Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [huurder] .
Rechtbank Limburg
In deze kort geding procedure heeft de huurder verzet aangetekend tegen een verstekvonnis waarin ontruiming, een kantoorverbod en een betalingsachterstand waren toegewezen. De rechtbank Limburg heeft het verzet ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd.
De bodemrechter had eerder de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming toegewezen, wat de rechtbank in deze kort geding procedure als maatstaf hanteerde. De kantonrechter oordeelde dat de ontruiming terecht was toegewezen en dat het kantoorverbod, dat niet in de bodemprocedure aan de orde was, gegrond was vanwege bedreigend gedrag van de huurder jegens een medewerker. Ook de betalingsachterstand werd terecht toegewezen, omdat deze voldoende vaststond en er sprake was van spoedeisend belang.
De huurder voerde onder meer aan dat er geen spoedeisend belang was en dat het kantoorverbod niet meer relevant was, maar deze verweren werden verworpen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten van het verzet. Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter dr. Verhoeven op 6 mei 2026.
Uitkomst: Het verzet van de huurder wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis met ontruiming, kantoorverbod en betalingsachterstand wordt bekrachtigd.