3.4Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Feit in de zaak met parketnummer 03.064207.24: woninginbraak in Heythuysen
Omdat de verdachte dit tenlastegelegde feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank in deze zaak volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen,
gelet op:
- de aangifte van [slachtoffer 1];
- het aanvullend proces-verbaal aanvullend verhoor [slachtoffer 1];
- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de aanhouding van de
verdachte;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd bij de politie.
Feit 1 in de zaak met parketnummer 03.194699.24: woninginbraak in Roermond
Omdat de verdachte dit tenlastegelegde feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank in deze zaak volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen,
gelet op:
- de aangifte van [slachtoffer 3];
- de verklaring van de getuige [naam 1];
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd bij de politie.
Feit 2 in de zaak met parketnummer 03.194699.24: woninginbraak in Maasbree
Op 8 januari 2024 deed
[slachtoffer 4] aangiftevan inbraak in zijn woning gelegen aan de [adres 3] te Maasbree, gemeente Peel en Maas, en verklaarde onder meer het volgende:
Op zaterdag 6 januari 2024, omstreeks 14.00 uur, verliet ik mijn woning met mijn vrouw. We hadden alle deuren op slot gedaan doormiddel van een sleutelslot op de deuren en wij hadden alle ramen gesloten waardoor wij zeker weten dat het hele huis was afgesloten. Op dezelfde dag, omstreeks 20.10 uur, kwamen wij terug bij onze woning. Wij vermoeden dat de daders via het keukenraam binnen waren gekomen. Na nader onderzoek op het keukenraam zagen wij dat er schade was aan het keukenraam en deze van buitenaf was opengebroken. Het keukenraam is te bereiken vanaf de achtertuin. (…) Kleding en goedkope sieraden zijn overal achtergelaten. Na onderzoek kwamen wij erachter dat het volgende weg was:
- Vijf messen, welke in een lade zaten in de woonkamer. Waarde ongeveer 40 euro.
- Een damesjas, maat 42, zwart van kleur, kraag en muts, met wintervoering. Op de kraag zat een reflector aan de achterzijde. Waarde ongeveer 400/500 euro.
- HEOS 2 luidspreker. Piramide Box. Zwart van kleur, draadloos. Waarde ongeveer 300/350 euro.
- Witte Parelketting welke van de moeder van mijn vrouw was.
- Kobaltblauwe dameshorloge. Horloge is rechthoekig met kobaltblauwe met gele item op de wijzerplaat. De rand is goudkleurig.
Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 8 januari 2024 de
camerabeeldenbekeken. De beelden zijn afkomstig van de bewoners aan de [adres 7] . Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft het volgende gerelateerd:
Ik zie dat de camera zicht heeft op de Klaverstraat ter hoogte van dit perceel.
Ik zie op 18:35:10 een personenauto die zwart van kleur is rijden. Ik zie dat deze vanaf de camera kijkend naar rechts rijdt in de richting van de Akelei. Ik zie dat deze personenauto op de kruising Klaverstraat en Akelei stilstaat. Ik zie dat deze auto al remmend door de Akelei rijdt in een zachtjes tempo. Ik zie dat deze auto halverwege de Akelei kort achteruit rijdt en hierna weer naar voren rijdt. Ik zie dat deze auto om 18:36:02 uit beeld rijdt. Ik zie op 18:36:19, dat dezelfde auto weer in beeld rijdt en op de Akelei parkeert achter twee andere auto's. Ik zie dat drie personen uit de auto stappen. Ik zie dat één persoon een zaklamp draagt. Ik zie dat de drie personen via de Akelei naar rechts afsloegen en op de Klaverstraat liepen.
Ik zag dat de drie mannen om 18:37:22, links uit beeld liepen. Ik zag dat drie mannen om 18:53:15 in beeld liepen. Ik zag dat deze mannen lijken op de drie mannen welke eerder waren omschreven. Ik zag dat persoon 1 een tas vast had in zijn rechterhand. Ik zag dat de twee andere mannen achter persoon 1 liepen. Ik zag dat één persoon, waarvan ik niet weet wie van de drie dit is, een lange jas droeg. Ik zag dat deze jas een reflector heeft aan de achterzijde van de jas ter hoogte van de nek. Ik zag dat de drie mannen om 18:53:41 dezelfde auto openden als de auto die voorheen was omschreven. Ik zag dat alle drie de mannen in de auto stapten.
Op zondag 7 januari 2024 werd een
forensisch onderzoekverricht in de vrijstaande woning aan de [adres 3] te Maasbree. Tijdens dit onderzoek werden verschillende sporen veiliggesteld, waaronder een handschoenspoor (aangetroffen op de buitenzijde van het inklimraam) dat werd bemonsterd op eventueel aanwezig DNA-materiaal (SIN-nummer:
AAQY4098NL).
Op 11 januari 2024 is dit handschoenspoor voor een
DNA-onderzoekverzonden aan het TMFI. Resultaat van het DNA-onderzoek:
AAQY4098NLBuitenzijde ruit inklimraam
- DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
- Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA- hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Uit het door TMFI ingesteld
vergelijkend DNA-onderzoekbleek dat het spoor met SIN-nummer
AAQY4098NLis geïdentificeerd op het DNA profiel onder de volgende personalia:
[verdachte] , geboren op [geboortegegevens] 1982 te [geboorteplaats] .
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met anderen op 6 januari 2024 in de woning aan de [adres 3] te Maasbree heeft ingebroken, waarbij messen, een jas met een reflector die later op de camerabeelden is terug te zien bij de daders, een luidspreker en sieraden werden weggenomen. De rechtbank concludeert dat het DNA van de verdachte is gevonden in een evident daderspoor. De verklaring van de verdachte dat hij daar “misschien is langsgelopen en zijn DNA mogelijk door uitgeademde lucht daar is aangetroffen” acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk. De rechtbank acht de ten laste gelegde woninginbraak daarom wettig en overtuigend bewezen.
Feit 3 in de zaak met parketnummer 03.194699.24: woninginbraak in Venlo
Op 20 februari 2024 deed [slachtoffer 5] , namens haar moeder,
aangiftevan inbraak in de woning gelegen aan de [adres 4] te Venlo, en verklaarde onder meer het volgende:
Ik doe namens mijn moeder aangifte van woninginbraak. Op donderdag 16 februari 2024, omstreeks 14.00 uur, is de zus van mijn moeder in de woning geweest. Op dat moment was nog alles intact en waren er geen goederen weg. Op dinsdag 20 februari 2024, omstreeks 15.00 uur, kwam de zus van mijn moeder weer in de woning. Ze liep richting de slaapkamer en zag dat de raam vernield was. Ze zag dat de lades in de slaapkamer open stonden. Ze zag dat er sieraden weg waren.
In aanvulling op de aangifte zijn de volgende goederen bij de woninginbraak ontvreemd:
gouden hanger met een sterrenbeeld van Vissen eraan;
gouden hanger met een hoofd;
gouden hanger Mezuza;
een set van gouden hanger, oorbellen en een armband;
zilveren broche met een accordeon;
zilveren brede schakelarmband;
zilveren medaille van bloeddonor;
gouden oorbellen Krioelen, een kant wit goud en een kant geel goud;
armband gouden met close for ever schakel *armband gourmet schakel;
gouden ketting uit Indochinese;
gouden ketting van oma van melder;
gouden broches *horloge van vader van melder;
gouden manchette knoppen van vader van melder;
gouden zegelring van vader in 3 kleuren goud;
2 parelkettingen *broche van de PTT onderscheiding van vader, zilver;
3 dunne gouden kettingen om iets aan te hangen;
600 euro cash;
een zwarte leren jas.
Op woensdag 21 februari 2024 werd een
forensisch onderzoekverricht in voornoemde hoekwoning. De woning is van [naam 2] . Tijdens dit onderzoek werden meerdere sporen bemonsterd op eventueel aanwezig DNA-materiaal en veiliggesteld, waaronder een duidelijk handschoenspoor (voorzien van SIN:
AAQY4112NL) dat op de ruit van het slaapkamerraam is aangetroffen.
Dit handschoenspoor is voor een
DNA-onderzoekverzonden aan het TMFI.
Resultaat van het DNA-onderzoek:
SIN AAQY4112NLHandschoenspoor, buitenzijde ruit inklimraam
- DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
- Mogelijke donor: Onbekende man A (match met spoor uit andere zaak)*
- Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
Uit het door TMFI ingesteld
vergelijkend DNA-onderzoekbleek dat het spoor met SIN-nummer
AAQY4112NLis geïdentificeerd op het DNA profiel onder de volgende personalia:
Onbekende man A is opgenomen in DNA-profielcluster 57903en is verdachte [verdachte] , geboren op [geboortegegevens] 1982 te [geboorteplaats] .
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte in de periode tussen 15 februari 2024 tot en met 20 februari 2024 in de woning aan de [adres 4] in de gemeente Venlo heeft ingebroken, waarbij voornamelijk veel sieraden werden weggenomen. De rechtbank concludeert dat het DNA van de verdachte is gevonden in een evident daderspoor. De verdachte heeft hiervoor geen redelijke verklaring gegeven. De rechtbank acht de ten laste gelegde woninginbraak daarom wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is van medeplegen van deze woninginbraak, nu wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van een tweede persoon bij deze inbraak ontbreekt.
