Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.CONVERDIS HOLDING B.V.,
2.
de vennootschap onder firma [V.O.F.],
Rechtbank Limburg
Converdis Holding en een vennootschap onder firma (V.O.F.) vorderden een voorlopige voorziening tot betaling van facturen van Tas Venray, met een bedrag van €44.103,--. Tas Venray voerde verweer en stelde dat de facturen te hoog waren en dat sprake was van schending van geheimhoudingsbedingen, wat leidde tot beëindiging van de samenwerking. De rechtbank oordeelde dat Converdis Holding en V.O.F. onvoldoende spoedeisend belang hadden aangetoond, mede omdat de financiële nood niet aannemelijk was gemaakt en de facturen niet duidelijk toewijsbaar waren aan de eisers.
Daarnaast vorderde Tas Venray aanhouding van de hoofdzaak totdat onherroepelijk was beslist op een incident tot voeging in een andere procedure tegen Converdis BV. De rechtbank achtte de aanhouding toewijsbaar vanwege de feitelijke en juridische samenhang tussen de procedures en het belang van doelmatige procesvoering. Converdis Holding en V.O.F. reageerden niet op dit incident.
De rechtbank wees de voorlopige voorziening af, wees de aanhouding toe en veroordeelde Converdis Holding en V.O.F. in de proceskosten. De hoofdzaak werd aangehouden totdat op de voeging is beslist. Het vonnis werd gewezen door rechter Roeffen en op 25 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af, wijst de aanhouding toe en veroordeelt Converdis Holding en V.O.F. in de proceskosten.