ECLI:NL:RBLIM:2025:6033
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester van Heerlen besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning van verzoeker voor twaalf maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden soft- en harddrugs en diverse handelsindicaties. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat verzoeker en zijn vriendin in de woning wonen en zij bij sluiting twaalf maanden niet kunnen verblijven. De formele bezwaren van verzoeker over de ondertekening van het besluit werden verworpen, aangezien alsnog een ondertekend besluit was overgelegd.
Inhoudelijk oordeelde de voorzieningenrechter dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, omdat de aangetroffen hoeveelheden drugs de grenzen voor eigen gebruik overschrijden en er aanwijzingen waren voor handel, zoals een melding, een aangehouden koper en attributen voor drugshandel. De sluiting was noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en evenredig, ondanks de langere duur van twaalf maanden, vanwege de ernst van de situatie en de ligging in een grensgebied met hoge drugscriminaliteit.
Verzoeker had onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld die een kortere sluiting rechtvaardigen, zoals een bijzondere binding met de woning of medische noodzaak. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de burgemeester hoefde de woning niet open te houden in afwachting van de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.