Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
vermoedelijkbijdraagt aan wateraccumulatie en capillaire werking in de onderste delen van de gevel en dat dit het risico op structurele vochtschade en schimmelgroei vergroot. In het rapport is bovendien ook opgenomen dat geen sprake is van doorslaand of optrekkend vocht in de wanden van de woonkamer aan de voorgevel zodat de kantonrechter daaruit afleidt dat het split ook niet heeft geleid tot (vocht)schade. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de split rond de fundering, op dit moment, geen gebrek in de zin van artikel 7:402 lid 2 BW Pro vormt. Gelet op het voorgaande zal ook deze vordering van [gedaagden] worden afgewezen.