Uitspraak
1.[opdrachtgever 1] ,
2.
[opdrachtgever 2],
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een bedrijf dat inschrijvingen voor buitenlandse studenten regelt en een opdrachtgever die betaling terugvordert wegens niet geleverde diensten. De opdrachtgever had de dienstverlener opdracht gegeven om zijn echtgenote in te schrijven voor een masteropleiding in Nederland, waarbij onduidelijkheid bestond over de exacte inhoud van de opdracht, met name of ook het visum geregeld zou worden.
De dienstverlener heeft meerdere inschrijvingen voor bachelor- en masteropleidingen en een korte cursus verzorgd, maar het resultaat van daadwerkelijke toegang tot een masteropleiding en het verkrijgen van een visum is uitgebleven. De kantonrechter stelt vast dat de afspraken over de opdracht en de vergoeding onvoldoende zijn vastgelegd en dat de dienstverlener als professional de gevolgen van deze onduidelijkheid moet dragen.
De rechtbank volgt het standpunt van de opdrachtgever dat sprake is van een resultaatsverplichting die niet is nagekomen, waardoor de dienstverlener het betaalde bedrag van € 3.452,46 moet terugbetalen met wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering van de dienstverlener tot betaling van een eindfactuur wordt afgewezen wegens gebrek aan duidelijkheid over de afspraken. De dienstverlener wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De dienstverlener moet het betaalde bedrag van € 3.452,46 terugbetalen met wettelijke rente en de proceskosten dragen wegens niet nagekomen resultaatsverplichting.