Uitspraak
1.De procedure
- de brieven van mr. Van der Linden van 19 en 23 maart 2026 met producties 18 en 19,
- de mondelinge behandeling van 24 maart 2026,
- de pleitnota van mr. Van der Linden.
Rechtbank Limburg
In deze kort geding procedure vordert een contractuele medehuurder exclusief gebruik van het gehuurde appartement, nadat de affectieve relatie met de medehuurder is beëindigd. De kantonrechter beoordeelt het spoedeisend belang en de belangenafweging tussen partijen.
Beide partijen hebben een contractuele medehuurderschap sinds 2015 en wonen samen in het appartement. De eiser, 77 jaar oud, stelt dat hij vanwege gezondheidsklachten en binding met de omgeving een groter belang heeft bij het exclusieve gebruik. De gedaagde, 57 jaar oud, betwist dit en vordert zelf exclusief gebruik.
De kantonrechter weegt mee dat de eiser een sterkere binding met de woonplaats heeft, een gelijkvloerse woning nodig heeft en niet bij zijn kinderen kan wonen. De gedaagde heeft geen familie in Nederland en kan mogelijk elders in Nederland verblijven. De kantonrechter wijst de vordering van de eiser toe en bepaalt een ontruimingstermijn van twee weken voor de gedaagde. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering toe en bepaalt dat de gedaagde binnen twee weken het gehuurde moet verlaten.