3.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Op 8 september 2024 gaan de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] af op een melding van een steekpartij. Zij hebben daarover als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Op zondag 8 september 2024, omstreeks 17.56 uur, kregen wij de melding om met spoed te rijden naar de Donderbergweg te Roermond in verband met een steekpartij. Wij werden op de Donderbergweg ter hoogte van nummer [nummer] aangezwaaid. Wij zagen dat een vrouw wees naar een bankje ter hoogte van cafetaria [naam 1] . Wij zagen op dit bankje een man zitten die geheel onder het bloed zat. Wij zagen net boven zijn rechteroog een diepe snee. Wij zagen dat de man nog verschillende kleine wonden had.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , sprak een getuige, [getuige 1] , die het incident had gezien. Ik hoorde dat de getuige aangaf dat er een man vanaf de richting van de Oranjelaan op de Donderbergweg liep. De getuige zag dat de man richting een bankje liep waar een man lag te slapen en dat de man met een scherp voorwerp op de slapende man instak. De getuige zag dat er meermaals een stekende beweging richting de slapende man werd gedaan. De getuige gaf aan dat het incident omstreeks 17.54 uur plaatsvond en dat de verdachte hierna rustig wegliep op de Donderbergweg in de richting van de Koninginnelaan.
Ik hoorde dat de getuige het volgende signalement van de verdachte gaf:
- ongeveer 40/50 jaar oud;
- blauw/grijs T-shirt;
- lange grijze baard;
- licht getint;
- kaal;
- korte broek
Achternaam: [slachtoffer]
Voornamen: [slachtoffer]
Geboren: [geboortedatum slachtoffer]
Geboorteplaats: [geboorteplaats slachtoffer]
Door [slachtoffer] is vervolgens
aangiftegedaan van poging moord dan wel poging doodslag. Hij heeft daarover bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van poging doodslag/moord.
Op zondag 8 september 2024, lag ik op een bankje te slapen op de
Donderbergweg in Roermond. Ik werd wakker doordat ik ineens werd belaagd door een persoon, terwijl ik sliep. Ik voelde pijn op meerdere plekken op mijn lichaam. Later bleek dat ik meermaals met een mes was gestoken door deze persoon.
Ik lag te slapen en hoorde van de politie dat dit feit vandaag, omstreeks 18.00 uur,
heeft plaatsgevonden. De persoon die mij meermaals heeft gestoken met een mes ken ik niet. Ik heb de persoon de laatste weken wel dagelijks gezien in het centrum van de wijk Donderberg in Roermond. Ik zag de man vaker zitten op een bankje. Ik heb nooit met deze man gepraat. Ik weet ook niet welke taal deze man spreekt.
Ik voelde hevige pijn nadat ik werd gestoken. Ik raakte meteen in shock. Ik weet dat ik meerdere keren ben gestoken in mijn lichaam en hoofd.
In de
forensisch medisch letselrapportageis het letsel van [slachtoffer] beschreven. De forensisch arts, [naam arts] , beschrijft, zakelijk weergegeven:
Op verzoek van de districtsrecherche heeft er een forensisch medisch onderzoek van dhr. [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , plaatsgevonden op 10 augustus 2024 in het Laurentius ziekenhuis in Roermond.
1. Aan de buitenzijde van het rechteroog zit een streepvormige huidonderbreking van circa 6 cm die middels 3 hechtingen behandeld is. In het verlengde van deze verwonding zijn tevens twee krasverwondingen zichtbaar. Onder het ooglid betreft het een oppervlakkige kras van circa 5 mm en op de neus van circa 20 mm.
2. Op de linkerzijde van het voorhoofd is een V-vormige verwonding zichtbaar. Het betreft een huidonderbreking die centraal wat paars verkleurd is en bedekt met nog opgedroogd bloed. Er zijn 3 hechtingen geplaatst.
3. Enkele centimeters boven de kruin van het hoofd, aan de achterzijde/bovenzijde, is een streepvormige huisonderbreking zichtbaar die reeds behandeld is middels 3 hechtingen.
