ECLI:NL:RBLIM:2026:1011

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
11982557 \ CV EXPL 25-4877
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:653 lid 3 onder b BWArt. 19 lid 3 GrondwetArt. 13 arbeidsovereenkomstArt. 14 arbeidsovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer

Werknemer is sinds september 2023 in dienst bij SD Worx en heeft een concurrentiebeding dat hem na einde dienstverband beperkt om bij een concurrent te werken binnen 100 km gedurende 2 jaar. Hij wil overstappen naar een andere werkgever in een ander segment, maar SD Worx beroept zich op het concurrentiebeding.

De kantonrechter beoordeelt in kort geding of werknemer spoedeisend belang heeft en of het concurrentiebeding geschorst kan worden. Er is een wezenlijk verschil in werkzaamheden en marktsegment tussen SD Worx en de nieuwe werkgever, waardoor geen directe concurrentie is. SD Worx heeft onvoldoende onderbouwd dat werknemer over essentiële concurrentiegevoelige informatie beschikt.

De belangenafweging leidt tot het oordeel dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding, mede gezien zijn jonge leeftijd en betere arbeidsvoorwaarden bij de nieuwe werkgever. Daarom wordt het concurrentiebeding geschorst zodat werknemer met onmiddellijke ingang bij de nieuwe werkgever mag werken, totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist.

Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst zodat werknemer met onmiddellijke ingang bij de nieuwe werkgever mag werken totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11982557 \ CV EXPL 25-4877
Vonnis in kort geding van 9 februari 2026
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. C.A. Bosma,
tegen
SD WORX STAFFING SOLUTIONS B.V.,
te Heerlen ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.M.J.F. Sijben.
Partijen worden hierna aangeduid als [werknemer] en SD Worx .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 15 januari 2026 met producties 1 tot en met 15;
- de op 23 januari 2026 ter griffie ontvangen aanvullende producties 16 tot en met 21 aan de zijde van [werknemer] ;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8;
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2026, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt en waarbij beide gemachtigden een pleitnota hebben overgelegd, die aan het procesdossier is toegevoegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[werknemer] , geboren op [datum] 2000, is sinds 4 september 2023 in dienst bij SD Worx . Op 1 juli 2024 is zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en oefent hij de functie van medior consultant uit, vanuit de vestiging in [plaats 2] . Zijn loon bedroeg laatstelijk € 2.865,13 bruto per maand, exclusief overige emolumenten.
2.2.
In artikel 13 van Pro de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is het volgende concurrentiebeding opgenomen:

Artikel 13: Concurrentiebeding Pro
Het is de werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever niet toegestaan, na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in enige vorm werkzaam te zijn of rechtstreeks of indirect betrokken te zijn bij activiteiten die gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten van de werkgever of aan haar gelieerde ondernemingen. Dit verbod geldt voor een periode van 2 jaar na einde dienstverband binnen een straal van 100 km van de standplaats van de werknemer.
2.3.
In artikel 16 van Pro de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ten aanzien van (onder andere) de overtreding van artikel 13 een Pro boetebepaling opgenomen.
2.4.
[werknemer] is voornemens om zijn arbeidsovereenkomst met SD Worx op te zeggen en in dienst te treden bij [bedrijf] , bij de vestiging in [plaats 2] , en heeft dit voornemen op 25 juli 2025 kenbaar gemaakt aan SD Worx . [bedrijf] heeft hem ook een arbeidsovereenkomst aangeboden voor een functie van Recruitment Consultant Operations in haar vestiging te [plaats 2] , die door [werknemer] is ondertekend. Deze arbeidsovereenkomst zou ingaan op 1 oktober 2025.
2.5.
SD Worx heeft aan [werknemer] meegedeeld dat het volgens het tussen partijen geldende concurrentiebeding niet is toegestaan dat [werknemer] bij [bedrijf] [plaats 2] in dienst treedt.
2.6.
Nadat partijen met elkaar in overleg zijn getreden heeft SD Worx de reikwijdte van het concurrentiebeding teruggebracht naar 50 kilometer vanaf de standplaats van [werknemer] in [plaats 2] .
2.7.
[werknemer] is thans nog steeds in dienst van SD Worx .

