Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
gesnitched. [1] Uit het forensisch onderzoek is tenslotte gebleken dat er door deze ontploffing sprake was van gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van personen. Dat er levensgevaar voor personen was te duchten, is onvoldoende gebleken uit het dossier, waardoor de verdachte hiervoor partieel dient te worden vrijgesproken.
forensisch onderzoekverricht, waarover – voor zover relevant – als volgt is gerelateerd: [4]
een telecomanalyseonderzoek verricht en hebben hierover – voor zover relevant en zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd: [6]
camerabeelden van een Esso tankstationte Zoetermeer op 14 juni 2024 bekeken en heeft hierover – voor zover relevant en zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd: [7]
zijnde: medeverdachte [naam medeverdachte 2]) mij via snapchat. [naam medeverdachte 2] vroeg aan mij of ik iets kon ophalen of brengen Toen moest ik naar [verdachte] rijden. [naam medeverdachte 2] zei toen tegen mij dat ik [verdachte] eerst naar Amsterdam moest brengen en een flesje moest tanken. Ik zei dat ik toch alleen iets moest ophalen. [naam medeverdachte 2] zei toen tegen mij dat de plannen gewijzigd waren en dat ik er 700 euro voor zou krijgen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
‘gesnitcht’was en dat
‘snitches get stitches’. Uit het rapport volgt ook impliciet -hetgeen de verdachte tijdens de terechtzitting bevestigde- dat hij respect voor zijn ouders zou hebben. Uit vertrouwelijk opgenomen gesprekken volgt echter een ander beeld. Zo vertelde de verdachte tegen zijn moeder, die hem vertelde over een binnengekomen brief van de burgemeester van Zoetermeer:
“hij mag op mijn pik zitten”.Een bedenkelijke manier om respect te tonen. De rechtbank ziet, in tegenstelling tot de Raad, vele redenen tot bezorgdheid over het gedrag van deze verdachte.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
Meldplicht
- geeft aan Jeugdbescherming West, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt de veroordeelde met zijn medeverdachten hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.500, bestaande uit immateriële schade;
- vermeerdert de vergoeding van immateriële schade met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk met zijn medeverdachten tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde hoofdelijk met de medeverdachten op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 2.500, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.