ECLI:NL:RBLIM:2025:2464
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom ter voorkoming herhaling overtreding Waterwet opgelegd aan Consortium Grensmaas
Consortium Grensmaas voert het project Grensmaas uit en wint grind en zand voor de financiering. Na overtredingen in 2018 en 2022 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een last onder dwangsom opgelegd om herhaling te voorkomen. Het beroep van Consortium Grensmaas richt zich tegen deze last, met name omdat zij meent dat eerdere overtredingen niet als grondslag mogen dienen en dat de fout bij Waterschap Limburg ligt.
De rechtbank stelt vast dat de last niet ziet op beëindiging van eerdere overtredingen, maar op het voorkomen van herhaling. De overtredingen uit 2018 en 2022 zijn vergelijkbaar en vinden plaats binnen hetzelfde projectgebied waar Consortium Grensmaas zeggenschap over heeft. Hierdoor is het aannemelijk dat gevaar voor herhaling bestaat.
Consortium Grensmaas voert aan dat het onevenredig is om haar te sanctioneren omdat zij op het waterschap vertrouwde en zelf beperkt toezicht kan houden. De rechtbank oordeelt dat de verantwoordelijkheid voor de locatie en naleving van de wet bij Consortium Grensmaas ligt, ongeacht afspraken met het waterschap. Het feit dat bij de overtreding in 2022 geen milieuschade is ontstaan, maakt handhaving niet onevenredig omdat herhaling wel milieuschade kan veroorzaken.
De rechtbank concludeert dat de last onder dwangsom rechtmatig en proportioneel is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. De last blijft van kracht om een gedragsverandering bij Consortium Grensmaas te bewerkstelligen.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling van overtreding van de Waterwet en verklaart het beroep ongegrond.