ECLI:NL:RBLIM:2025:13198

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/03/326264 / HA ZA 24-22
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:307 BWArt. 5 echtscheidingsconvenantArt. 4.2 ouderschapsplan
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling bankspaarrekening en woonlasten na echtscheiding met conservatoire beslagen

De rechtbank Limburg behandelde een civiele bodemzaak tussen ex-echtgenoten over de verdeling van de bankspaarrekening gekoppeld aan de hypotheek van hun voormalige echtelijke woning, die nog steeds gezamenlijk eigendom is en belast met conservatoire beslagen.

De vrouw vorderde betaling van een bedrag aan woonlasten en extra kinderkosten, beslagkosten, en een verklaring voor recht over de verdeling van het spaardeel gekoppeld aan de hypotheek. De man vorderde onder meer betaling van de helft van het totale opgebouwde spaardeel op het moment van toedeling van de woning, opheffing van het conservatoir beslag, inzage in verrekening van een bedrag wegens overbedeling, en betaling van gemeentelijke belastingen.

De rechtbank oordeelde dat de man erkende een deel van de woonlasten verschuldigd te zijn en veroordeelde hem tot betaling van het gevorderde bedrag inclusief wettelijke rente. De rechtbank stelde vast dat de inleg op de bankspaarrekeningen niet onder de hypotheekrente valt en dat de man slechts recht heeft op de helft van de waarde van de bankspaarrekening per 1 september 2014, omdat vanaf die datum alleen de vrouw inleg deed. De overige vorderingen van de man werden afgewezen, waaronder de opheffing van het beslag en inzage in verrekening. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van woonlasten en beslagkosten en verklaart dat hij slechts recht heeft op de helft van de bankspaarrekening per 1 september 2014; overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/326264 / HA ZA 24-22
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
advocaat: mr. F.F.A.D.C. Tjalma,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
wonende op een geheim adres binnen de gemeente [woonplaats 2] , welk adres bij de gerechtsdeurwaarder bekend is,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
advocaat: mr. S.P.J. Oudenhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 20
  • de conclusie van antwoord in conventie tevens inhoudende eis in reconventie met producties 1 tot en met 3
  • de conclusie van antwoord in reconventie met producties 21 tot en met 23
  • het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 21 november 2024
  • de akte na comparitie met producties 24 tot en met 27 van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
  • de akte uitlaten met producties 4 tot en met 7 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
  • het formulier B8 (inzending stukken) met producties 8 tot en met 10 van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
  • het proces-verbaal van de voortzetting van mondelinge behandeling van 23 september 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn ex-echtgenoten. Hun huwelijk is op 26 september 2014 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Echt-Susteren van de (echtscheidings)beschikking van de rechtbank Limburg (zaaknummer: C/03/195387/FA RK 14-2609) van 5 september 2014 (producties 1 en 2 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ). Zowel het op 15 augustus 2014 tussen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] overeengekomen echtscheidingsconvenant als een ouderschapsplan maken deel uit van voornoemde beschikking.
2.1.1.
In het echtscheidingsconvenant zijn partijen - voor zover thans van belang -
het volgende overeengekomen:
“(...)
3. Verrekening dan wel afrekening van de huwelijksvoorwaarden.
Tussen partijen zijn huwelijksvoorwaarden van kracht die inhouden dat er sprake is van zg. “koude uitsluiting”.
Daarnaast zijn partijen samen eigenaar van de echtelijke woning gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres 1] .
3a. De echtelijke woning van partijen.
Op deze woning rust een hypotheek van € 700.000,-- (dat is een zg. Tophypotheek); daarnaast is er een zg. gekoppelde spaarregeling.
De vrouw zal de woning overnemen.
De hypotheek zal daarvoor worden aangepast en de spaarregelingen, zal voor wat betreft de tenaamstelling en begunstiging -indien nodig- op naam van de vrouw worden gezet.
De man zal daaraan zijn medewerking verlenen.
De man wordt dan ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek.
Een en ander zal plaatsvinden zonder verdere verrekening.
De notariële afhandeling zal plaatsvinden zodra dat mogelijk is (dat is afhankelijk van het opheffen van de thans op deze woning rustende beslagen).
De man zal aan het opheffen van de beslagen alle medewerking verlenen.
(...)

5.Voorlopige Voorzieningen.

Zolang de echtelijke woning nog niet geregeld is in die zin dat deze toebedeeld wordt aan de vrouw, hebben partijen nog een overgangsregeling gelet op de financiën.
Vanaf 1 sept 2014 heeft men de volgende afspraak: tot aan afhandeling echtelijke woning, die men gezamenlijk in eigendom heeft, draagt men samen bij aan de kosten van deze woning. Het gaat dan om een bedrag van circa
€ 1600,- netto per maand aan hypotheekrente en premie leven.
De man draagt daaraan bij met circa € 800,- netto per maand. De man heeft recht op een zogenaamde woongenotvergoeding, omdat de vrouw het woongenot van de betreffende woning heeft. Partijen stellen deze bijdrage op circa € 400,- per maand. Dit bedrag is de helft van de netto hypothecaire verplichting van de man.
De overige eigenaarslasten (verzekering en gemeentelijke belastingen enz.) komen vanaf de datum van ondertekening van dit convenant voor rekening van de vrouw. In deze periode betaalt de man aan de vrouw
€ 350,- aan kinderalimentatie per maand. En € 650,- voor de kinderopvangkosten (bij wijze van voorschot). (...)”
2.1.2.
