ECLI:NL:RBLIM:2026:1261

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
ROE 24/4071
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019Art. 28 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing maatwerkvoorziening scootmobiel en scootmobielsafe wegens passende algemene voorziening en goedkopere alternatieven

Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een financiële vergoeding voor een zelf aangeschafte scootmobiel en een scootmobielsafe. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser gebruik kan maken van een scootmobiel uit de algemene voorziening en omdat er een goedkopere adequate voorziening bestaat voor de scootmobielsafe.

De rechtbank stelt vast dat eiser meerdere medische beperkingen heeft en een Wlz-indicatie. Het college heeft eerder een scootmobiel toegekend, maar deze maatwerkvoorziening ingetrokken toen de algemene voorziening beschikbaar kwam. Eisers zijn ontevreden over de kwaliteit van de scootmobielen uit de algemene voorziening en hebben zelf scootmobielen aangeschaft, maar het college stelt dat de algemene voorziening adequaat is en dat de medische noodzaak voor extra aanpassingen niet is aangetoond.

De rechtbank oordeelt dat de algemene voorziening een passende bijdrage levert en dat de door eiser genoemde problemen met de scootmobielen niet voldoende zijn onderbouwd. Ook is de eigen bijdrage voor de algemene voorziening niet onbetaalbaar verklaard. Voor de scootmobielsafe is een goedkopere voorziening mogelijk door aanpassing van de tuinpoort en aanleg van een stroomaansluiting in de berging, die samen minder kosten dan de scootmobielsafe. Eisers hebben geen aanvraag gedaan voor de poortaanpassing en hebben de drempelhulp verwijderd, waardoor het college niet kon onderzoeken of deze adequaat was.

Het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat eisers niet concreet hebben gemaakt welke onbillijke gevolgen er zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eisers geen vergoeding van proceskosten krijgen.

Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening scootmobiel en scootmobielsafe is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 24/4071

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026

in de zaak tussen

[eisers] , uit [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. J.E.A.H. Verstraelen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, het college
(gemachtigden: mr. M.A. Otte en P.H.J.M Kalmar).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers hebben een financiële vergoeding gevraagd voor de aanschaf van een scootmobiel en een scootmobielsafe voor eiser. Het college heeft de aanvraag voor zover die ziet op de scootmobiel afgewezen, omdat eiser gebruik kan maken van een scootmobiel uit de algemene voorziening. De aanvraag voor zover die ziet op de scootmobielsafe heeft het college afgewezen, omdat er een goedkopere adequate voorziening bestaat. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De algemene voorziening scootmobielen levert een passende bijdrage ter compensatie van de beperkingen van eiser op het gebied van het zich verplaatsen over korte afstanden. Het college heeft de aanvraag om een maatwerkvoorziening in de vorm van (een financiële tegemoetkoming voor) een scootmobiel dan ook terecht afgewezen. Aanpassing van de tuinpoort en het realiseren van een stroomaansluiting in de berging zijn een goedkopere adequate voorziening dan het verstrekken van een (financiële tegemoetkoming voor een) scootmobielsafe. Het college heeft de aanvraag van eiser om een maatwerkvoorziening in de vorm van een (financiële tegemoetkoming voor een) scootmobielsafe daarom mogen afwijzen. Het beroep op een hardheidsclausule slaagt ook niet. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 10 november 2023 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) in de vorm van een financiële vergoeding van de kosten van een door eisers aangeschafte scootmobiel en een scootmobielsafe. Blijkens de melding van 2 mei 2023 gaat het om een bedrag van € 7.015,00 voor de scootmobiel en € 3.594,00 voor de scootmobiel-safe. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 11 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 augustus 2024 op het bezwaar van eisers (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Bij brief van 13 november 2025 heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting vragen aan partijen gesteld.
2.3.
Het college heeft op 13 november 2025 een reactie toegestuurd. Eisers op 28 november 2025.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 (gevoegd) op zitting behandeld (met het beroep in de zaak ROE 24/3709). Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van het college. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. Er wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan in beide zaken.

