreeks 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 13 stuks, pistoolmunitie (merk: Sellier & Bellot) van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen

Inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs van het ten laste gelegde dient, alsmede de vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het ten laste gelegde door de verdachte is begaan.
a. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 18 maart 2026 (pg. 12 tot en met 15 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Op dinsdag 17 maart 2026 […] Wij reden achter een Volkswagen Caddy, voorzien van Nederlands kenteken [kenteken Caddy] . Wij zagen dat dit voertuig aan de achterzijde meerdere beschadigingen aan de bumper en portieren van laadruimte had. […]
Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , gaven de bestuurder van dit voertuig een
volgteken. […] Wij, verbalisanten Goosen en [verbalisant 1] , reden naar de Prins Mauritslaan in Geleen en brachten daar ons dienstvoertuig tot stilstand. Wij zagen dat de bestuurder, welke ons volgde, zijn voertuig achter ons tot stilstand bracht. […] Ik, verbalisant [verbalisant 1] , sprak de bestuurder aan en vorderde zijn rij- en
kentekenbewijs ter inzage. De bestuurder overhandigde mij zijn rij- en
kentekenbewijs. De bestuurder bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortegegevens] te Sittard. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vroeg aan [verdachte] van wie dit voertuig was. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat dit zijn voertuig was. […]
Tijdens de technische controle zag ik, verbalisant [verbalisant 1] , indicatoren welke wezen op de mogelijke aanwezigheid van een verborgen ruimte in het voertuig. […]
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , doorzocht het voertuig op systematische wijze ter in beslag
neming […]. Tijdens deze doorzoeking zag ik het volgende:
- In het dashboardkastje, een baken welke standaard voorzien is van een magneet.
- Ik zag dat er in het open opbergvak van de hemel, ter hoogte van de bestuurder, een zwarte heuptas lag. Ik zag dat deze heuptas aan de voorzijde een MOLLE-systeem had. […]
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , herkende deze heuptas ambtshalve als tactische heuptas.
Ik verschoof deze heuptas en voelde dat deze heuptas zeer zwaar aanvoelde en voelde de vorm van een handvuurwapen in de heuptas. Ik herkende deze vorm en gewicht ambtshalve als mogelijk handvuurwapen daar deze ongeveer dezelfde vorm en nagenoeg hetzelfde gewicht had als ons dienstvuurwapen. Ik nam deze heuptas in beslag ter waarheidsvinding en opende deze. Ik opende de ritssluiting van de heuptas. Ik zag dat er in deze heuptas, een zwart handvuurwapen in een holster zat en een patroonhouder in een holster.
de kennisgeving van inbeslagneming (pg. 90 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Plaats : Prins Mauritslaan, Geleen, binnen de gemeente Sittard-Geleen
Datum en tijd : 17 maart 2026 te 16:00 uur
Omstandigheden: Aangetroffen tijdens reguliere verkeerscontrole.
Beslagene
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte] […]
Volgnummer 1
Goednummer : PL2300-2026045892-1889879 […]
Object : Vuurwapen
Merk/type : Luger Grand Power K100
de kennisgeving van inbeslagneming (pg. 92 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Plaats: Prins Mauritslaan, Geleen, binnen de gemeente Sittard-Geleen
Datum en tijd: 17 maart 2026 te 16:00 uur
Omstandigheden : Aangetroffen tijdens een reguliere verkeerscontrole.
Beslagene
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte] […]
Volgnummer 1
Goednummer: PL2300-2026045892-1889882
Object: Munitie
het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 18 maart 2026 (pg. 61 en 62 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Wapenomschrijving:
Goednummer: PL2300-2026045892-1889879 […]
Beschrijving: […]
- Het pistool geschikt is om projectielen door een loop af te schieten berust op het
teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie. […]
Definitie:
Het is een pistool van het kaliber 9mm.
Juridische omschrijving:
Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 categorie III onder
I van de Wet wapens en munitie.
het proces-verbaal onderzoek pistool van verbalisant [verbalisant 4] d.d. 14 april 2026 (pg. 9 tot en met 12 van het hiervoor onder 3. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Het wapen werd aangetroffen in een voertuig, voorzien van kenteken [kenteken Caddy] […]
Omschrijving wapen
Soort wapen: Pistool […]
Merk: Grand Power
Model: K100
Kaliber: 9x19mm […]
Bij bovengenoemd vuurwapen werd munitie aangetroffen
Omschrijving munitie
Soort: Pistoolmunitie
Merk: Sellier & Bellot
Kaliber: 9x19mm
Aantal: 13 stuks
Bijzonderheden: De aangetroffen munitie kan wel met het in dit proces-verbaal genoemde vuurwapen worden verschoten.
Definitie munitie
Patronen en andere voorwerpen, bestemd of geschikt om een projectiel of een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof door middel van een vuurwapen af te schieten of te verspreiden, alsmede projectielen, bestemd om afgeschoten te worden door middel van een vuurwapen.
Categorie munitie
De aangetroffen patronen is munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie Pro III van de Wet wapens en munitie.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 17 maart 2026 (pg. 30 tot en met 32 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Op dinsdag 17 maart 2026 werd naar aanleiding van het aantreffen van een vuurwapen bij een controle in het voertuig van verdachte [verdachte] , welke eveneens bestuurder was van dit voertuig een doorstap gemaakt naar zijn woning. Hierop werd om 17:58 uur binnengetreden in de woning gelegen aan [adresgegevens] . […]
Blijkens de Basisregistratie Personen staan er op dit adres 3 personen ingeschreven: [verdachte] sinds 21-06-2007 […]
Bij de doorzoeking zijn de volgende goederen en bijzonderheden aangetroffen: […]
ETAGE C (2e etage)
C1: Slaapkamer 3
03: Vuurwapen + nis voorzijde woning + PL2300-2026045892-1889886
ETAGE D (Kelder)
D.1: Kelder
01: Jammer 16 antennes + open kast + PL2300-2026045892-1889897
het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 18 maart 2026 (pg. 66 en 67 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Wapenomschrijving:
Goednummer : PL2300-2026045892-1889886 […]
Beschrijving: […]
- Het geweer geschikt en bestemd is om projectielen uit de loop te schieten berust op
het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige
reactie.
Definitie:
Het is een semiautomatisch geweer van het kaliber .22LR (Long Rifle).
Juridische omschrijving:
Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 categorie III onder
I van de Wet wapens en munitie.
het proces-verbaal onderzoek geweer van verbalisant [verbalisant 4] d.d. 14 april 2026 (pg. 16 en 17 van het hiervoor onder 3. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
Het wapen werd aangetroffen in de woning, gelegen aan de [adresgegevens] . […]
Omschrijving wapen
Soort wapen: Geweer
Merk: Armi Jager
Model: AP66
Kaliber: .22LR
i. het rapport van bevindingen technisch onderzoek d.d. 31 maart 2026 (pg. 19 tot en met 24 van het hiervoor onder 3. weergegeven dossier) voor zover inhoudende;
De uitrusting werd mij voor onderzoek ter beschikking gesteld door Politie
Eenheid Expertise & Operaties. De uitrusting werd door hen in beslag genomen
uit handen van […]:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen (voluit): [verdachte] […]
De door de Politie Eenheid Expertise & Operaties inbeslaggenomen uitrusting,
zonder merk en type aanduiding, voorzien van een sticker met serienummer
C2210105 is voorzien van zestien antennes welke vast zijn aangebracht in het
apparaat en krijgt zijn voedingsspanning van een interne batterij of net
voedingsadapter. Op basis van wat ik zag, vond ik het aannemelijk de mij ter
beschikking gestelde uitrusting radioapparatuur betrof als bedoeld in artikel 1.1
van de Tw. […]
Op basis van deze waarnemingen concludeer ik dat de uitrusting apparatuur
betreft die ook wel 'jammer' (verstoorder) worden genoemd, bestemd voor het
uitzenden van radiosignalen met grote bandbreedte. De uitrusting is, afgaande op
de onderzochte karakteristieken, gebouwd en ontworpen om doelgericht