In het ouderschapsplan zijn partijen onder art. 4.2. (kosten kinderen) - voor zover thans van belang - nog het volgende overeengekomen:
“(...) Overige extra kosten zoals andere kosten bijvoorbeeld niet vergoede medische kosten; hobby’s sport e.d. zullen partijen bij helfte dragen.”
2.2.
Voorts hebben [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in een apart document, genaamd “Aanvul-
lende afspraken echtscheidingsconvenant” (productie 3 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ), de volgende afspraken gemaakt:
“In aanvulling op het echtscheidingsconvenant dat wij op 15 augustus 2014 ondertekenden, maken wij de twee navolgende voor ons bindende afspraken:
- Het opgebouwde spaardeel gekoppeld aan de hypotheek komt ons beiden toe, ieder voor de helft van de
opgebouwde waarde op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [toevoeging rechtbank: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ] dan wel afhandeling van de woning. Tegen die tijd zal de uitbetaling hiervan in overleg worden afgehandeld.
- De inboedel is verdeeld. (zie lijst.) [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zou in verband met overbedeling aan haar kant 12.500 euro moeten betalen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [toevoeging rechtbank: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ]. Dit verrekenen we met de kinderalimentatie en de gedeelde kinderkosten. Deze 12.500 euro wordt verrekend met de toekomstige betalingsverplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor de komende maanden. (tot het bedrag op is.) Rekening houdend met aanslagen en toeslagen.”
2.3.
Al voordat partijen de echtscheidingsconvenant overeenkwamen, rustten op het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de woning twee conservatoire beslagen (productie 5 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ), reden waarom in art. 3a van de echtscheidingsconvenant is overeengekomen dat notariële afhandeling zal plaatsvinden zodra dat mogelijk is. Tot op heden rusten deze twee conservatoire beslagen nog op de woning.
2.4.
De voormalige echtelijke woning is tot op heden gezamenlijk eigendom van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (ieder voor de onverdeelde helft).
2.5.
Na daartoe verlof te hebben verkregen, heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op 29 november 2023 ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] conservatoire beslagen laten leggen op (i) de onverdeelde helft van de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , (ii) de onverdeelde helft van het appartementsrecht van de [adres 2] te [woonplaats 2] , die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (voor die onverdeelde helft) in eigendom toebehoort en (iii) de bankspaarrekening bij ABN Amro bank met nummer [rekeningnummer] en behorende bij leningdeelnummer 700.048.761.165, zulks tot een bedrag begroot op € 72.870,97 (productie 6 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ).

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een geldbedrag ad € 24.594,50, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente per data verzuim tot de dag der algehele voldoening, althans te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen alle beslagkosten, zijnde een bedrag ad € 1.016,84 die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft moeten maken, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf het moment dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in verzuim is tot de dag der algehele voldoening, althans te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
voor recht te verklaren dat voor de eerste alinea uit het document “aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant” d.d. 15 augustus 2014 het volgende geldt: van de waarde van de bankspaarrekeningen, die gekoppeld zijn aan de hypothecaire geldlening waarmee de woning is belast, komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] maximaal een bedrag ad € 13.998,02 (zijnde de waarde van zijn bankspaarrekening per 1 september 2014) toe en het resterende vermogen (zijnde eveneens een bedrag ad € 13.998,02 en het verdere opgebouwde vermogen dat thans nog groeit als gevolg van de maandelijkse inleg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ), komt volledig aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toe;
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 51.780,37, althans de helft van de waarde van het totale opgebouwde spaardeel (saldi van beide bankspaarrekeningen) op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel afhandeling van de woning, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie zal bepalen;
II. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te gelasten dat zij het conservatoir beslag dat zij heeft laten leggen op de gemeenschappelijke woning, overig vastgoed van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en het spaardeel gekoppeld aan de hypotheek, dient op te heffen wegens het feit dat hiervoor geen belang meer is;
III. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.690,65 aan gemeentelijke belastingen en/of waterschapsbelasting (hierna: BsGW) ten aanzien van de gemeenschappelijke woning, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2015, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie zal bepalen;
IV. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te gelasten tot het verstrekken van inzage in de verrekening van het bedrag van € 12.500,00 - conform het tweede gedachtestreepje van de “Aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant” (productie 3 bij dagvaarding) - met de destijds toekomstige betalingsverplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , en wel rekening houdend met aanslagen en toeslagen;
V. voor zover de rechtbank van oordeel is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie een bedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te vorderen heeft, te bepalen dat deze vordering in conventie in mindering wordt gebracht (al dan niet via verrekening) op het zijdens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in reconventie gevorderde bedrag van € 51.780,37, althans op de helft van de waarde van het totale opgebouwde spaardeel op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel afhandeling van de woning, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie zal bepalen;
VI. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
VII. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, waaronder mede begrepen het salaris van de gemachtigde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
3.5.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de
rechtbank deze gezamenlijk beoordelen.
Met betrekking tot het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde bedrag van € 24.594,50 plus rente
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft erkend (sub 13 en sub 43 conclusie van antwoord in conventie) een bedrag van € 20.761,72 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verschuldigd te zijn ten aanzien van kosten voor de woning en extra kosten kinderen. De rechtbank neemt dit daarom als vaststaand aan. In beginsel zal de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen (in elk geval) dit bedrag aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de gevorderde wettelijke rente hierover per data van verzuim tot aan de dag der algehele voldoening niet (voldoende) heeft weersproken, zal de rechtbank dit eveneens toewijzen. In het navolgende zal de rechtbank het beroep van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op verrekening van dit bedrag afzonderlijk beoordelen.