Feit 4 in de zaak met parketnummer 03.194699.24: woninginbraak in Beegden
Uit de aangifte van [slachtoffer 6] blijkt dat in de periode tussen 21 februari 2024 en 23 februari 2023 een inbraak is gepleegd in zijn woning aan de [adres 5] te Beegden. Bij die inbraak zijn verschillende goederen buitgemaakt. Nu de ten laste gelegde periode loopt van 15 februari 2024 tot en met 20 februari 2024 en de inbraak – blijkens de aangifte – buiten deze periode heeft plaatsgevonden, kan de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komen en spreekt zij de verdachte van dit feit vrij.
Feit in de zaak met parketnummer 03.233214.24: woninginbraak in Beesel
Op 10 januari 2024 deed
[slachtoffer 7] aangiftevan inbraak in haar woning gelegen aan de [adres 6] te Beesel. Zij verklaarde onder meer het volgende:
Ik doe aangifte van diefstal. Ik woon in een huurwoning van Nester gelegen op de [adres 6] te Beesel. Ik was op woensdag 10 januari 2024 de hele dag thuis tot 15.30 uur. Op genoemd tijdstip ging ik naar tante [naam 3] . Toen ik de woning verliet, waren alle deuren op slot. In de avond van woensdag 10 januari 2024 om 19.30 uur kwam ik weer thuis. Ik liep achterom naar de achterdeur. Ik zag dat de zeilwand open was. Toen ik doorliep, zag ik dat de achterdeur wagenwijd openstond. Ik keek naar het achterraam en zag dat deze beschadigd was. Ik zag dat deze verbogen was. Ik zag op de slaapkamer dat mijn juwelenkistje openstond. Ik zag dat er meerdere goederen weg waren uit het kistje:
- gouden trouwring voorzien van datum 21-12-2021
- gouden ring met steentje
- gouden ketting met [naam 4]
- gouden armband met klipjes.
- 2 zilveren armbandjes voorzien van naam [naam 5] en van [naam 6] .
- zilver kruisje aan de ketting van de communie.
De totale waarde hiervan was rond de 400 à 500 euro. Ik liep terug naar beneden en keek in de kast. Deze is gelegen in de gang. Ik zag dat de tassen die daarin lagen ook weg waren.
Na de aangifte kwam aangeefster erachter dat er nog meer goederen bij de inbraak weg waren genomen, te weten:
- 1 gouden ring met een ovaal groene steen en Zirkonia.
- 1 gouden ring met een blauwe Safier steen en 12 diamantjes hieromheen.
- 1 gouden zwaluw met een Zirkonia steentje in het midden.
- 1 Gouden broche met groene agaat erop.
- 1 Gouden schildpadje.
Verbalisanten [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3]zien ter plaatse de schade aan de achterdeur van de woning aan de [adres 6] te Beesel.Van de schade aan de achterdeur bevindt zich een foto in het dossier.
Op donderdag 11 januari 2024 werd een
forensisch onderzoekverricht in voornoemde twee-onder-een-kapwoning. Tevens werd een veegspoor op een ruit bemonsterd op eventueel aanwezig DNA-materiaal (met SIN:
AAPM7988NL).
Op 22 januari 2024 is het hierna te noemen spoor voor een
DNA-onderzoekverzonden aan het TMFI.Resultaat van het DNA-onderzoek:
SIN AAPM7988NLveegspoor buitenzijde ruit woonkamerraam.
- DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man, dat geschikt is voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een persoon.
Op 11 juni 2024 werd verzocht de DNA-profielen van de volgende personen te vergelijken met de eerder in de zaak verkregen DNA-profiel van het sporenmateriaal
AAPM7988NL.
Resultaat van het vergelijkend DNA-onderzoek
SIN AAPM7988NLveegspoor buitenzijde ruit woonkamerraam.
- DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
- Mogelijke donor: Verdachte [verdachte] .
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van verdachte [verdachte] WABZ3124NL in de bemonstering
AAPM7988NLis de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] en één onbekende persoon.
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende personen
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker (meer dan 1 miljard) wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 10 januari 2024 in de woning aan de [adres 6] in de gemeente Beesel heeft ingebroken, waarbij sieraden en tassen werden weggenomen. De rechtbank concludeert dat het DNA van de verdachte is gevonden in een evident daderspoor. De verdachte heeft hiervoor geen redelijke verklaring gegeven. De rechtbank acht de ten laste gelegde woninginbraak daarom wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is van medeplegen van deze woninginbraak, nu wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van een tweede persoon bij deze inbraak ontbreekt.