Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlasteleggingen
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: 2024). Ik heb samen met een collega de verdachte overgebracht naar het politiebureau. Ik ken de persoon omdat ik aanwezig was toen de persoon wederspannigheid pleegde. De laatste keer dat ik hem zag was op 9 juli 2024. Het contact duurde toen ongeveer 1 uur. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken: donker haar, smal postuur, zwarte sik, licht getint. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: donker gekleurde wenkbrauwen, rode huid vlekken, scheve mond. Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto’s zag.
de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 1]), een klant van mij, die ook in het café was. Die scooter stond voor mijn café. We zijn toen naar buiten gegaan en ik zag dat het spatbord van de scooter van [slachtoffer 1] kapot was. [slachtoffer 1] is achter die jongeman aan gegaan.
de rechtbank begrijpt: 11 juli 2024) fietste ik omstreeks 16.00 uur naar huis. Op het moment dat ik de Swentiboldstraat passeerde, zag ik een oudere mevrouw met een rollator lopen ter hoogte van de uitrit van de parkeerplaats van het gebouw [naam 1] . Ik zag dat vanaf de parkeerplaats naast het gebouw van [naam 1] een man in de richting van de mevrouw liep. Ik zag dat deze man met versnelde pas richting de vrouw liep die op dat moment ter hoogte van de uitrit van de parkeerplaats liep. Ik zag dat de man een agressieve en opgefokte lichaamshouding had. Hij leek enorm gespannen. Ik zag dat de man naar de oude vrouw toe liep en de vrouw met kracht tegen haar bovenlichaam duwde. Ik zag dat de oudere mevrouw naar links viel ten gevolge van de duw en met haar hoofd op de grond klapte. Ik hoorde de klap van haar hoofd die op het asfalt terechtkwam. Ik zag aan hoe hard de vrouw omver viel door deze duw dat de man haar met kracht had geduwd.
fotobladstaan twee foto’s van verdachte waarvan een foto de naam ‘aantreffen verdachte’ bevat waarop is te zien dat hij een zonnebril draagt. [17]
de rechtbank begrijpt: 11 juli 2024) fietste ik naar huis. Op het moment dat ik de Swentiboldstraat passeerde, zag ik een oudere mevrouw met een rollator lopen ter hoogte van de uitrit van de parkeerplaats van het gebouw [naam 1] . Ik zag dat vanaf de parkeerplaats naast het gebouw van [naam 1] een man in de richting van de mevrouw liep. Ik zag dat deze man met versnelde pas richting de vrouw liep, die op dat moment ter hoogte van de uitrit van de parkeerplaats liep. Ik zag dat de man een agressieve en opgefokte lichaamshouding had. Hij leek enorm gespannen. Ik zag dat de man nadat hij de oudere mevrouw geduwd had niet eens naar haar omkeek en wegliep van ons. Ik ben vervolgens naar de oude mevrouw gelopen om haar te helpen. Ik zag dat de oudere mevrouw op haar zij lag met de rollator bovenop haar. Ik heb de rollator rechtop gezet en de mevrouw overeind geholpen. Toen ik haar overeind had geholpen, zag ik dat de man die haar geduwd had terug kwam in onze richting. Ik zag op dat moment dat hij in zijn rechterhand een houten balk vasthad. Ik schat dat de balk ongeveer één meter in lengte was en de dikte had van een tafelpoot. Ik denk dat de breedte wel zo’n 10 centimeter was. Ik voelde op dat moment enorme angst. Ik zag toen hij dichterbij kwam in zijn ogen dat hij of iets psychiatrisch had of onder invloed was. Ik zag dat zijn ogen ver open waren en dat hij heel erg wild naar mij keek. Ik zag dat de man rechts langs mij liep via de stoep en achter mij ging staan. Ik wilde op dat moment met mijn fiets wegfietsen die op dat moment voor mij stond, omdat ik bang was voor wat er ging gebeuren. Ik bukte mij voorover om het slot van mijn fiets open te maken zodat ik weg kon. Ik keek naar links en zag dat de man achter mij langs gelopen was en inmiddels naast mij stond met de houten balk nog altijd in zijn rechterhand. Ik zag dat de man de balk naar zijn linkerheup bewoog en toen met de balk een slaande beweging omhoog richting mijn gezicht maakte. Ik zag de balk op mijn gezicht afkomen en voelde dat de balk mijn gezicht raakte. Door de klap van de balk tegen mijn gezicht voelde ik direct een hevige pijn aan mijn gezicht. Ik kon ondanks de klap wel rechtop blijven staan. Ik zag dat hij bleef staan. Ik voelde dat de man vervolgens wederom met de houten balk bleef slaan. Ik voelde dat hij meerdere keren met kracht uithaalde. Ik heb geprobeerd om me af te weren door mijn gezicht te beschermen. Ik voelde als gevolg van de klappen die ik kreeg met de houten balk direct hevige pijn op mijn rug, mijn armen en mijn hoofd. Ik denk dat ik 4 of 5 keer door de man met balk geslagen ben. Op dat moment voelde ik enorme angst. Ik voelde dat hij maar door bleef slaan. Ik was er op dat moment echt bang voor dat hij mij dood zou gaan slaan. Ik heb op dit moment erge hoofdpijn en veel pijn aan mijn gezicht. Ik heb vanaf de bovenzijde van mijn neus tot tussen mijn wenkbrauwen een grote snee door de eerste klap van de balk. Dit hebben ze zojuist moeten hechten met vier hechtingen. Ik heb ook pijn aan mijn linkerarm, mijn rug en achter op mijn hoofd. Dat zijn de plekken waar hij mij geslagen heeft.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 1](parketnummer 03.223072.24)
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 280,00, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 10 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 2](parketnummer 03.224907.24 feit 2 primair)
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 4.131,62, bestaande uit € 631,62 aan materiële en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 11 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- verklaart de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.