4.3.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert tevens betaling door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van een bedrag van € 3.832,78 aan kosten woning en extra kosten kinderen voor het jaar 2022. Zij heeft gesteld op 30 november 2023 het jaarlijks overzicht aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te hebben toegestuurd met het verzoek € 3.832,78 voor 5 december 2023 te betalen (productie 14). Deze betaling is uitgebleven, zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in verzuim verkeert en hij de wettelijke rente verschuldigd is vanaf elke maand dat hij aan zijn verplichtingen dient te voldoen, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
4.4.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft betwist € 3.832,78 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verschuldigd te zijn. De gevorderde kosten voor 2022 zijn volgens hem exorbitant hoog in vergelijking met de voorgaande jaren en niet meer in verhouding met het maandelijkse bedrag aan kinderalimentatie. Daarnaast heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen enkel overleg gehad met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] over deze extra kosten en hem voor een voldongen feit gesteld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft nimmer goedkeuring gegeven voor deze kosten. Uit de dagvaarding (en producties 12 en 14) blijkt niet duidelijk welke extra kinderkosten worden gevorderd, zo voert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verder aan.
4.5.
De rechtbank volgt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet in zijn verweer. Gelet op het gespecificeerde overzicht (bij productie 14 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ) valt zonder nadere onderbouwing, die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet heeft gegeven, niet in te zien dat de kosten voor 2022 exorbitant hoog zouden zijn. Verder is gesteld noch gebleken dat ook in voorgaande jaren overleg tussen partijen c.q. goedkeuring door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vereist was voordat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn aandeel in de betreffende kosten betaalde, zodat de rechtbank hieraan verder voorbijgaat.
4.6.
Verder valt niet in te zien dat, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd, deze kosten in een andere (familierechtelijke) procedure zouden moeten worden gevorderd. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert immers nakoming van overeengekomen (financiële) afspraken met betrekking tot extra kos-
ten (ook voor de kinderen), niet zijnde kinderalimentatie. De rechtbank gaat om die reden
ook aan dit verweer voorbij.
4.7.
Aangezien partijen in art. 4.2. van het ouderschapsplan hebben afgesproken de
overige extra kosten met betrekking tot de kinderen ieder bij helfte te dragen, en vaststaat dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn helft voor 2022 niet heeft voldaan, zal de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordelen tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van het bedrag van € 24.594,50.
4.8.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de gevorderde wettelijke rente vanaf elke maand dat hij aan zijn verplichting dient te voldoen niet althans niet voldoende (sub 35 conclusie van antwoord in conventie) weersproken, zodat ook dit deel van het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde zal worden toegewezen.
Met betrekking tot de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde verklaring van recht ter zake het bedrag van € 13.998,02
De stellingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
4.9.
De rechtbank zal in het hierna volgende (4.9 t/m 4.13.3) eerst de stellingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de verschillende fases van de onderhavige procedure uitgebreid weergeven. Onvermijdelijk hierbij is dat sommige van haar stellingen worden herhaald. Bij dagvaarding heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het volgende gesteld.
4.9.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft gesteld dat het eigendomsaandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten tijde van de echtscheiding niet aan haar kon worden geleverd omdat de woning was belast met twee conservatoire beslagen, hetgeen nog steeds het geval is. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dachten partijen destijds dat de beslagen niet al te lange tijd daarna zouden worden opgeheven. Toen partijen, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , de betreffende afspraken maakten, was het de bedoeling dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] € 13.998,02 zou krijgen, aangezien dat de helft van de waarde van de op dat moment bestaande bankspaarrekeningen was. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bleef in de woning wonen en zou verder alle vaste lasten voldoen; enkel ten aanzien van de hypotheekrente en woongenot zouden een vergoeding en verrekening ex art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant volgen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] diende in dat kader [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor de woning te betalen. Het gegeven dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] sinds
1 september 2014 niet heeft ingelegd op de bankspaarrekeningen geeft volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ook aan dat hij dezelfde bedoeling als [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft. Vanaf 1 september 2014 legt alleen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in op beide bankspaarrekeningen. De bepaling moet aldus worden uitgelegd dat per 1 september 2014 aan zowel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een bedrag van € 13.998,02 toekomt en dat al hetgeen na die datum (alleen door inleg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ) is opgebouwd geheel aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toekomt. Zodra het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wordt geleverd, zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] derhalve enkel € 13.998,02 ontvangen.
4.9.2.
Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (sub 16-25 dagvaarding) hebben partijen bovendien (impliciet) afgesproken dat teveel betaalde kosten onderling dienen te worden verrekend. Zij heeft jaaroverzichten van de verrekenposten opgesteld en aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] doen toekomen (productie 7). [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft enkele overzichten voor akkoord ondertekend (2014 en 2015) dan wel per e-mailbericht (vanaf 2016) bevestigd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft sinds 2015 niet de woonkosten ex art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant en de overige kosten ex art. 4.2. van het ouderschapsplan betaald.
4.9.3.
