Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[klager] ,
Feiten
Procedure
Beklag
Standpunt van de inspecteur van de Douane
een Automatic Number Plate Recognition-hit (ANPR) op basis van de verdenking dat zich in het voertuig een verborgen ruimte bevond, waardoor het voertuig is gecontroleerd. De klager had het voertuig al een aantal maanden in bezit ten tijde van de ANPR-hit.
Standpunt van de officier van justitie
Beoordeling
Artikel 1:37 Adw Pro luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
1. Vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om tot het nakomen van de op grond van artikel 1:27, eerste lid, genomen dwangmaatregelen te verijdelen, zomede alle andere voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel tot een van de hiervoor omschreven doeleinden in te richten of toe te rusten, worden in beslag genomen. (...)
4. Krachtens het eerste lid in beslag genomen vervoermiddelen en voorwerpen vervallen zonder rechtsvervolging aan de staat, tenzij bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in het zesde lid de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd.
5. De belanghebbende bij het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp kan binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed klaagschrift indienen.
6. De rechtbank behandelt het klaagschrift op de voet van het bepaalde in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat ook de inspecteur in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de behandeling te worden gehoord en hem, zo hij voor de behandeling is verschenen, tijdig tevoren door de griffier schriftelijk mededeling van de dag der uitspraak wordt gedaan.
(...)
8. Onze Minister van Financiën is bevoegd in bijzondere gevallen de aan de staat vervallen vervoermiddelen en voorwerpen onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar terug te geven.”
voorwaardelijke last tot teruggavevan de auto geven. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de klager de verborgen ruimtes naar genoegen van de Minister en op
eigen kostenlaat verwijderen. De klager heeft zich bereid verklaard deze kosten te dragen. Het voertuig dient pas aan de klager te worden teruggegeven, nadat de verborgen ruimtes zijn verwijderd en de daaraan verbonden kosten door de klager zijn betaald. De rechtbank realiseert zich dat de praktische uitvoering hiervan nog wel de nodige invulling vereist van de kant van de Minister en de klager, onder meer omdat de auto voor en tijdens de herstelwerkzaamheden bij de opslag of elders dient te staan, zodat de Minister erop kan toezien dat de verborgen ruimtes daadwerkelijk worden verwijderd. De rechtbank gaat ervan uit dat de Minister en de klager hierover in overleg zullen treden.
Beslissing
- verklaart het beklag gegrond;
- in die zin dat de teruggave van het voertuig aan de klager wordt