Uitspraak
RECHTBANK Limburg
C/03/341694 / HA ZA 25-205(zaak A) van
C/03/343333 / HA ZA 25/297(zaak B) van
1.De procedure in de zaak A
2.De procedure in de zaak B
3.De feiten
4.Het geschil
€ 535.308,10 vermeerderd met rente aan [persoon 1] te voldoen, vermeerderd met de (werkelijke subsidiair forfaitaire) proceskosten en rente daarover.
primair: een verklaring voor recht dat de LWLG aandelen van erflater reeds tijdens leven voor 100% aan [persoon 2] toekwamen, op grond van overeenkomsten, danwel op grond van afstand van recht door [persoon 1],
5.De beoordeling
6.De beslissing
4 maart 2026voor akte uitlating omtrent het niet-ontvankelijkheidsverweer in zaak A
aan de zijde van [persoon 1],
4 maart 2026voor akte uitlating omtrent de ontvankelijkheid van [persoon 2] in zijn vorderingen in zaak B aan de zijde van
beidepartijen,