Uitspraak
1.[gedaagde partij 1] ,
2.
[gedaagde partij 2] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
Zoals besproken zou ik graag willen bevestigen dat we de rabarber die we geoogst hebben van het perceel aan de [straat] is aangekocht als veldgewas. Het laatste jaar hebben we alleen op verzoek van jouw de rabarber een aantal malen beregend en 1x gespoten voor het onkruid. Jij was verantwoordelijk voor de teel en wij hebben enkel veldgewas gekocht. De kosten hiervoor zijn in de aankoop veldgewas verrekend.’
3.Het geschil
- een verklaring voor recht dat [gedaagde partijen] een onjuiste verklaring heeft afgelegd en daarom schadeplichtig is jegens [eisende partij] voor de schade die [eisende partij] daardoor lijdt;
- een veroordeling van [gedaagde partijen] tot overlegging van zijn logboek over de jaren 2018, 2019 en 2020 met betrekking tot de percelen [perceel 1] en [perceel 2] ;
- een veroordeling van [gedaagde partijen] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 925,00;
- een veroordeling van [gedaagde partijen] in de proceskosten.
4.De beoordeling
Op basis van het procesdossier kan het hof slechts vaststellen dat [gedaagde partijen] de rabarberstelen van het voorjaar op stam koopt, oogst en vermarkt.De plantvermeerdering, veredeling en verkoop van planten en de najaarsoogst verricht [persoon] . De bedrijfseconomische keuzes, waaronder de soorten rabarber die [persoon] plant, liggen bij [persoon] .In dit licht heeft [eisende partij] onvoldoende aanknopingspunten gesteld om te oordelen dat [persoon] aan [gedaagde partijen] onderverpacht of het gebruik heeft afgestaan aan een derde.’ Het hof overweegt dus dat [eisende partij] onvoldoende heeft gesteld om te oordelen dat sprake is van onderpacht. Het hof noemt de verklaring van [gedaagde partijen] (in dat verband) niet in zijn overwegingen. Oftewel, de conclusie van het hof dat geen sprake is van onderverpachting is niet gebaseerd op de verklaring van [gedaagde partijen] , maar op het oordeel dat [eisende partij] niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Doordat het hof aldus in de procedure niet aan bewijs(waardering) is toegekomen, kan – anders dan [eisende partij] lijkt te willen stellen – ook geen sprake zijn geweest van enige rol van de verklaring van [gedaagde partijen] als bewijsmiddel. Om die reden kan geen sprake zijn van door [eisende partij] geleden schade die door de verklaring van [gedaagde partijen] is ontstaan. Wat er ook van de (on)juistheid van de verklaring van [gedaagde partijen] zij, een causaal verband ontbreekt dus. De rechtbank wijst de gevorderde verklaring voor recht daarom af.