Bij e-mailbericht van 16 mei 2023 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zo vervolgt zij, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] be-
richt over de hypothecaire geldlening waarvoor zij maandelijks de bruto hypotheekrente volledig betaalt en over het feit dat zij daarnaast ook nog steeds de inleg van hun bankspaarrekeningen verzorgt (productie 15). Op 16 juni 2023 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zulks (nogmaals) aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] laten weten. Hierop heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet gereageerd. De netto hypothecaire verplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (verminderd met een woongenotvergoeding) is steeds berekend en gebaseerd op het accountantsoverzicht, aangezien dat zo was afgesproken in art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant. In de praktijk is enkel gerekend met de daadwerkelijke netto hypotheekrente en de vermindering daarop van de woongenotvergoeding, zoals volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de bedoeling van partijen was, hetgeen blijkt uit de aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant (productie 3). Zoals gezegd was het de bedoeling van partijen dat elk een bedrag van € 13.998,02 zou toekomen, zijnde de helft van het totale saldo van de bankspaarrekeningen ten tijde van het maken van de afspraak in art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . De inleg van beide bankspaarrekeningen van partijen (die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog steeds maandelijks voldoet) is niet meegenomen in de jaarlijkse verrekenstaten (zie productie 26), hetgeen volgens art. 5 van Pro de echtscheidingsconvenant ook niet de bedoeling was.
4.10.
Bij conclusie van antwoord in reconventie heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog het volgende aan het voorgaande toegevoegd.
4.10.1.
Anders dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] meent, maken de aanvullende afspraken volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen (onlosmakelijk) deel uit van de echtscheidingsbeschikking van 5 september 2014 en ook niet van het echtscheidingsconvenant van 14 augustus 2014. De aanvullende afspraken zijn niet voor niets in een apart document opgetekend: hierin hebben partijen afspraken buiten het echtscheidingsconvenant om gemaakt met de bedoeling dat deze afspraken in beperkte kring bekend zouden zijn.
4.10.2.
Het klopt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat de woning tot op heden onverdeeld is gebleven (sub 14). Dit komt omdat er voordat de echtscheidingsprocedure werd gestart al diverse conservatoire beslagen (op het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in) de woning lagen (door Stichting Vitaal Wonen – tijdens de voortzetting van de mondelinge behandeling op 23 september 2025 aangeduid als Stichting Zo Wonen – en de officier van justitie). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt te hebben vernomen dat de procedure tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en Stichting Vitaal Wonen in hoger beroep recent tot een einde is gekomen en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] enkele tonnen aan de stichting moet betalen. In een strafrechtelijke procedure moet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] meer dan € 40.000,00 aan het OM betalen. Stichting Vitaal Wonen en het OM zullen waarschijnlijk (het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in) de woning gaan uitwinnen, waardoor de conservatoire beslagen overgaan in executoriale beslagen. Als dit anders is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , dan verzoekt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] hem hierover opheldering te verschaffen.
4.10.3.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] doet volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ten onrechte voorkomen alsof hij zich genereus
jegens haar heeft opgesteld tijdens de echtscheidingsprocedure. Omdat het aandeel in de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is beslagen, kan hij echter zijn aandeel niet aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overdragen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist (nogmaals) dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] sinds 2014 tot heden de helft van de hypothecaire lasten voldoet. Elk betalingsbewijs ontbreekt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is al 10 jaar lang aan het wachten om de woning toebedeeld te krijgen, maar moet wel alle maandelijkse lasten en alle kosten voor de kinderen betalen, omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hieraan niet bijdraagt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de inleg voor beide bankrekeningen, het zij herhaald, steeds zelf volledig voldaan (zie productie 22). Het standpunt van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat het saldo van de op zijn naam gestelde spaarreke-
ning hem toekomt is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onjuist en onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vanaf 1 september 2014 nooit heeft bijgedragen aan de inleg van de beide spaarrekeningen, is het onredelijk dat hij opeens bij het verdelen van de woning, waarvan de datum nog steeds in de toekomst ligt, aanspraak kan maken op gelden die alleen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor beide bankrekeningen heeft ingelegd. Het is nooit de bedoeling van partijen geweest om [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te laten meedelen in de helft van de waarde van de bankspaarrekeningen op het moment dat de woning ooit aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zou worden toebedeeld. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] leeft al (meer dan) 10 jaar in onzekerheid, voldoet vanaf 2014 alle woonlasten, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betaalt niets, terwijl er door zijn toedoen beslagen op (zijn aandeel in) de woning zijn gelegd, waardoor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de woning ten tijde van de echtscheiding niet toebedeeld kon krijgen. Het zou slechts anders kunnen zijn indien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook maandelijks de inleg voor zijn bankspaarrekening had voldaan, hetgeen echter sinds 1 september 2014 niet het geval is. Voor het overige volhardt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
4.11.
Ter mondelinge behandeling van 21 november 2024 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het volgende nader verklaard.
4.11.1.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] rept met geen woord over de op de woning rustende conservatoire beslagen, die er al op lagen voordat partijen gingen scheiden en afspraken bij convenant maakten. Om die reden is er in het geheel geen sprake van het doen toekomen van een gehele overwaarde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
Du momentdat de afspraken werden gemaakt (per
1 september 2014) lagen er al beslagen op de woning. Tot nu toe heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niets betaald van de vorderingen.
4.11.2.
Ten tijde van de echtscheiding wensten partijen alvast afspraken te maken voor het geval de beslagen zouden worden opgeheven en het transport van de woning zou kunnen plaatsvinden. Partijen hadden gedacht dat de beslagen niet lang daarna zouden worden opgeheven. Deze beslagen liggen nu echter nog steeds op de woning. Destijds was de bedoeling dat aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van de toen opgebouwde waarde van de bankspaarrekeningen zou toekomen, zijnde een bedrag van € 13.998,02. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zou in de woning blijven wonen en verder alle lasten voldoen. Enkel ten aanzien van de hypotheekrente en woongenotvergoeding zou ex art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant verrekening volgen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] diende in dat kader voor de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen.