frequenties die door andere toepassingen worden gebruikt te verstoren op de
hiervoor genoemde frequentiebanden.
Ik zag dat op de uitrusting niet de verplichte CE markering was aangebracht. Het
apparaat voldoet daarom tevens niet aan de krachtens artikel 10.3 onderdeel c en
e gestelde voorschriften van de Telecommunicatiewet.
Het aanleggen, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of gebruik van
radioapparaten is slechts toegestaan indien voor het gebruik ervan aan de houder
van die radiozendapparaten op grond van artikel 3.13, eerste lid,
Telecommunicatiewet een vergunning is verleend voor het gebruik van
frequentieruimte, dan wel vrijstelling is verleend ingevolge artikel 10.15, tweede
lid, van dezelfde wet. Deze vergunning wordt uitsluitend verleend voor uitrusting
die niet stoort. Nu ik heb vastgesteld dat de geteste uitrusting gebouwd en
ontworpen is om te verstoren, sluit ik uit dat een vergunning is verleend.
de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd bij de politie d.d. 18 maart 2026 (pg. 82 tot en met 87 van het hiervoor onder 1. weergegeven dossier), voor zover inhoudende;
.
[…] O: De agent verschoof de tas en voelde dat er een handvuurwapen in zat. Het had ongeveer dezelfde vorm en nagenoeg hetzelfde gewicht had als het dienstvuurwapen
P1: Reageer eens?
V: Ja dat klopt […]
O: Er bleek een zwart handvuurwapen in een holster in de tas te zitten en een
patroonhouder in een holster.
P1: Waarom had jij dit in jouw auto liggen?
V: Dat was stom, die ligt normaal nooit in de auto. Ik wilde hem gewoon wegleggen. […]
O: We hebben ook een zoeking in jouw woning gedaan op grond van de Wet Wapens en Munitie. Hierbij hebben we in een slaapkamer op de 2e etage in een nis een vuurwapen aangetroffen. […]
P1: Van wie is dit wapen?
V: Van mij, die heb ik al 35 jaar ofzo. […]
O: In de kelder troffen de agenten een jammer met 16 antennes aan. […]
P1: Wan wie is deze jammer?
V: Weet ik niet, als die in mijn huis ligt zal hij wel van mij zijn.
De overwegingen van de politierechter
De in voormelde bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden leveren op de redengevende feiten en omstandigheden waarop steunt de beslissing van de politierechter dat de ten laste gelegde en hierna bewezen verklaarde feiten door de verdachte zijn begaan. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft. De politierechter overweegt daartoe in het bijzonder als volgt:
Artikel 359a Sv-verweer
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking van het voertuig en de woning, hetgeen een onherstelbaar verzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering oplevert en moet leiden tot bewijsuitsluiting.
De politierechter is van oordeel dat het verweer reeds verworpen dient te worden omdat het feitelijke grondslag mist. De raadsvrouw vermengt immers informatie die zij uit andere hoofde later heeft verkregen met betrekking tot de vermeende functie van de in de auto aangetroffen draden met de informatie en waarnemingen die de opsporingsambtenaar op het moment van handelen heeft. Om te beoordelen of er rechtmatig is opgetreden is van belang wat de opsporingsambtenaar op het moment van handelen waarneemt en of dat hem een redelijk vermoeden geeft, in de zin van artikel 96b Wetboek van Strafvordering, tot het toepassen van de daar genoemde doorzoekingsbevoegdheid. Op grond van het dossier staat vast dat er schade aan de auto was, dat de verdachte zich zenuwachtig gedroeg, dat de verdachte antecedenten heeft en dat er twee verschillende kabels loshingen in de auto en dat er loszittende onderdelen in de auto waargenomen werden, die indicatief waren voor het bestaan van een verborgen ruimte in die auto. Gelet op deze omstandigheden bestond er volgens de politierechter voldoende verdenking van een misdrijf in de zin van artikel 67 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering om over te gaan tot het doorzoeken van het voertuig op grond van artikel 96b Wetboek van Strafvordering.
De politierechter verwerpt dan ook het verweer en concludeert tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

