ECLI:NL:RBLIM:2025:4474
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk wegens te late indiening na vonnis
Op 30 april 2025 vond de mondelinge behandeling van de strafzaak plaats bij de politierechter van de rechtbank Limburg. Tijdens deze zitting sprak de rechter mondeling het vonnis uit. Direct na de zitting diende verzoeker schriftelijk een wrakingsverzoek in tegen de politierechter, dat echter na het vonnis werd ingediend.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg. Uit de procedure en de verklaringen van verzoeker en de rechter bleek dat het wrakingsverzoek pas werd gedaan nadat de rechter al was begonnen met het uitspreken van het vonnis, terwijl de wet vereist dat een wrakingsverzoek tijdig, dus vóór het vonnis, wordt ingediend.
De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet tijdig was en daarom niet ontvankelijk kon worden verklaard. Ook een mondeling wrakingsverzoek tijdens het uitspreken van het vonnis is te laat. De beslissing werd zonder behandeling ter zitting genomen en op 8 mei 2025 in het openbaar uitgesproken. Het verzoek tot wraking werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat, na het vonnis, is ingediend.