4.11.3.
De verwijzing naar de uitspraak van rechtbank Gelderland door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is onjuist, nu de vergelijking van die casus met de onderhavige niet opgaat, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
4.11.4.
Als de redenering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zou worden gevolgd, dan betaalt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in feite maandelijks de inleg van beide bankspaarrekeningen, terwijl de (helft van de) opbrengt naar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gaat. Dat is zo niet bedoeld en ook niet zo afgesproken. Het was bedoeld dat als de woning naar [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wordt toebedeeld, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een bedrag van circa
€ 13.800,00 krijgt en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de rest. Dit is een cadeau van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] omdat op deze bankspaarrekeningen ook beslag ligt (zie productie 4 d.d. 2.2.2015), dat door de uitspraak die er ligt van conservatoir naar executoriaal gaat. Er kan niet verrekend worden, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het bedrag van € 51.000,00 niet toekomt. De bankspaarrekening staat op naam van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en dat zal ook door de schuldeisers worden uitgewonnen. Anders betaalt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de schuldeisers van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , wat niet de bedoeling kan zijn. Destijds stond het huis onder water, dus er was geen overwaarde. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kon dus ook geen overwaarde weggeven, aangezien er al beslag op lag. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betaalt niets. Onder woonkosten vallen de netto hypotheekverplichtingen en de premie leven. Die premie leven (dat was een overlijdensrisicoverzekering) is er niet meer.
4.11.5.
Uit de brief van 14 januari 2022 van ABN AMRO (laatste 3 pagina’s van productie 7) blijkt dat er 5 delen hypotheek zijn. Delen 4 en 5 betreffen de bankspaarrekeningen. Deze delen hebben partijen tot september 2014 samen betaald, sindsdien betaalt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze alleen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betaalt mee aan delen 1 tot en met 3, zijnde de hypotheekrente. De twee keer € 400 van banksparen zitten niet in het bedrag van € 1.600,00 zoals in art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant staat. In art. 3 staat Pro ook duidelijk het woord “daarnaast”. De rente wordt verrekend in de woonkosten, maar het banksparen niet.
4.12.
Bij akte na comparitie heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het volgende aangevoerd.
4.12.1.
In art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant hebben partijen afgesproken om enkel de betaling van de hypotheekrente en de premie leven ad € 104,40 per maand samen te voldoen nadat het fiscale voordeel in mindering is gebracht en de woongenotvergoeding is verdisconteerd. De premie leven betrof een premie betaling voor de risicoverzekering die is stopgezet. Hierbij heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verwezen naar productie 24 waaruit blijkt dat deze premiebetaling door de accountant niet (meer) in de berekening wordt meegenomen vanaf 2016.
4.12.2.
Partijen hebben ten tijde van het sluiten van het echtscheidingsconvenant in 2014 aan de hand van gegevens van het jaar 2013 een snelle rekensom in klad gemaakt en kwamen tot het bedrag van circa € 1.600,00. Partijen meenden daarmee de te betalen hypotheekrente met verrekening van het fiscaal voordeel grofweg te hebben aangegeven (zie productie 25). Het betrof de betaling van de hypotheekrente, vermeerderd met de toen nog bestaande premie leven (risicoverzekering) en verminderd met het fiscale voordeel, hetgeen op circa
€ 1.600,00 uitkwam:
“(…). Dit bedrag was echter niet de netto hypotheekrente. Afgesproken was dat alleen de verplichting tot het betalen van de netto hypotheekrente tussen partijen en de woongenotvergoeding verrekend zou worden.
Echter, in de praktijk is in de overzichten van de vrouw geen rekening gehouden met dit bedrag doch met de daadwerkelijk door de vrouw betaalde hypotheekrente (immers dat was afgesproken) en daarop is vervolgens het fiscale voordeel in mindering gebracht alsmede de woongenotvergoeding verdisconteerd. Vervolgens volgde daaruit nog de vordering van de vrouw op de man terzake de te belasten hypotheekrente voor de woning. Met de inleg voor de bankspaarrekeningen is geen rekening gehouden (...).
De vrouw heeft, ter uitvoering van de in artikel 5 van Pro het echtscheidingsconvenant opgenomen afspraak, jaarlijks aan de man een overzicht doen toekomen van de jaarlijks te verrekenen kosten. Op deze overzichten staat onder andere telkens duidelijk een passage vermeld over de hypotheekrente, de verdiscontering van het fiscale voordeel terzake hypotheekrente en de woongenotvergoeding. De overzichten zijn steeds opgesteld door een accountantskantoor, eerst door AcconAVM en later door BDO. De door de vrouw aan de man jaarlijks verstuurde overzichten zijn als
productie 9en
productie 14bij de dagvaarding gevoegd en de vrouw verwijst thans daarnaar. (…).” (akte na comparitie, pag. 3).
Deze overzichten zijn nogmaals ter verduidelijking als productie 26 ingebracht. Hierop is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] duidelijk te zien dat de inleg op het banksparen hiervan geen deel uitmaken. Aan de hand van productie 27 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (sub 7) de rekenmethodiek geconcretiseerd. De rekensom zoals daar uitgevoerd is ook zo gemaakt voor de jaren 2015 tot en met
2022. Het betreft telkens dezelfde rekensom van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde bruto hypo-
theekrente en daarop de vermindering van het hypotheekvoordeel en de verdiscontering van de woongenotvergoeding. Overzicht 2015 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor akkoord ondertekend.