3.Het geschil

3.1.
[werknemer] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. SD Worx te gebieden [werknemer] zonder enige beperking toe te staan in dienst te treden en werkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] in [plaats 2] ;
II. Het concurrentiebeding geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen, althans in duur en reikwijdte te matigen, per datum van het door u te wijzen vonnis, althans een door de kantonrechter te bepalen datum, zodanig dat het [werknemer] is toegestaan in dienst te treden en werkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] in [plaats 2] , totdat in een bodemprocedure anders is beslist;
III. SD Worx te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
3.2.
SD Worx voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [werknemer] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Toetsingskader kort geding
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [werknemer] een spoedeisend belang bij beoordeling van zijn vorderingen heeft, in die zin dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het aanbod van [bedrijf] op dit moment nog steeds geldig is en dat hij nog steeds graag bij [bedrijf] in dienst wil treden maar hierin wordt belemmerd door het beroep van SD Worx op het concurrentiebeding. [werknemer] wordt op dit moment dan ook belemmerd in zijn (in artikel 19 van Pro de Grondwet) vastgelegde recht op vrije arbeidskeuze. Hieruit volgt reeds dat [werknemer] belang heeft bij een spoedig uitsluitsel met betrekking tot zijn gebondenheid aan het concurrentiebeding.
4.2.
Verder geldt dat de kantonrechter bij de beoordeling van de vorderingen van [werknemer] tot uitgangspunt neemt dat die vorderingen alleen toewijsbaar zijn in het geval hij aannemelijk maakt dat deze in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat, vooruitlopend daarop, toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat, gelet op het voorlopige karakter van een procedure in kort geding, geen plaats is voor nadere bewijslevering. De kantonrechter dient haar beslissing te nemen op grond van de inhoud van de stukken zoals deze in het geding zijn gebracht en wat tijdens de mondelinge behandeling door en namens partijen is verklaard.
Juridisch kader concurrentiebeding
4.3.
De kantonrechter stelt voorop dat sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding: het beding is schriftelijk overeengekomen met een meerderjarige werknemer.
4.4.
Een concurrentiebeding kan op grond van de wet door de rechter (gedeeltelijk) worden vernietigd als in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. [1] Een vordering tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van zo’n beding kan niet in kort geding worden toegewezen. In kort geding kan wel een vordering tot schorsing van een concurrentiebeding worden toegewezen. Bij de beoordeling van deze vordering moet de rechter een voorlopig oordeel geven over de te maken belangenafweging. [2]
4.5.
Uit vaste rechtspraak volgt dat een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet (de opgebouwde knowhow en goodwill) van de werkgever te beschermen. Het gaat daarbij om het beschermen van bedrijfsgeheimen en andere concurrentiegevoelige informatie en/of het voorkomen dat een ex-werknemer bepaalde, al dan niet door hem onderhouden relaties met gebruikmaking van de door hem via zijn ex-werkgever bij die relaties verworven bekendheid meeneemt naar zijn nieuwe werkgever, met wie de ex-werkgever in een concurrentieverhouding staat. Het beding is niet bedoeld om werknemers aan de werkgever te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer, ook niet bij vertrek naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet wordt aangetast op zodanige wijze dat dit bescherming verdient. Dat een werknemer bij zijn vertrek kennis en ervaring die is opgedaan bij zijn werkgever meeneemt is immers inherent aan zijn vertrek. Het concurrentiebeding biedt dus geen bescherming tegen het vertrek van een ervaren werknemer en tegen de indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap.