Beoordeling door de rechtbank

De niet betwiste feiten
3. De rechtbank stelt vast dat de volgende feiten tussen partijen niet betwist zijn.
4. Eiser mist een buikwand, buikspieren en rugspier. Hij draagt daarom een korset dat zijn ingewanden bij elkaar houdt. Er zijn verschillende (andere) medische problemen. Eiser heeft daarom een Wlz-indicatie.
5. Eiseres is de echtgenote en mentor van eiser.
Ten aanzien van de scootmobiel
6. Het college heeft aan eiser, bij besluit van 19 februari 2021, een maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel toegekend op grond van de WMO 2015.
7. Vanaf 1 augustus 2022 kunnen inwoners van de gemeente Maastricht gebruik maken van de algemene voorziening scootmobielen.
8. Het college heeft de aan eiser toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel ingetrokken bij besluit van 24 november 2022, omdat eiser met ingang van 1 januari 2023 gebruik maakte van een scootmobiel uit de algemene voorziening. Deze algemene voorziening wordt uitgevoerd door Welzorg.
9. Eind februari 2023 heeft eiser aangegeven niet langer gebruik te willen maken van de algemene voorziening scootmobielen, omdat hij ontevreden is over de kwaliteit van de verstrekte scootmobielen. In maart 2023 heeft hij de scootmobiel uit de algemene voorziening ingeleverd.
10. Daarna heeft eiser, omstreeks 8 mei 2023, zelf een scootmobiel gekocht bij Mobilae ten bedrage van € 6.995,00 en de in overweging 2 genoemde aanvraag gedaan.
11. Omdat eiser niet tevreden was over de scootmobiel van Mobilae heeft hij deze geretourneerd en bij een andere aanbieder een Pride XL 140 S scootmobiel gekocht. De factuur is van 25 januari 2024 en bedraagt € 5.344,00. In oktober 2025 heeft eiser voor laatstgenoemde scootmobiel een andere accu gekocht ten bedrage van € 3.000,00.
Ten aanzien van de scootmobielsafe
12. Bij besluit van 11 maart 2022 heeft het college aan eiser een woonvoorziening toegekend in de vorm van de aanleg van een stroomvoorziening in de berging in de tuin van de woning van eisers, zodat de scootmobiel van eiser daar kan worden opgeladen. Over de leveringsvorm staat in het besluit dat aan Servatius (de verhuurder van eisers) een financiële tegemoetkoming wordt toegekend ten bedrage van € 957,80. Een afschrift van het besluit is verzonden naar Servatius met het verzoek opdracht te geven tot uitvoering, financieren en gereedmelden van de woningaanpassing, zo staat in het besluit. Tot op heden is de stroomaansluiting niet gerealiseerd.
13. Uit een ondersteuningsplan dat is opgesteld naar aanleiding van een huisbezoek op 19 december 2022 [1] blijkt dat eiser belemmeringen ervaart bij de toegang tot de achtertuin met zijn scootmobiel. De poort is te smal om de draai met de scootmobiel te kunnen maken. Een maatwerkvoorziening in de vorm van het verwijderen van de tuinpoort en het plaatsen van een bredere poort kan een oplossing bieden. Voor de aanpassing is een offerte gevraagd aan Servatius. Wanneer eiser akkoord gaat met deze aanpassing, wordt de offerte meegenomen, zo staat in het ondersteuningsplan. Eiser heeft geen aanvraag gedaan voor aanpassing van de poort.
Levert de algemene voorziening scootmobielen een passend bijdrage voor eiser?
14. Volgens eiser is een scootmobiel uit de algemene voorziening voor hem niet passend, omdat Welzorg kapotte en onverzekerde scootmobielen levert. Hij heeft daardoor een ongeval gehad. De door eiser aangeschafte scootmobiel heeft de juiste vering, stevigheid, betrouwbaarheid en veiligheid voor de buik van eiser. Ter zitting heeft eiser daaraan toegevoegd dat Welzorg hem geen scootmobiel meer wil leveren en dat de door eiser aangeschafte scootmobiel een grotere actieradius heeft, een sterkere motor, zwaardere banden, vier wielen en dat de bestuurderspositie goed instelbaar is in verband met de omvang van eiser. Voor de algemene voorziening moet eiser bovendien een eigen bijdrage betalen, terwijl dat niet mag omdat hij in de Wlz zit.
