Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4183

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
C/03/350575 / HA RK 26-52
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring herhaald wrakingsverzoek wegens misbruik van recht

Verzoeker diende tijdens de mondelinge behandeling van een bestuursrechtelijke zaak een wrakingsverzoek in tegen de rechter. Dit was het tweede wrakingsverzoek in dezelfde procedure, waarbij de wrakingskamer reeds had geoordeeld dat verzoeker misbruik maakte van de wrakingsmogelijkheid.

Het huidige verzoek bevatte een onsamenhangend betoog dat rechters systematisch EU-uitspraken en voorschriften negeren, zonder dit concreet te maken ten aanzien van de rechter. De wrakingskamer oordeelde dat dit verzoek gebaseerd was op dezelfde gronden als het eerdere verzoek en daarom niet in behandeling genomen kon worden.

Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g, van het Wrakingsprotocol werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de rechter geadviseerd om bij de verdere behandeling van de zaak toepassing te geven aan artikel 4, derde lid, van het Wrakingsprotocol. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het herhaalde wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/350575 / HA RK 26-52
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker], wonend te [woonplaats] , verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. C. Drent, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Op 17 maart 2026, tijdens de mondelinge behandeling van het beroep van verzoeker (en anderen) in de bestuursrechtelijke zaak met zaaknummer ROE 24/1489, heeft verzoeker de rechter gewraakt. Daarop is een proces-verbaal opgesteld waarin de wrakingsgronden zijn vermeld.
De rechter heeft de wrakingskamer bericht niet in het verzoek te berusten.

2.De beoordeling

De wrakingskamer stelt vast dat dit de tweede keer is dat verzoeker in de procedure met zaaknummer ROE 24/1489 een wrakingsverzoek tegen de rechter indient. In de uitspraak op het eerste verzoek [1] heeft de wrakingskamer reeds bepaald dat vanwege het misbruik dat verzoeker van de mogelijkheid om een rechter te wraken maakt, een volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen als dat verzoek is gebaseerd op hetzelfde betoog zonder feiten of omstandigheden aan te voeren die de rechter betreffen. Hiervan is in dit geval sprake: het thans voorliggende verzoek is andermaal een (redelijk onsamenhangend) betoog dat rechters stelselmatig “EU-uitspraken en voorschriften” negeren, zonder dat deze stelling ten aanzien van de rechter wordt geconcretiseerd. Gelet hierop zal de wrakingskamer dit verzoek met toepassing van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g, van het Wrakingsprotocol niet-ontvankelijk verklaren.
De wrakingskamer geeft de rechter in overweging bij het vervolg van de behandeling van het beroep met zaaknummer ROE 24/1489 in een voorkomend geval toepassing te geven aan artikel 4, derde lid, van het Wrakingsprotocol.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, en mr. R.M.M. Kleijkers en
mr. M.T.A.C. Russel, leden, in aanwezigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier.
De beslissing is openbaar gemaakt op 30 maart 2026.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Uitspraak van 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:13164.