4. Op het voorhoofd in de beharing circa 20 mm boven de haargrens bevindt zich een lineaire huidonderbreking die reeds behandeld is middels 4 hechtingen.
5. Rechts op de wang naast de mondhoek is een huidonderbreking zichtbaar lineair verlopend met bij de mondhoek een kleine bocht naar beneden van enkele mm. De lengte van de vertoning betreft circa 23 mm.
6. Het wit van het rechteroog is met bloed doordrenkt en heeft hierdoor grotendeels een rode kleur.
7. (…)
8. Aan de binnenzijde van de rechterbovenarm is een blauwpaarse verkleuring zichtbaar van circa 15 bij 15 mm met centraal hierin twee donkerder rode lijnvormige verkleuringen parallel naast elkaar van circa 12 mm lengte.
9. De linker onderarm is volledig ingegipst.
Het letsel beschreven onder punt 1, 2, 3 en 5 betreft snijverwondingen. Snijverwondingen worden veroorzaakt door een glijdende beweging over weefsel met een scherp voorwerp of een klap op weefsel met een scherp voorwerp.
Het letsel onder punt 1 beschreven onder het oog en op de neus en het letsel beschreven bij punt 5 betreffen krasletsels. Het letsel beschreven onder punt 3 betreft een krasverwonding. Krasletsel wordt veroorzaakt door met een puntig voorwerp over de huid te bewegen of met het lichaam langs een puntig voorwerp.
De onder punt 6 en 8 beschreven letsels betreffen bloeduitstortingen. Bloeduitstortingen ontstaan door de uitwendige inwerking van stomp mechanische, botsende of samendrukkende krachten met of tegen een voorwerp op een lichaamsdeel, zoals bijvoorbeeld slaan, stompen, schoppen, stoten of vallen.
Op 9 oktober 2024 ontving ik de medische gegevens van de spoedeisende hulp. In de brief stond:
Linkerarm:
- diepe snijwond dorsale zijde onderarm, ongeveer 8 cm lang. Pees ten behoeve van strekken is beschadigd. Het is niet meer mogelijk om de wijsvinger, ringvinger en pink te strekken.
- snijwond op basis van de middelvinger ongeveer 4 cm lengte.
(…)
Verwachte genezingsduur is moeilijk in te schatten. Blijvende beperkingen zijn mogelijk. [slachtoffer] ervaart veel pijnklachten aan het hoofd, geeft aan niet duidelijk te kunnen zien en veel pijn aan arm en romp te ervaren.
Conclusie:Bij onderzoek zijn er snijwonden aan het hoofd zichtbaar die reeds gehecht zijn. Tevens is uit de medische rapportage die is ontvangen duidelijk dat aan de linkerhand ook snijwonden zijn behandeld waarbij de dieper gelegen pezen zijn beschadigd met een (mogelijk tijdelijke) functiebeperking tot gevolg.
De
camerabeelden van de gemeente Roermond (stadstoezicht)zijn vrijwillig ter beschikking gesteld voor het opsporingsonderzoek en door de politie bekeken. Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft de camerabeelden 088, 089, 090, 881, 882, 883, 884, 901, 902, 903 en 904 om een daginvulling van de verdachte en het slachtoffer inzichtelijk te maken. Zij beschrijft onder andere als volgt, zakelijk weergegeven:
Signalement verdachte
Door het eerder gedane onderzoek is het mij, verbalisant, duidelijk aan welk signalement de verdachte voldeed. Ook is het mij duidelijk welke kleding de verdachte droeg. Hierdoor was het voor mij mogelijk om de verdachten te volgen op de camerabeelden. Daar waar verdachte op de beelden te zien is, wordt hij [verdachte] genoemd. [verdachte] droeg een korte zwarte broek, witte bovenkleding, donkerkleurige schoenen en een zwart schoudertasje.
Bevindingen
(…)
Om 13:38:41 uur, zag ik dat [verdachte] voor [slachtoffer] kwam staan. Het lijkt alsof ze een gesprek of discussie met elkaar voeren.
Om 13:39:03 uur, zag ik dat [slachtoffer] opgestaan was en tegenover [verdachte] stond.
Om 13:39:04 uur, zag ik dat [verdachte] naar achteren valt. Hij struikelt hierbij over een fiets die achter hem stond. Het is door een boom die in het zicht staat, niet goed te zien waardoor [verdachte] naar achteren valt.
Om 13:39:14 uur, was [verdachte] weer opgestaan en ging hij wederom voor [slachtoffer] staan.
Om 13:39:32 uur, zag ik dat een NN-man, in het roze shirt, dezelfde die eerder met [verdachte] werd gezien naar [verdachte] toe liep Ik zag dat ze kort met elkaar spraken.
Om 13:39:47 uur, zag ik dat [verdachte] samen met de NN-man, in het roze shirt wegliep
Om 14:50:00 uur, zag ik dat [slachtoffer] met zijn fiets over de voetgangersoversteekplaats de Donderbergweg overstak.
Om 14:52:22 uur, zag ik dat [slachtoffer] met zijn fiets bij het bankje van de plaats delict kwam.
Om 16:26:52 uur, zag ik dat [slachtoffer] ging staan. Enkele seconden later ging [slachtoffer] weer zitten/liggen waardoor hij niet meer zichtbaar was voor de camera.
Om 17:03:18 uur, kwamen er twee NN-mannen bij [slachtoffer] op het bankje zitten. Eén man droeg een wit shirt, de andere droeg een zwart shirt. Ik zag dat de NN-man met het zwarte shirt naar de rechterkant van het bankje liep. Het leek erop dat de man tegen [slachtoffer] praatte. Vervolgens nam de man aan de linkerkant van het bankje plaats naast de man in het witte shirt.
Om 17:22:06 uur, zag ik dat [verdachte] vanuit de Donderbergweg de parkeerplaats opliep. Het lijkt alsof [verdachte] in zijn rechterhand een voorwerp in zijn handen heeft. Dit voorwerp lijkt op een mes. Deze heeft hij mogelijk bij het heft vast en het lemmet steekt omhoog langs zijn onderarm.
Om 17:26:31 uur, zag ik dat de NN-man in het witte shirt in de richting van de Oranjelaan liep met zijn fiets.
Om 17:27:50 uur, zag ik dat de NN-man in het zwarte shirt in de richting van de Oranjelaan liep met zijn fiets. Ik zag dat [slachtoffer] nu alleen was bij het bankje.
Om 17:53:00 uur, zag ik dat [verdachte] bij het bankje kwam waar [slachtoffer] op zat/lag. Vervolgens slaat [verdachte] met een voorwerp in zijn hand meerdere keren in de richting waar [slachtoffer] zit/ligt. Het daadwerkelijke strafbare feit is op de camerabeelden zichtbaar. Deze beelden zijn afzonderlijk uitgewerkt in proces-verbaal van bevindingen LB1R024089-5.
Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft in het (hierboven genoemde) proces-verbaal van bevindingen LB1R024089-5 vervolgens de camerabeelden 088, 883 en 884. Daarin staat, zakelijk weergegeven:
Bevindingen
Donderberg 2024-09-08
Om 17:52:12 uur zag ik verdachte aan komen lopen. Ik zag dat hij uit de richting van de Oranjelaan aan kwam lopen. Ik zag dat hij ter hoogte van de parkeerplaats van het winkelcentrum “De Donderberg” de weg over wilde steken.
Om 17:52:47 uur stak hij over. Ik zag dat de verdachte in een lijn doorliep naar het bankje waar het slachtoffer lag te slapen.
Om 17:53:03 uur zag ik dat de verdachte voor het slachtoffer stond.
Om 17:53:06 uur zag ik dat de verdachte zich licht voorover bukte en zijn rechterarm omhoog deed en met kracht weer naar beneden. Ik zag dat de verdachte minstens vijf keer zijn arm omhoog deed om deze vervolgens met kracht weer naar beneden te brengen.
Om 17:53:15 uur zag ik dat de armen van het slachtoffer boven het bankje uitkwamen. Ik zag dat de verdachte rechtop stond en richting de Koninginnelaan liep.
Op 8 september 2024 om 23.08 uur hield de politie de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] aan in de hal van het kamerbewoningspand op de [adres] te Roermond.
[getuige 2] heeft een getuigenverklaring afgelegd.Hij verklaarde, zakelijk weergegeven:
Op 8 september 2024 was ik thuis, op de [adres] te Roermond. Omstreeks 19.00 uur werd ik wakker en liep ik naar het toilet. Ik kwam toen mijn bovenbuurman tegen. Ik zag dat hij een mes vast had in zijn hand. Ik zag dat er wat bloed aan het mes zat. Ik kan het mes omschrijven als een mes van ongeveer 30 cm lang met een zwart handvat en een breed lemmet. Ik kan mijn bovenbuurman het beste omschrijven als een wat oudere man met kort grijs haar en een baardje. Ik vroeg aan hem wat er aan de hand was. Ik hoorde hem zeggen dat ruzie had gehad in Donderberg centrum. Ik hoorde hem zeggen dat ‘die man’ zijn telefoon en pasjes had gestolen. Ik had het idee dat hij dronken was. Zo klonk hij ook.
Ik hoorde toen van vrienden wat er was gebeurd in Donderberg centrum. Ik ben toen
snel naar mijn kamer gegaan voor mijn veiligheid. Ik heb uiteindelijk de politie gebeld.
Ik zag toen later op de avond dat de politie het huis binnen kwam. Ik zag dat de politie de man die dat mes vast had eerder op de avond, mijn bovenbuurman, had aangehouden.
Bewijsoverwegingen
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op
8 september 2024 in Roermond meerdere keren met een mes in het hoofd en lichaam van [slachtoffer] heeft gestoken. [slachtoffer] heeft daardoor onder andere snijwonden aan zijn hoofd en een diepe snijwond in zijn arm opgelopen. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden hoe het handelen van de verdachte moet worden gekwalificeerd.
Vol opzet?
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van een poging tot doodslag is vereist dat de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Met de officier is de rechtbank van oordeel dat sprake is van vol opzet. Het handelen van de verdachte, namelijk het meermaals steken met een mes in het hoofd en lichaam van [slachtoffer] , kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm redelijkerwijs niet anders worden opgevat dan als handelingen gericht op het doden van [slachtoffer] . De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het een feit van algemene bekendheid is dat zich in het hoofd en lichaam vitale organen bevinden, waaronder de hersenen en belangrijke bloedvaten.
Voorbedachte raad?
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er sprake was van voorbedachte raad. De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte een vooropgezet plan had om [slachtoffer] van het leven te beroven. Op basis van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de verdachte ongeveer vier uur voor het steekincident een gesprek voerde met [slachtoffer] . De verdachte is daarna naar huis gegaan. Toen de verdachte uiteindelijk vier uur later naar het centrum terugkeerde, is hij kalm op [slachtoffer] afgelopen om hem vervolgens te steken. Hoewel de tijdsduur en de kalme benadering aanwijzingen zijn voor voorbedachte rade, is dit evenwel onvoldoende om te stellen dat sprake is geweest van een vooropgezet plan. De inhoud van het eerder die dag gevoerde gesprek tussen de verdachte en [slachtoffer] kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld. Ook al heeft getuige [getuige 2] verklaard dat de verdachte na het incident sprak over een ‘ruzie’, is dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat er daarom sprake was een vooropgezet plan om [slachtoffer] te doden. De verdachte heeft tijdens het strafproces wisselende en vooral onsamenhangende verklaringen gegeven over zijn beweegredenen en gedachtewereld. [slachtoffer] heeft bovendien verklaard dat er nooit iets tussen hem en de verdachte is voorgevallen. Tot slot bevat het dossier geen getuigenverklaringen of ander bewijs waaruit blijkt dat de verdachte een plan heeft gemaakt om [slachtoffer] van het leven te beroven. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken van het onderdeel ‘voorbedachte raad’.
Conclusie
De rechtbank acht daarom bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot doodslag op [slachtoffer] .