15. Het college stelt zich op het standpunt dat zelfs als de door eiser aangeschafte scootmobiel de door eiser genoemde kenmerken zou hebben, deze eigenschappen niet medische noodzakelijk zijn voor eiser. Voor andere aanpassingen dan extra vering bestaat volgens de medisch adviseur van Salude (advies van 17 juli 2024) geen medische noodzaak. Welzorg biedt vanuit de algemene voorziening scootmobielen aan uit de comfort-klasse (categorie c), die standaard zijn voorzien van extra zware vering. De scootmobielen waarvan eiser tot maart 2023 gebruikmaakte (Trophy 6 en Pride Zolar) behoren tot die categorie. In de algemene voorziening is ook een servicepakket begrepen bestaande uit onder meer onderhoud, reparatie, pechhulp en wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Ter zitting heeft het college weersproken dat Welzorg zou weigeren een scootmobiel aan eiser te leveren. De algemene voorziening biedt voor eiser een adequate compensatie voor zijn beperkingen. Het is bovendien toegestaan een eigen bijdrage te rekenen voor een algemene voorziening. Eiser heeft ook niet aangevoerd dat hij die niet kan betalen.
16. Met het college is de rechtbank van oordeel dat de medische noodzaak van de door eiser gestelde kenmerken van de door hemzelf aangeschafte scootmobiel niet vaststaat. De medisch adviseur van Salude heeft namelijk aangegeven dat naast de reeds toegekende extra geveerde scootmobiel er verder geen individuele aanpassing meer noodzakelijk is. Enkel een extra geveerde scootmobiel is naar de mening van de medisch adviseur van Salude voldoende om de beperkingen van eiser redelijkerwijs te compenseren. In het medisch advies staat dat de medisch adviseur ter plekke inzage heeft gehad in het medisch dossier van eiser, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat de medisch adviseur ook de brief van dokter [naam] , waar eiser veelvuldig naar heeft verwezen, bij zijn advies heeft betrokken. Het college mag op een advies van een deskundige afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [2] Nu het college in het bestreden besluit aangeeft zich daarvan te hebben vergewist en eiser dat niet heeft weersproken, is de rechtbank van oordeel dat het college het advies van Salude aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen. Het college kon zich op basis daarvan op het standpunt stellen dat de scootmobielen uit de algemene voorziening een passende bijdrage leveren ter compensatie van de beperkingen van eiser op het gebied van het zich verplaatsen over korte afstanden. Dat de scootmobielen uit de algemene voorziening extra geveerd zijn staat tussen partijen namelijk niet ter discussie.
16.1
De rechtbank begrijpt het standpunt van eiser dat Welzorg kapotte en onverzekerde scootmobielen levert zo, dat eiser stelt dat de scootmobielen uit de algemene voorziening om die redenen geen passende bijdrage leveren (niet adequaat zijn). De rechtbank volgt eiser daarin niet. Dat (ook) een scootmobiel uit de algemene voorziening wel eens kapot kan gaan, maakt niet dat de algemene voorziening scootmobielen daardoor geen passende bijdrage levert ter compensatie van de beperkingen van eiser. Van belang is wel dat er in geval van een mankement reparatie plaatsvindt, een vervangende scootmobiel wordt verstrekt en (desnoods) pechhulp. Dat dit door Welzorg niet is gedaan, heeft eiser niet onderbouwd, terwijl het college heeft toegelicht dat dit behoort tot het servicepakket dat is inbegrepen in de algemene voorziening en stelt dat uit navraag bij Welzorg is gebleken dat deze service ook daadwerkelijk aan eiser is geleverd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat ook aan eiser de service uit het servicepakket is verleend. Dat het niettemin vervelend is wanneer een scootmobiel (vaker) kapot gaat, acht de rechtbank invoelbaar. Verder is niet gebleken dat het ongeluk dat eiser heeft gehad het gevolg is van een technisch mankement aan de scootmobiel (uit de algemene voorziening). Evenmin is gebleken dat Welzorg onverzekerde scootmobielen levert. De rechtbank gaat daar daarom niet vanuit. Gelet op het voorgaande heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de algemene voorziening scootmobielen voor eiser een adequate voorziening is. Dat Welzorg helemaal geen scootmobiel meer aan eiser zou leveren heeft eiser pas ter zitting naar voren gebracht en niet onderbouwd. Het college heeft dat weersproken met de stelling dat hem daarvan niets bekend is. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank dat voldoende om ook daar niet vanuit te gaan en ziet ook daarin dus geen reden om de algemene voorziening scootmobielen voor eiser niet adequaat te achten.
16.2
Het gaat het bestek van deze uitspraak te buiten te beoordelen of aan eiser, als Wlz-gerechtigde, een eigen bijdrage mag worden opgelegd voor het gebruik van de algemene voorziening scootmobielen. Wanneer deze eigen bijdrage aan eiser wordt opgelegd, kan hij daartegen rechtsmiddelen aanwenden. Dat is op dit moment echter niet aan de orde. De rechtbank begrijpt het standpunt van eisers dat aan hem geen eigen bijdrage mag worden gevraagd voor een scootmobiel uit de algemene voorziening daarom zo dat de algemene voorziening voor hem geen passende bijdrage levert vanwege de eigen bijdrage die daar
in beginselvoor moet worden betaald. Binnen het bestek van de beoordeling van het bestreden besluit valt wel dat de rechtbank beoordeelt of het college heeft onderzocht of de algemene voorziening in het individuele geval van eiser ook financieel haalbaar is. Als dat niet het geval is, dan is de algemene voorziening voor eiser namelijk geen adequate oplossing. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat eiser niet heeft gesteld dat hij de eigen bijdrage niet kan dragen, zodat het college daarin geen aanleiding hoefde te zien om de algemene voorziening scootmobielen voor eiser niet adequaat te achten.
16.3
Deze beroepsgrond slaagt gelet op het voorgaande niet. De algemene voorziening scootmobielen levert een passende bijdrage ter compensatie van de beperkingen van eiser op het gebied van het zich verplaatsen over korte afstanden. Het college heeft de aanvraag om een maatwerkvoorziening in de vorm van een (financiële tegemoetkoming voor de kosten van de door eisers zelf aangeschafte) scootmobiel dan ook terecht afgewezen.
Is er een goedkopere adequate voorziening dan de scootmobielsafe?
17. Volgens eiser kan hij zijn scootmobiel niet stallen in de berging in de tuin van zijn woning. De brandgang naar de tuin is namelijk te smal, de tuinpoort ook en hij kan de berging niet in, omdat er een drempel is. Bovendien is de stroomaansluiting in de berging nog steeds niet gerealiseerd.
18. Het college stelt zich op het standpunt dat eiser zijn scootmobiel wel in de berging kan stallen en opladen. De brandgang naar de tuin is breed genoeg. De tuinpoort is inderdaad te smal voor eiser om met zijn scootmobiel de draai te kunnen maken, maar het college heeft in het ondersteuningsplan van 16 januari 2023 al aangegeven de poort te willen laten vervangen door een bredere. Eiser heeft daarvoor alleen geen aanvraag gedaan. Dat kan nog steeds. Verder was voor de berging een drempelhulp aanwezig. Alleen heeft eiser die verwijderd zonder het college in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of deze voldeed.
19. Naar het oordeel van de rechtbank stelt het college zich terecht op het standpunt dat het stallen van de scootmobiel in de berging een goedkopere adequate voorziening is. Het college heeft overtuigend toegelicht en met stukken onderbouwd dat de kosten van het aanpassen van tuinpoort en het aanleggen van stroom in de berging lager zijn dan de kosten van de scootmobielsafe waarvoor eisers een vergoeding hebben gevraagd.
19.1
