Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser heeft van juni 2020 tot januari 2023 hulp en ondersteuning geboden aan gedaagde, die sinds april 2023 onder bewind staat vanwege niet-aangeboren hersenletsel. Eiser vordert betaling van een vergoeding gebaseerd op een mondeling overeengekomen uurtarief van €50,00 en vergoeding van door hem aangeschafte goederen.
Gedaagde betwist dat er een overeenkomst van opdracht is gesloten en stelt dat de hulp op vriendschappelijke basis was zonder financiële vergoeding. De rechtbank beoordeelt of sprake is van een overeenkomst van opdracht en concludeert dat eiser zijn stellingen onvoldoende concreet heeft onderbouwd.
De verklaringen van getuigen, allen nauw verbonden met eiser, worden door de rechtbank niet geloofwaardig geacht. Ook het urenoverzicht van eiser is eenzijdig en onvoldoende om het bestaan van een overeenkomst aan te tonen. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende bewijs voor het bestaan van een overeenkomst van opdracht.