De bewezenverklaring

De politierechter acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
feit 1
hij op 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, meer wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een geweer, van het merk/model Armi Jager AP66, kaliber .22LR en
- een pistool, van het merk/model Grand Power K100, kaliber 9x19mm
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer en een pistool voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij op 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk een radioapparaat, te weten een jammer, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet;
feit 3
hij op 17 maart 2026 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 13 stuks, pistoolmunitie (merk: Sellier & Bellot) van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare feiten:
feit 1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
feit 2
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.15, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan
feit 3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezen verklaarde. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De straf

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd heeft de politierechter gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De politierechter overweegt in het bijzonder als volgt:
Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft de politierechter in het bijzonder gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De politierechter weegt daarbij mee de combinatie van spullen die bij de verdachte zijn aangetroffen en de weigering van verdachte om openheid van zaken te geven met betrekking tot het verkrijgen van het wapen met bijpassende munitie dat in de auto aangetroffen werd en de wijze waarop en met welk doel hij in het bezit was van een aangelegd aanwezige jammer. In strafmatigende zin houdt de politierechter rekening met de achtergrond en persoonlijke omstandigheden, zoals ter zitting naar voren gebracht, van de verdachte.
Bij de oplegging van de vrijheidsstraf is overwogen dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf. Met oplegging van een deels voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De kostenmaatregel

Artikel 56a van de Wet wapens en munitie maakt het mogelijk om de kosten die de Staat moet maken voor de vernietiging van vuurwapens en toebehoren te verhalen op degene die wordt veroordeeld voor een strafbaar feit dat in verband staat met die voorwerpen.
Het dossier bevat een rapport maatregel kostenverhaal waarin de kosten van de vernietiging, het deponeren en de opslag van de vuurwapens wordt vastgesteld op €59,-, bestaande uit €14,83 euro aan kosten voor de vernietiging van de vuurwapens, €37,91 euro aan kosten voor het deponeren van de vuurwapens en €6,51 euro aan kosten voor de opslag van de vuurwapens. De officier van justitie heeft gevorderd dat dit bedrag wordt verhaald op de verdachte.
De politierechter overweegt dat de kosten in het proces-verbaal voldoende concreet onderbouwd zijn en dat de kosten die gevorderd worden ook de kosten zijn die hiervoor, blijkens de bedoeling van de wetgever, in aanmerking komen. De vuurwapens zijn ook daadwerkelijk vernietigd. Hiermee is aan de vereisten voor oplegging van de maatregel kostenverhaal voldaan. De politierechter wijst het gevorderde bedrag toe.

Toegepaste artikelen

14a, 14b, 14c, 57 Wetboek van Strafrecht
1, 2, 6 Wet op de economische delicten
10.15
Telecommunicatiewet
26, 55 Wet wapens en munitie

De beslissing

De politierechter:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten opleveren zoals hierboven is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar.
De politierechter legt op de volgende straf en maatregel en beslist voor het overige als volgt.
straf
  • legt t.a.v. feit 1, feit 2 en feit 3 op een
  • voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
kostenmaatregel
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
59 euro, ter vergoeding van de
kosten van de vernietiging van beslag.Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1 dag.
De politierechter geeft aan de verdachte kennis dat binnen veertien dagen hoger beroep kan
worden ingesteld tegen dit vonnis en maakt de verdachte opmerkzaam op het recht om ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de politierechter en de griffier.