In 2022 zou de stroomaansluiting in de berging € 957,80 hebben gekost. Dat blijkt uit het toekenningsbesluit van 11 maart 2022 en bijlage 2 bij dat besluit. In beroep heeft het college becijferd wat de kosten ten tijde van het bestreden besluit zouden zijn geweest, gelet op de stijging van bouwkosten sinds 2022. In 2024 zou de stroomaansluiting in de berging € 1.039,00 hebben gekost. De rechtbank gaat uit van de kosten in 2024, omdat zij niet heeft kunnen vaststellen dat de stroomaansluiting in 2022 niet is gerealiseerd door toedoen van eisers.
19.2
De verbreding van de poort zou in 2024 € 1.933,00 hebben gekost, zo heeft het college onderbouwd aan de hand van een offerte uit 2025 en een berekening naar het prijspeil van 2024.
19.3
Beide berekeningen en de bedragen die daaruit voortvloeien zijn door eisers niet weersproken, zodat de rechtbank daar vanuit gaat. Dat betekent dat de totale kosten voor het bereikbaar en geschikt maken van de berging voor het stallen en opladen van de scootmobiel in 2024 € 2.972,00 bedroegen.
19.4
Eisers hebben een vergoeding aangevraagd van € 3.594,00 voor een scootmobielsafe. Nu de kosten van het bereikbaar en geschikt maken van de berging
€ 2.972,00 bedroegen ten tijde van het bestreden besluit, heeft het college zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat dit een goedkopere voorziening is.
19.5
De rechtbank volgt eisers niet in hun standpunt dat de berging ook om andere redenen dan het ontbreken van een stroomaansluiting en de breedte van de poort niet geschikt is voor het stallen van de scootmobiel. Eisers hebben niet concreet gemaakt wat de afmetingen van de brandgang en van de scootmobiel zijn en waarom de brandgang voor eiser daardoor niet begaanbaar is. Zij hebben wel foto’s in het geding gebracht. Ter zitting heeft het college aangegeven kort voor de zitting de brandgang te hebben bezocht en te hebben vastgesteld dat die op het smalste punt 3,5 tegel (van 30 cm breed) en ongeveer 110 cm breed is en dat de scootmobiel van eiser daar dus doorheen moet kunnen. Dit is door eisers niet weersproken. De rechtbank acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de brandgang breed genoeg is voor eiser en zijn scootmobiel. Daarbij betrekt de rechtbank dat op de door eisers in het geding gebrachte foto’s een brandgang te zien is die 3 tegels breed is. Uitgaande van een tegelbreedte van 30 cm zou de brandgang (exclusief de afstand tussen de tegels) daarom (ten minste) 90 cm zijn. Dat is ook de breedte die in het programma van eisen aan een woning voor eiser, onder het kopje toegankelijkheid van de woning, is opgenomen als minimale breedte van het toegangspad. [3] Dat de brandgang in de praktijk niet begaanbaar is door (overhangende) beplanting, heeft eiser niet onderbouwd, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.
19.6
Eisers hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat de berging niet toegankelijk is (gemaakt) met een drempelhulp. De rechtbank volgt het college in het standpunt dat er voor de berging een drempelhulp aanwezig is die toegang tot de berging mogelijk maakt met een scootmobiel. In het ondersteuningsplan van 26 januari 2022 [4] , dat door eiseres is ondertekend, staat namelijk dat er drempelhulpen bij de toegang van de woning en de berging zijn aangebracht. Eiser heeft deze drempelhulpen echter verwijderd, zo blijkt uit het ondersteuningsplan naar aanleiding van het huisbezoek van 19 december 2022. [5] In dit ondersteuningsplan staat dat er in de achtertuin ongemonteerde drempelhulp
enliggen. Ter zitting heeft eiser bevestigd dat hij een drempelhulp heeft verwijderd. Hij gaf toen aan dat er slechts één drempelhulp aanwezig zou zijn geweest, namelijk bij de achterdeur. De rechtbank volgt eiser daarin niet, gelet op wat daarover in de ondersteuningsplannen staat. Dat de drempelhulp bij de berging te glad was en daarom onveilig, zoals eiser heeft gesteld, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Het college heeft er terecht op gewezen dat het niet de kans heeft gehad dit te onderzoeken, omdat eisers daarvan geen melding hebben gemaakt en de drempelhulpen op eigen initiatief hebben verwijderd. In de bezwaarfase, op 12 maart 2024, heeft het college bovendien bij een huisbezoek in het kader van een andere melding alsnog onderzoek willen doen naar de mogelijkheden voor stalling van de scootmobiel in de bering, maar toen hebben eisers geweigerd de Wmo-consulent binnen te laten. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling dat de berging niet toegankelijk is (gemaakt) met een drempelhulp.
19.6
Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft het college de goedkopere voorziening ook terecht adequaat geacht.
19.7
Kort voor de zitting hebben eisers, naar aanleiding van vragen van de rechtbank, laten weten de scootmobielsafe niet te hebben aangeschaft. In plaats daarvan hebben ze een “garage” (een soort tent) van € 97,99 aangeschaft. Dat doet aan de voorgaande overwegingen over de goedkopere adequate voorziening niet af. De “garage” is immers geen scootmobielsafe, zoals het college ter zitting terecht heeft aangevoerd, en de aanvraag die eisers hebben gedaan ziet ook niet op (een financiële tegemoetkoming voor) deze “garage”.
19.8
Deze beroepsgrond slaagt gelet op het voorgaande niet. Aanpassing van de tuinpoort en het realiseren van een stroomaansluiting in de berging zijn samen een goedkopere adequate voorziening dan het verstrekken van een (financiële tegemoetkoming voor een) scootmobielsafe. Nu in artikel 11, zesde lid, van de Verordening [6] is bepaald dat het college de goedkoopst adequate voorziening verstrekt, heeft het college de aanvraag van eiser om een maatwerkvoorziening in de vorm van (een financiële tegemoetkoming voor) een scootmobielsafe kunnen afwijzen. Het college hoefde geen aanleiding te zien om die goedkopere voorziening toe te wijzen, omdat de aanleg van een stroomvoorziening reeds is toegekend bij besluit van 11 maart 2022 en eiser de verbreding van de poort niet wil (aanvragen).
Moet de aanvraag toch worden toegewezen op grond van de hardheidsclausule?
20. Volgens eisers is er gelet op de bijzondere feiten en omstandigheden, te weten de uitzonderlijke lichamelijke beperkingen van eiser, aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.
21. Het college ziet geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.
22. Desgevraagd konden eisers ter zitting niet toelichten op welke hardheidsclausule zij een beroep beogen te doen. In de bijlage bij het bestreden besluit wordt artikel 28, derde lid, van de Verordening genoemd. Daarin staat dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de client kan afwijken van de bepalingen in de Verordening, indien toepassing van de Verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Voor zover eisers daarop een beroep hebben willen doen, overweegt de rechtbank het volgende. Nu eisers niet hebben gesteld van welke bepaling in de Verordening het college in hun geval had moeten afwijken en evenmin welke onbillijke gevolgen toepassing van die bepaling voor hen heeft, kan deze beroepsgrond niet slagen.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.M.L. Kousen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 6 februari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het ondersteuningsplan is niet voorzien van een datum en vermeldt als werkprocesnummer [nummer] . Volgens het college is dit ondersteuningsplan van 16 januari 2023.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juni 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:911.
3.Het programma van eisen gaat als bijlage 1 bij het besluit van 19 januari 2021, waarbij aan eisers een verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding is toegekend door het college. Dit besluit zit in het dossier van het beroep in de zaak ROE 24/3709 dat ter zitting gevoegd is behandeld met het onderhavige beroep.
4.Op dit ondersteuningsplan staan twee stempels. Op een van de stempels staat “Gemeente Maastricht 26 jan. 2022”.
5.Zie voetnoot 1.
6.De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019.