In deze zaak vordert de huurder dat de verhuurder diverse gebreken aan de gehuurde woonruimte herstelt en de huurprijs vermindert wegens verminderd huurgenot. Het tussenvonnis van 7 februari 2024 stelde reeds enkele gebreken vast, waaronder een onafgewerkt plafond, onbruikbare radiatoren, loszittende vensterbank en ontbrekende rookmelders. Een deskundigenrapport van 9 oktober 2024 constateerde aanvullende gebreken zoals een gevaarlijk balkon, onveilige zolder, scheuren in stucwerk, lekkend toilet en mogelijke asbesthoudende stopverf.
De verhuurder werd veroordeeld tot herstel van alle genoemde gebreken, met uitzondering van die niet in de dagvaarding of conclusie van repliek waren genoemd. De kantonrechter achtte de deskundigenconclusies betrouwbaar en wees de betwisting van de verhuurder af. Ter waarborging van herstel werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €10.000 opgelegd, met een hersteltermijn van drie maanden. Tevens werd de huurprijs met 50% verminderd vanaf 17 september 2022 tot het moment van volledig herstel, gelet op de ernst van de gebreken en het feit dat de huurder deze laat had gemeld.
De vorderingen tot onderzoek en vervanging van loden leidingen werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De huurder werd niet aansprakelijk gehouden voor schade en de ontbindingsvordering van de verhuurder werd eveneens afgewezen. De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en kosten van het deskundigenonderzoek. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.