Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
forensisch onderzoekverricht, waarover – voor zover relevant – als volgt is gerelateerd: [3]
een telecomanalyseonderzoek verricht en hebben hierover – voor zover relevant en zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd: [4]
bankgegevens van medeverdachte [medeverdachte 1]onderzocht en heeft daarover – zakelijk weergegeven en voor zover relevant – als volgt gerelateerd: [5]
camerabeelden van een [tankstation]te Zoetermeer op 14 juni 2024 bekeken en heeft hierover – voor zover relevant en zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd: [6]
zijnde medeverdachte [medeverdachte 2]) rijden. [verdachte] zei toen tegen mij dat ik [medeverdachte 2] eerst naar Amsterdam moest brengen en een flesje moest tanken. Ik zei dat ik toch alleen iets moest ophalen. [verdachte] zei toen tegen mij dat de plannen gewijzigd waren en dat ik er 700 euro voor zou krijgen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe en veroordeelt de veroordeelde met zijn medeverdachten hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.500, bestaande uit immateriële schade;
- vermeerdert de vergoeding van immateriële schade met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk met zijn medeverdachten tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de veroordeelde hoofdelijk met de medeverdachten op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 2.500, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.