4.6.
Daartegenover geldt dat een werknemer in beginsel het (grondwettelijk vastgelegde [3] ) recht heeft om vrij te kunnen bewegen op de arbeidsmarkt. Indien een werknemer door een beding na einde dienstverband in deze mogelijkheden wordt beperkt en om vernietiging of beperking van dat beding vraagt, dient een zekere afweging te worden gemaakt tussen het recht op vrije arbeidskeuze enerzijds en het belang van de werkgever bij (integrale) handhaving van het beding anderzijds.
4.7.
Rekening houdende met dit toetsingskader oordeelt de kantonrechter als volgt.
4.8.
[werknemer] heeft – onweersproken – gesteld dat zijn werkzaamheden bij SD Worx bestaan uit het bemiddelen van uitzendkrachten in de sector Productie en Logistiek, aanvankelijk voor drie vaste opdrachtgevers en inmiddels nog maar voor één specifieke opdrachtgever. Vrijwel alle vacatures waarvoor hij bemiddelt zien op ongeschoold of laaggeschoold personeel. [werknemer] verricht zijn werkzaamheden vanuit een kleine vestiging in [plaats 2] , waar circa vijf personeelsleden van SD Worx werkzaam zijn. De potentiële nieuwe werkgever van [werknemer] , [bedrijf] , richt zich op het detacheren van hoger opgeleid personeel en vrijwel uitsluitend op vacatures op HBO/WO-niveau. De kandidaten treden rechtstreeks in dienst bij [bedrijf] waarna detachering bij een opdrachtgever plaatsvindt. Bij [bedrijf] is dus geen sprake van het bemiddelen van uitzendkrachten. [werknemer] zou bij [bedrijf] bovendien werken met kandidaten in een ander vakgebied dan bij SD Worx . SD Worx heeft daarop aangevoerd dat zij zich ook op grote schaal bezig houdt met detachering, maar [werknemer] heeft dit betwist en heeft aangevoerd dat dit slechts incidenteel en alleen vanuit de vestiging in Heerlen gebeurt.
4.9.
Gelet op het voorgaande overweegt de kantonrechter dat sprake is van een wezenlijk verschil in de activiteiten van beide bedrijven en dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat SD Worx en [bedrijf] elkaars directe concurrenten in dezelfde markt zijn. Bovendien acht de kantonrechter het voorshands ook aannemelijk dat [werknemer] geen concurrerende werkzaamheden zal verrichten bij [bedrijf] , gelet op de inhoud van beide functies.
4.10.
De kantonrechter is daarnaast ook van oordeel dat de te maken belangenafweging in het voordeel van [werknemer] dient uit te vallen. Daartoe overweegt zij als volgt.
4.11.
Zoals in 4.5 al is overwogen is een concurrentiebeding bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Het binden van personeel en het voorkomen van precedentwerking maakt géén onderdeel uit van het met een concurrentiebeding te beschermen belang van de werkgever. De enkele omstandigheid dat een werknemer vertrekt naar een concurrent betekent nog niet dat een werkgever (rechtstreeks) in zijn debiet wordt aangetast. Van zo’n aantasting is pas sprake wanneer de betrokken werknemer door zijn functie op de hoogte is van essentiële relevante (commerciële en technische) informatie over producten, diensten en/of werkprocessen en/of kennis heeft van unieke werkprocessen en strategieën en hij deze kennis ten behoeve van zijn nieuwe werkgever kan gebruiken, waardoor de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is, of bijvoorbeeld doordat de werknemer zo intensief samenwerkt met bepaalde klanten van de oude werkgever dat deze klanten overstappen naar diens nieuwe werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat SD Worx onvoldoende heeft onderbouwd dat [werknemer] beschikt over dergelijke essentiële concurrentiegevoelige informatie waarmee [bedrijf] haar voordeel kan doen of dat [werknemer] een zodanige binding met klanten heeft dat SD Worx moet vrezen voor een overstap van klanten naar [bedrijf] . Daarbij wordt ook overwogen dat [werknemer] relatief kort in dienst was bij SD Worx en dat zijn werkzaamheden beperkt waren tot de bemiddeling voor drie vaste opdrachtgevers, hetgeen later nog is teruggebracht naar één opdrachtgever. Niet gesteld of gebleken is dat hij bij [bedrijf] zal werken voor dezelfde opdrachtgevers. Er zal evenmin sprake kunnen zijn van een overlap in kandidaten, gelet op het verschil in opleidingsniveau en beoogde functies. Bovendien zou in die gevallen het tussen partijen overeengekomen geheimhoudings- en relatiebeding [4] gelden, waarvan [werknemer] steeds heeft aangegeven dat hij die bedingen zal blijven respecteren zodat het risico op benadering van opdrachtgevers en kandidaten van SD Worx niet reëel wordt geacht.
4.12.
Daartegenover staat het belang van [werknemer] om zich vrij te bewegen op de arbeidsmarkt. De kantonrechter is van oordeel dat aan dat belang extra gewicht kan worden toegekend omdat [werknemer] nog jong is en pas aan het begin van zijn carrière staat. [werknemer] heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat hij bij [bedrijf] zijn financiële positie aanzienlijk zal kunnen verbeteren door middel van een hoger loon, betere en individuele bonusvoorwaarden en meer doorgroeimogelijkheden.
4.13.
De kantonrechter merkt tot slot op dat SD Worx het concurrentiebeding al heeft beperkt naar 50 kilometer vanaf de standplaats in [plaats 2] zodat [werknemer] wel bij de vestiging van [bedrijf] in [plaats 3] zou kunnen gaan werken, zoals SD Worx nota bene zelf stelt. De kantonrechter acht het onbegrijpelijk waarom SD Worx dit wel toestaat maar het werken bij [bedrijf] in [plaats 2] niet. Niet valt in te zien waarom de bezwaren van SD Worx tegen het in dienst treden bij [bedrijf] dan plots niet meer gelden. Vanuit de vestiging van [bedrijf] in [plaats 3] zou [werknemer] immers ook klanten van [bedrijf] uit [plaats 2] en omgeving kunnen bedienen maar hij wordt dan wel belast met een forse extra reistijd per dag. Voor een dergelijke onredelijke benadeling van een ex-werknemer is een concurrentiebeding uiteraard niet bedoeld.
4.14.
Rekening houdende met al het voorgaande acht de kantonrechter het voorshands aannemelijk dat de afweging van de wederzijdse belangen van partijen in een bodemprocedure in het voordeel van [werknemer] zal uitvallen en dat de bodemrechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen omdat [werknemer] door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Dit heeft als gevolg dat de kantonrechter de vordering van [werknemer] , zoals geformuleerd onder II. zal toewijzen en dat het concurrentiebeding met onmiddellijke ingang wordt geschorst, zodanig dat het [werknemer] is toegestaan in dienst te treden en werkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] in [plaats 2] , totdat in een bodemprocedure anders is beslist.
4.15.
Voor wat betreft de vordering van [werknemer] zoals geformuleerd onder I. oordeelt de kantonrechter dat deze zal worden afgewezen. [werknemer] vordert immers dat de kantonrechter SD Worx zal gebieden [werknemer]
zonder enige beperkingtoe te staan in dienst te treden en werkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] in [plaats 2] . Deze vordering is te ruim geformuleerd. Het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen geheimhoudings- en relatiebeding [5] blijven immers onverkort gelden voor [werknemer] zodat geen sprake kan zijn van indiensttreding bij [bedrijf] zonder enige beperking.
Proceskosten
4.16.
SD Worx zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [werknemer] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.257,67

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
schorst het concurrentiebeding, in die zin dat het [werknemer] is toegestaan om met onmiddellijke ingang in dienst te treden en werkzaamheden te verrichten bij [bedrijf] in [plaats 2] , totdat in een bodemprocedure anders is beslist,
5.2.
veroordeelt SD Worx in de proceskosten van € 1.257,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SD Worx niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:653 lid 3 onder Pro b BW.
3.Artikel 19 lid 3 Grondwet Pro.
4.Artikel 14 van Pro de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (productie 1 bij dagvaarding).
5.Artikelen 12 en 14 van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (productie 1 bij dagvaarding).