De kantonrechter heeft op grond van de aangevoerde stellingen van partijen en de overgelegde stukken het navolgende kunnen vaststellen:
• De aard en duur van de werkzaamheden.
Tussen partijen staat vast dat [persoon] door [opdrachtgever] werd uitgeleend aan [bedrijf] voor het verrichten van toezichthoudende werkzaamheden bij klanten van [bedrijf] . [persoon] werd niet ingezet als beveiliger, daarvoor ontbrak hem het vereiste diploma. De omvangrijkste opdrachten betroffen het toezicht op een industrieterrein in Heijen, het houden van toezicht in de [locatie] in [plaats 4] en bij een noodopvang voor Oekraïners in [plaats 3] . Met betrekking tot de duur van de samenwerking is niets vastgelegd. Als [bedrijf] geen behoefte had aan toezichthouders werd [persoon] niet ingezet en had hij geen werk.
• De wijze waarop de werkzaamheden en de tijden werden bepaald.
Tussen partijen staat vast dat [opdrachtgever] werkinstructies gaf aan [persoon] . Deze waren afkomstig van [bedrijf] . Daarnaast waren er op de locaties waar [persoon] toezicht hield steeds leidinggevenden aanwezig van [bedrijf] . Deze gaven nadere aanwijzingen waaraan [persoon] zich diende te houden. [persoon] moest zijn werkzaamheden verrichten in werkkleding die door [opdrachtgever] werd verstrekt. Een deel daarvan was afkomstig van [bedrijf] .
[persoon] verbindt hieraan de conclusie dat er sprake was van een (strakke) gezagsverhouding. [opdrachtgever] concludeert dat [persoon] zijn werkzaamheden naar eigen inzicht kon verrichten, de aanwijzingen die hij kreeg waren niet meer dan nodig waren voor invulling van de opdracht. Uniforme kleding is in de beveiliging een vereiste voor goede herkenbaarheid en daarmee voor de uitvoering van de werkzaamheden.
Wat betreft de omvang van de werkzaamheden verwerkte [opdrachtgever] de ontvangen vraag van [bedrijf] in een rooster. Dat rooster werd geplaatst in een groepsapp. Vervolgens konden de toezichthouders “intekenen” op een bepaald tijdvak. Waren er meer kandidaten voor een tijdvak dan nodig was, dan bepaalde [opdrachtgever] wie de opdracht kreeg.
[persoon] was niet verplicht een opdracht te aanvaarden. In de periode van 7 augustus 2023 tot en met 19 september 2023 heeft [persoon] op 20 dagen gedurende in totaal 214,75 uren gewerkt op het industrieterrein in Heyen, in de periode 19 november 2023 tot en met 28 december 2023 op 20 dagen in totaal 186,5 uren in de [locatie] en in de periode 1 april 2024 tot en met 10 november 2024 op 22 dagen gedurende in totaal 182 uren in de noodopvang in [plaats 3] , aldus het overzicht van [persoon] (Productie 6 bij inleidend verzoekschrift).
• De inbedding van het werk.
Vast staat dat de kernactiviteit van [opdrachtgever] bestond uit het ter beschikking stellen van toezichthouders, in het bijzonder aan [bedrijf] . De kernactiviteit van [bedrijf] bestond uit het ter beschikking stellen van beveiligers en toezichthouders ten behoeve van verschillende projecten of evenementen. Daarmee staat vast dat [persoon] werd ingezet op de kernactiviteit van beide ondernemingen.
• De verplichting om het werk persoonlijk te verrichten.
Tussen partijen staat vast dat [persoon] in beginsel de opdracht zelf moest uitvoeren. Uiteraard kon het voorkomen dat hij op het laatste moment toch verhinderd was. Dan kon hij zich laten vervangen. [opdrachtgever] wilde dan de gegevens hebben van de vervanger. De vervanger werd vervolgens door [opdrachtgever] betaald, de betaling liep niet via [persoon] .
• De wijze waarop het contract tot stand is gekomen.
Tussen partijen bestaat enkel een mondelinge overeenkomst. De “spelregels” van [opdrachtgever] waren op haar website terug te vinden. Daarin stond hoe de opdrachten werden toebedeeld, hoe moest worden gefactureerd en hoe de aansprakelijkheidsverzekering werkte. [persoon] had daar geen invloed op. Flexibiliteit bestond in de praktijk enkel ten aanzien van het wel of niet aanvaarden van een opdracht.
• De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd.
Tussen partijen staat vast dat [opdrachtgever] [persoon] per gewerkt uur betaalde. [persoon] stelde vanuit zijn eenmanszaak een factuur op, berekende daarover de btw en stuurde deze naar [opdrachtgever] . Deze betaalde de factuur inclusief de btw. De hoogte van het uurtarief stond in de groepsapp.
• De hoogte van de beloning.
Tussen partijen staat vast dat partijen niet hebben onderhandeld over het uurtarief zoals dat door [opdrachtgever] wordt betaald. Er geldt een regulier uurtarief van € 20,00 en € 22,50 in de weekenden en ’s nachts. Op het uurtarief wordt € 0,20 in mindering gebracht in verband met de aansprakelijkheidsverzekering die [opdrachtgever] heeft afgesloten.
• Het commercieel risico.
Tussen partijen staat vast dat [persoon] per gewerkt uur betaald werd. Waren er minder uren beschikbaar, dan betekende dat voor hem een lager inkomen. In zoverre liep hij commercieel risico. Voor het overige liep [persoon] geen commercieel risico. Hij maakte met uitzondering van de premie voor de verzekering (€ 0,20 per uur) geen kosten. Werkkleding werd door [opdrachtgever] verstrekt. Investeringen heeft hij niet hoeven te doen om de functie te bemachtigen en evenmin om deze te behouden.
• Ondernemer in het economisch verkeer.
[persoon] beschikte over een inschrijving bij de kamer van koophandel alsmede een BTW nummer. Het is de kantonrechter echter niet gebleken dat hij zich ten opzichte van [opdrachtgever] als een ondernemer heeft gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een (nieuwe) opdracht. [persoon] heeft wel werkzaamheden verricht voor andere opdrachtgevers.
• Naleving van de contractuele bedingen.
De afspraken die tussen partijen zijn gemaakt werden nageleefd.