Uitspraak
[betrokkene],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Maasvallei verhuurt sinds oktober 2024 een woning aan betrokkene, die een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd. Ondanks aanmaningen en schuldhulpverlening is de huur niet voldaan. Op 17 september 2025 is beschermingsbewind ingesteld over de goederen van betrokkene, waarna de bewindvoerder formeel partij is geworden in de procedure.
Na een verstekvonnis van september 2025, waarin ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming werden bevolen, kwam de bewindvoerder in verzet. De kantonrechter oordeelt dat de bewindvoerder formele procespartij is en verklaart het verzet deels gegrond, vernietigt het verstekvonnis behalve de ontbinding, en wijst de vorderingen van Maasvallei toe.
De huurachterstand van meer dan zes maanden rechtvaardigt ontbinding en ontruiming, ondanks gedeeltelijke betalingen en persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en toekomstige gebruiksvergoeding tot ontruiming. Een termijn om alsnog te betalen wordt niet toegestaan wegens gebrek aan redelijke verwachting van betaling.
De proceskosten van het verzet worden aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een gedetailleerde motivering over de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en wettelijke bepalingen inzake incassokosten en rente.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten.