Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties en USB-stick
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
- Hoofdsom € 7.744,91
- Buitengerechtelijke incassokosten € 762,25
- Handelsrente over hoofdsom € 2.107,21
- Proceskosten € 1.265,00
- Terug te betalen proceskosten
3.Het geschil
- herroeping van het tussen partijen op 23 oktober 2024 gewezen vonnis en [de leverancier] te ontheffen van de verplichtingen die bij dat vonnis tegen haar zijn uitgesproken;
- Old Inn te veroordelen tot betaling van € 12.490,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 8.528,93 vanaf de dag volgende op die van dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening;
- Old Inn te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met rente.
- Hoofdsom € 8.528,93
- Buitengerechtelijke incassokosten 656,88
- Ten onrechte betaalde proceskosten 1.152,00
- Nog te vergoeden proceskosten 1.517,79
- Handelsrente t\m 11-06-2025 1.092,33
- Handelsrente
- [de leverancier] te veroordelen tot betaling van € 20.000,00 inclusief rente en kosten. In verband met de absolute bevoegdheid van de kantonrechter beperkt zij haar vordering tot dit bedrag en behoudt zij ten aanzien van het meerdere alle rechten en aanspraken voor;
- Afgifte van het tentboek op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [de leverancier] hiermee in gebreke blijft, gemaximeerd op € 10.000,00.
4.De beoordeling
eenzelfde geschilpuntwordt voorgelegd als in een eerder geding, en de in het dictum van de eerdere uitspraak gegeven beslissing (mede) berust op een beslissing over dat geschilpunt. [2] De tussen partijen gevoerde discussie is uitgebreid en ziet niet meer (uitsluitend) op hetzelfde geschilpunt. Partijen verschillen nu ook (onder meer) van mening over de vraag of i) [de leverancier] haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen door na het vonnis materialen te leveren aan Old Inn en ii) Old Inn gerechtigd is tot opschorting van haar betalingsverplichting vanwege lekkage.
correctwordt uitgevoerd. Dat betekent dat [de leverancier] ook de lekkage moet verhelpen tijdens de montage. Omdat [de leverancier] ten opzichte van Old Inn “eerder” in gebreke is met het voldoen van haar verplichting en nog niet heeft voldaan aan de montageverplichting, is Old Inn (nog steeds) gerechtigd om de betalingsverplichting op te schorten.
geheleresterende bedrag mag opschorten. Er dient namelijk ook voldaan te worden aan de proportionaliteits-eis. Bij het eerdere vonnis was sprake van ontbrekende onderdelen en een gebrek aan montage. Nu moet nog slechts de montage plaatsvinden. In dat kader is de vraag wat de waarde is van de niet nagekomen prestatie (lees: de montage van de nog geleverde onderdelen en het verhelpen van de lekkage). Bij gebreke aan aanknopingspunten begroot de kantonrechter deze op een totaal van € 2.500,00. Aangezien Old Inn (veel) meer heeft opgeschort dan voormeld bedrag, is zij in verzuim met betrekking tot het ten onrechte opgeschorte deel. Dat betekent dat toewijsbaar is € 8.528,96 – € 2.500,00 = € 6.028,96. De kantonrechter is uitgegaan van een hoofdsom van € 8.528,96, omdat Old Inn zelf aan [de leverancier] heeft gevraagd de materialen te leveren [7] . Dat Old Inn na ontvangt van deze materialen van gedachten is veranderd, maakt dit oordeel niet anders. Dat komt voor rekening en risico van Old Inn.
- Old Inn in de lente en zomer op haar terras door de lekkages gemiddeld 2 tafels niet kan benutten,
- op basis van langjarige gemiddelden dit circa 77 dagen per jaar betreft,
- dit tot circa € 77.000,00 schade per jaar leidt uitgaande van een bruto marge van