4.12.3.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft (sub 43 conclusie van antwoord in conventie) de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde posten ter zake woonkosten erkend. De woonkosten zijn gebaseerd op de berekeningen ten aanzien van de bruto betaalde hypotheekrente verminderd met het fiscale voordeel betreffende de hypotheekrente alsook de verdiscontering van de woongenotvergoeding, hetgeen is terug te lezen in de overzichten (productie 26).
4.12.4.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde de inlegbedragen van het banksparen zelf en daaraan heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nooit bijgedragen. Van een bijdrage van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daaraan is niet gebleken. Immers, ook in de verrekening van de woonkosten (zijnde hypotheekrente, fiscaal voordeel en woongenotvergoeding) is geen inleg voor de bankspaarrekeningen verdisconteerd, hetgeen volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] logisch is aangezien dat niet was afgesproken.
4.12.5.
Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkend dat hij de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde hypotheekrente verschuldigd is. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft zich gebaseerd op de door de accountant opgestelde overzichten volgens de hierboven uitgelegde rekenmethodiek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in verzuim met betaling ervan, reden waarom hij wettelijke rente verschuldigd is. De inleg van beide bankspaarrekeningen is niet meegenomen in de jaarlijkse verrekenstaten. Dit is conform de bedoeling van partijen met betrekking tot art. 5 in Pro het echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hierop zijn akkoord gegeven voor 2014 en 2015. Bij brief van 16 mei 2023 (productie 15) heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hierover bericht.
4.12.6.
De circa bedragen zoals opgenomen in het echtscheidingsconvenant zijn in de praktijk aan de hand van de daadwerkelijke hypotheekrente, het fiscale voordeel ter zake de hypotheekrente alsook de woongenotvergoeding (verrekend) opgesteld.
4.13.
Ter mondelinge behandeling van 23 september 2025 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het volgende nader verklaard.
4.13.1.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft nogmaals benadrukt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niets heeft betaald. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft hem steeds overzichten toegestuurd, zonder dat er een betaling volgde. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] was het eens met de bedoeling van partijen, hetgeen volgt uit de door hem ondertekende overzichten 2014 en 2015. Het overzicht 2015 is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in 2017 ondertekend. Daarin staat hoe de verrekening is op basis van de bedoeling van partijen in art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant. Ook alle overzichten daarna laten steeds dezelfde berekening zien, maar met verschillende bedragen.
4.13.2.
De notariële conceptakte die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ingebracht betreft een ander traject, namelijk de overname van de woning door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft in dat kader gesproken met de eerste beslaglegger (Stichting Zo Wonen), die wil meewerken aan die overname. In dat kader heeft een taxatie plaatsgevonden en is tussen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en Stichting Zo Wonen overeenstemming bereikt over de waarde van de woning van € 995.000,000. Er is géén overeenstemming dienaangaande bereikt met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . Het overbedelingsbedrag dat in die conceptakte staat, zo begreep [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van zowel de notaris als Stichting Zo Wonen, zou op een derdenrekening van de notaris worden gestort om vervolgens uit te worden betaald aan Stichting Zo Wonen. Onder die voorwaarde is Stichting Zo Wonen bereid het beslag op de woning op te heffen. Achter [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ‘staat de beslaglegger’, wat impliceert dat geld dat uit de levering van de woning komt, gelijk doorgaat naar de beslaglegger. In zoverre kan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet met het geld doen wat hij wil, zo begreep [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van de notaris en Stichting Zo Wonen.
4.13.3.
Uit het meest recente overzicht van hypotheekkosten blijkt dat deze inmiddels circa
€ 84.000,00 bedragen, zo verklaarde [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter zitting.
De stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
4.14.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft als verweer het volgende aangevoerd.
4.14.1.
De woning is tot op heden onverdeeld gebleven. Binnen de gemaakte afspraken heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] recht op de opgebouwde waarde van de bankspaarrekening die op zijn naam staat op het moment dat de woning daadwerkelijk zal worden overgedragen en geleverd aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en niet, zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] meent, slechts op de opgebouwde waarde tot 1 september 2014 van € 13.998,02. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] staat in het echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken letterlijk dat zolang de woning nog niet is toebedeeld aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] beide partijen bijdragen aan de kosten van de woning, waarbij het gaat om een bedrag van
€ 1.600,- netto per maand aan hypotheekrente en premie leven, waaraan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor
€ 800,- netto per maand bijdraagt, onder aftrek van een woongenotvergoeding van € 400,- per maand, zodat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] maandelijks een bedrag van € 400,- aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalt.
“(…) Dit bedrag is de helft van de netto hypothecaire verplichting.
De overige eigenaarslasten komen vanaf de datum van ondertekening van het convenant voor rekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
Het opgebouwde spaardeeldeel dat gekoppeld is aan de hypotheek beiden toekomt, ieder voor de helft van de opgebouwde waarde
op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]dan wel de afhandeling van de woning.
