Eiser heeft een lening afgesloten bij DUO voor inburgering en is verplicht deze terug te betalen volgens het besluit van de staatssecretaris. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelde eiser beroep in tegen dit terugbetalingsbesluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat het onderscheid dat de staatssecretaris maakt tussen asielstatushouders en andere inburgeraars gerechtvaardigd is en het terugbetalingsbesluit evenredig is.
De rechtbank constateert echter dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure is geschonden, omdat eiser niet in de gelegenheid is gesteld zijn belangen kenbaar te maken. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiser in beroep alsnog zijn standpunt kon toelichten. Vanwege deze schending veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
De rechtbank benadrukt dat de terugbetaling van de lening rekening houdt met de draagkracht van eiser, waardoor hij momenteel geen maandelijkse betalingen hoeft te doen. De restschuld wordt na tien jaar kwijtgescholden. De financiële situatie van eiser en de gestegen rente leiden niet tot een onevenredig besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het terugbetalingsbesluit blijft in stand.