Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026.
2.De feiten
- [eiser] dient binnen drie dagen nadat mr. Geradts aan mr. Vorbach de definitieve datum van scheiding kenbaar heeft gemaakt, een aanvraag in ter verkrijging van een financiering om [gedaagde] te kunnen uitbetalen. [eiser] verstrekt gegevens aan [gedaagde] waaruit blijkt dat de [eiser] binnen de gestelde termijn aan de indiening van de aanvraag heeft voldaan;
- [eiser] betaalt binnen drie dagen nadat mr. Gerardts aan mr. Vorbach de definitieve datum van scheiding kenbaar heeft gemaakt, als voorschot op de betaling van € 320.777,00, een bedrag van € 40.000,00 aan [gedaagde] op [rekeningnummer] ten name van [gedaagde] . (…);
- [eiser] zet spoed op de offerte-aanvraag. Partijen komen overeen dat de levering van de echtelijke woning en uitbetaling van de resterende gelden van € 280.777,00 zo spoedig mogelijk, echter uiterlijk binnen 8 weken na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking via [notaris] plaatsvindt.
3.Het geschil
- opheffing van de op 21 januari 2026 op verzoek van [gedaagde] gelegde executoriale derdenbeslagen onder de ABN AMRO Bank N.V., ASN Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A.;
- [gedaagde] te verbieden om binnen 24 uur na betekening van het te redigeren vonnis op enigerlei wijze executiemaatregelen dan wel rechtsmaatregelen te treffen met als oogmerk te bewerkstelligen dat [eiser] voldoet aan de bij beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond d.d. [datum] 2023 bepaalde partneralimentatie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 (dan wel een ander door de rechtbank in goede justitie bepaald bedrag) per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding blijft voortduren;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 200,00 (beslagkosten banken) aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening;
- [gedaagde] te veroordelen in de werkelijke kosten en nakosten van dit geding bestaande uit de volledige feitelijke door [eiser] gemaakte kosten van de salarissen en de verschotten van de advocaat van [eiser] en de andere redelijke en evenredige kosten die [eiser] heeft gemaakt, althans de proceskosten en nakosten conform het geliquideerd tarief, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro| daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening.