Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- huur: € 877,54 per maand
- water/WML: € 18,30 per maand
- NextEnergy: € 159,00 per maand
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen contractuele medehuurders, een man en een vrouw die samenwoonden in een huurwoning. Na een incident van huiselijk geweld waarbij de man de vrouw met een mes zou hebben bedreigd, is aan de man een huisverbod opgelegd en verblijft hij sindsdien elders. De man vordert het exclusieve gebruik van de woning, terwijl de vrouw dit eveneens vordert in reconventie.
De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging waarbij wordt meegewogen dat de man inmiddels elders onderdak heeft gevonden en een hoger inkomen heeft, maar dat de vrouw in de woning is gebleven en het huisverbod is opgelegd vanwege het geweldsincident. De rechter acht het aannemelijk dat de vrouw het meeste belang heeft bij het voorlopig gebruik van de woning.
De man wordt verboden de woning te betreden en veroordeeld tot een dwangsom bij overtreding. De vrouw moet binnen vier weken een bodemprocedure starten over het definitieve gebruik van de woning. Vorderingen van de vrouw tot bijdrage van de man in huur- en gebruikslasten worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw krijgt het tijdelijke exclusieve gebruik van de huurwoning toegewezen en de man wordt verboden de woning te betreden onder dreiging van een dwangsom.