Uitspraak
RECHTBANK Limburg
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met de producties 1 tot en met 4,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
29 maart 2018 de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c, en e van de Wabo verleend.
upon Financial Close of the Venlo Project: EUR 3,000,000 (three million euros);
upon first payment of the SDE Subsidy: EUR 1,000,000 (one million euros); and
on each anniversary thereof, for a period of four years: EUR 1,000,000 (one million euros). (…)” [2]
3.Het geschil
4.De beoordeling
- i) de vernietiging van het primaire besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning ook jegens RMS c.s. onrechtmatig is, hoewel zij niet aanvrager is van het besluit, en
- ii) de Provincie Limburg tijdens het vergunningstraject consequent het standpunt uitgedragen heeft dat een milieueffectrapportage niet nodig was.
(op 28 mei 2020 [5] ) en geleverd (op 27 juli 2020 [6] ). Derhalve bestond op dat moment al geruime tijd (2 jaar) geen betrokkenheid meer van RMS GmbH bij RMS Venlo. Voorts blijkt uit de in de SPA [7] en TRA [8] neergelegde afspraken dat RMS Venlo de verstrekte leningen van RMS GmbH terug dient te betalen. Hieruit blijkt het bestaan van een rechtsverhouding tussen beide vennootschappen, waardoor er geen sprake is van één en dezelfde identiteit. De stelling van RMS c.s. dat RMS GmbH wel (indirect) aandeelhouder van RMS Venlo was op het moment dat de omgevingsvergunning werd aangevraagd, is hierbij niet relevant. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat RMS GmbH en RMS Venlo ieder een eigen rechtspositie en eigen belangen hebben, waardoor geen sprake kan zijn van vereenzelviging.
28 mei 2020. Het enkele feit dat de Provincie Limburg wist dat de heer [eiser 2] namens RMS Venlo de gesprekken voerde, is daartoe onvoldoende. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de door de Provincie bij het primaire besluit geschonden normen niet dienen ter bescherming van de belangen van RMS c.s. De Afdeling heeft de omgevingsvergunning vernietigd, omdat de aanvraag buiten behandeling had moeten worden gesteld wegens het ontbreken van een milieueffectrapportage en het niet aan het publiek ter inzage leggen van een gewijzigd ontwerpbesluit. [9] Deze normen strekken uitsluitend ter bescherming van de belangen van RMS Venlo als aanvrager van de omgevingsvergunning en niet van RMS c.s. Voorts is ook niet gebleken van de schending van een andere jegens RMS c.s. in acht te nemen zorgvuldigheidsnorm.