Tegen die tijdzal uitbetaling hiervan in overleg worden afgehandeld. [onderstreping door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , sub 17 conclusie van antwoord in conventie]”
Hieruit blijkt dat volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij zich coulant jegens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft opgesteld, omdat hij geen aanspraak maakt op de overwaarde van de woning, die sindsdien enorm is gestegen, door in art. 3a van het echtscheidingsconvenant af te spreken dat “een en ander zal plaatsvinden zonder verdere verrekening”. Sinds 2014 tot en met heden voldoet [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op die manier de helft van de hypothecaire verplichtingen. De woning is voor de echtscheiding met gelden van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verbouwd, terwijl hij ten tijde van de echtscheiding geen aanspraak heeft gemaakt op vergoedingsrechten dienaangaande. Omgekeerd dient [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich aan de afspraken te houden met betrekking tot de waarde van het opgebouwde spaardeel. Aldus komt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de overwaarde toe en aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van het opgebouwde spaardeel op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel afhandeling van de woning. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn partijen dit duidelijk overeengekomen. Er staat niet voor niets dat uitbetaling hiervan “tegen die tijd” in overleg zal worden afgehandeld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vindt (sub 24 conclusie van antwoord in conventie) “de wijze waarop [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich na al deze jaren opstelt door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] alsnog de helft van de waarde van het opgebouwde spaardeel dat gekoppeld is aan de hypotheek af te willen nemen, is bar en boos”, temeer nu hij zich “zeer coulant heeft opgesteld.” Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hij door middel van betaling van € 800,00 per maand in overeenstemming met de aanvullende afspraken recht op de helft van de opgebouwde waarde van het spaardeel op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en niet op de waarde op enig ander moment, zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] beweert.
4.14.2.
Het is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een raadsel op welke wijze [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot de stelling komt dat partijen bedoeld zouden hebben dat hem enkel de helft van de waarde per 15 augustus 2014 toekomt. Dit strookt volgens hem niet met hetgeen partijen in de aanvullende afspraken zijn overeengekomen waarin specifiek en concreet is vastgelegd dat de helft van de opgebouwde waarde van het spaardeel dat is gekoppeld aan de hypotheek op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel de afhandeling van de woning aan beiden ieder voor de helft toekomt. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vormen de echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken één geheel.
“Niets was gemakkelijker geweest om - als die datum daadwerkelijk als peildatum zou zijn afgesproken of dit de bedoeling zou zijn geweest - dit in de bepaling te vermelden. Dat dit niet is gebeurd, is omdat deze datum van 15 augustus 2014 nimmer is afgesproken.” (sub 27 conclusie van antwoord in conventie).
4.14.3.
Er is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niets onduidelijk aan de verdeling bij helfte van het opgebouwde spaardeel “
op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel afhandeling van de woning” [vet door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ].
4.14.4.
De twee bankrekeningen zijn, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , niet voor niets gekoppeld aan de hypotheek. De maandelijkse betaling ten aanzien van de woning kan volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om die reden worden aangemerkt als uitgestelde aflossingen op de hypotheek. Aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
“(…) ingevolge het convenant voor de helft heeft bijgedragen aan de hypotheekkosten, en mede gezien het feit dat hij afstand heeft gedaan van de overwaarde van de woning, komt naar het oordeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de waarde van het spaardeel op het moment dat de woning daadwerkelijk aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal worden toebedeeld beiden voor de helft toe.” (sub 28 conclusie van antwoord in conventie).
Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wil [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wel de lusten, maar niet de lasten.
4.14.5.
Pas bij e-mailberichten van 16 mei 2023 en 16 juni 2023 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op de hoogte gesteld dat hij - in tegenstelling tot hetgeen is overeengekomen bij convenant - enkel aanspraak kan maken op het opgebouwde spaardeel gekoppeld aan de hypotheek tot
1 september 2014. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verwijst naar de uitspraak van rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2021:3892) naar uitleg van afspraken in een convenant via de Haviltex-maatstaf, waarbij de rechtbank oordeelde dat de afspraken in het convenant volstrekt helder zijn en nog steeds gelden, hetgeen ook voor partijen in onderhavige zaak geldt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de afgelopen negen jaar nimmer in kennis gesteld van haar stellingname dat hij slechts recht zou hebben op het opgebouwde spaardeel tot 1 september 2014. Uit het
e-mailbericht van 16 mei 2023 blijkt volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zelf ook niet in de veronderstelling was dat de opgebouwde waarde in het spaardeel voor een ongelijke verdeling in aanmerking zou komen, nu zij zelf opmerkt dat de reeds gemaakte afspraken op 15 augustus 2014 ten aanzien van het spaardeel anders waren dan zij had gedacht.
“Het spaardeel bestaande uit twee bankspaarrekeningen (...) ten aanzien waarvan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nu meent dat deze haar geheel toekomen, betreffen geen ‘losse’ op zichzelf staande bankrekeningen maar zijn dermate nauw met de hypotheek verbonden dat deze er niet los van kunnen worden gezien.” (sub 33 conclusie van antwoord in
conventie).
Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] biedt het convenant geen aanknopingspunten voor het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingenomen standpunt.
4.14.6.
Gelet op al het voorgaande moet, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde verklaring van recht worden afgewezen en komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de helft van de opgebouwde waarde tot het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dan wel afhandeling van de woning toe. Op 26 maart 2024 (zie productie 2) was het totaal opgebouwde bedrag
€ 103.560,74, waarvan bijgevolg de helft (€ 51.780,37) zowel aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toekomt.
4.15.
Ter mondelinge behandeling van 21 november 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het volgende nader verklaard.
4.15.1.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft slechts twee overzichten ondertekend, de andere niet.
4.15.2.
Of de aanvullende afspraken tot de echtscheidingsbeschikking behoren of niet: het is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een feit dat (i) partijen de aanvullende afspraken zijn overeengekomen, (ii) de woning tot op heden onverdeeld is, (iii) hij aan kosten woning de helft betaalt, waarvan na aftrek van de woongenotvergoeding van € 400,00 (na indexeringen) een bedrag van € 450,00 overblijft. Door betaling van dit bedrag heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] conform de aanvullende afspraken recht op de helft van de opgebouwde waarde van het spaardeel op het moment van toedeling van de woning aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Partijen zijn volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] duidelijk overeengekomen dat het gaat om de waarde op het moment van toedeling van de woning en niet om de waarde op enig ander moment zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] beweert.
4.15.3.
De twee spaarpolissen zijn gekoppeld c.q. verpand aan de hypotheek. De maandelijkse betaling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten aanzien van de woning kan om die reden dan ook worden aangemerkt als uitgestelde aflossingen op de hypotheek. De premiebetalingen ten aanzien van de spaarpolissen dienen eveneens te worden aangemerkt als (uitgestelde) aflossingen op de hypotheek en niet als betalingen van premies voor een polis (zie ook: ECLI:NL:GHARL:2018:5401). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] noemt de twee spaarpolissen “bankspaarrekeningen” om alle schijn van verbondenheid met de hypotheek te voorkomen. Feit is volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] echter dat de opgebouwde waarde in de spaarpolissen het resultaat is van (uitgestelde) aflossingen op de hypotheek, welke kosten en lasten conform (art. 5 van Pro) het convenant zouden worden gedeeld. Hieraan draagt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] elke maand voor de helft bij. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] wil een en ander verrekenen met zijn bankspaardeel. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de premies vervolgens vanaf haar bankrekening voldoet, doet niet ter zake.
4.15.4.
Al bij e-mailbericht van 9 juni 2020 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geïnformeerd dat hij
alle losse eindjes wenst af te wikkelen en aanspraak maakt op de helft van het aan de hypotheek gekoppelde spaardeel dat op dat moment € 64.768,- bedroeg. Hierop is geen reactie van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gekomen, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
4.15.5.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de overwaarde al toebedeeld gekregen. Ook een deel van de verbouwingskosten vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet terug.
4.15.6.
Met toedeling wordt bedoeld het transport en de overdracht van de woning. Met af-
handeling wordt bedoeld dat alles financieel wordt afgewikkeld. Er is nooit beslag gelegd op de bankspaarrekeningen, dat behoort tot de onverdeelde boedel (50%), aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
4.15.7.
De beslagen kunnen worden opgeheven nu een arrest is gewezen.
4.16.
Bij akte na comparitie heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog het volgende - voor zover thans van belang - aangevoerd.
4.16.1.
Volgens het overzicht van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van 2015 bedroeg de hypotheekrente in 2015
in totaal € 29.365,28. Volgens een financieel jaaroverzicht van de ABN AMRO van 2015 (productie 5) bedroeg de inleg banksparen 2015 (2 x € 2.149,32 =) € 4.298,64 plus leningdeel 149: bankspaarhypotheek (€ 7.032,48) plus leningdeel 157: aflossingsvrij
(€ 10.865,01) plus leningdeel 165: bankspaarhypotheek (€ 7.032,48), in totaal zijnde
€ 29.228,61, hetgeen slechts € 136,67 verschilt met het bedrag van € 29.365,28.
4.16.2.
De hypotheekrenteaftrek is gebaseerd op de rente die wordt betaald en niet de inleg. Met andere woorden er is circa € 24.000,00 jaarlijks aan rente betaald vanaf de afspraak in het echtscheidingsconvenant in 2014 tot heden. Rekening houdend met een aftrek IB van 52% ad circa € 11.000,00 blijft er een te betalen bedrag (last) van € 13.000,00 over.
“Als de inleg van de twee bankspaarhypotheken van in totaal +\- € 4.300,- en de premie t.a.v. de risicoverzekering ad € 1.300,- hierbij wordt opgeteld, komen we uit op een bedrag van in totaal € 18.600.- op jaarbasis. Per maand betekent dit een bedrag van € 1.550,- (op € 50,- na € 1.600,-) waarmee we weer op het overeengekomen bedrag van € 1.600,- uitkomen. Als de inleg namelijk niet wordt meegerekend, dan wordt niet op een bedrag van
€ 1.600,- uitgekomen.” (sub 8 akte uitlaten).
Hieruit volgt dat de inleg voor de twee bankspaarrekeningen in het bedrag van € 1.600,- is inbegrepen.
4.17.
Ter mondelinge behandeling van 23 september 2025 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] - voor zover thans van belang - het volgende nader verklaard.
4.17.1.
De levering moet gewoon doorgaan. Blijkens de conceptakte is er ten aanzien van de verdeling niets meer te vorderen. Uit die conceptakte blijkt ook dat de helft van het spaardeel en de helft van de overbedeling naar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gaat. In de aanhef van de conceptakte staat letterlijk dat het een akte verdeling betreft naar aanleiding van het echtscheidingsconvenant. Deze conceptakte staat los van beslagen of eventuele gelden die daaruit vrijkomen. De conceptakte is iets tussen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , daar staat de beslaglegger buiten. In het bedrag van € 1.600,00 is de inleg van het banksparen meegenomen. Dat geld komt hem toe, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
Het oordeel van de rechtbank
4.18.
De rechtbank overweegt als volgt.
4.18.1.
De rechtbank stelt als onweersproken vast dat het ten tijde van het overeenkomen
van het echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken in 2014, niet de verwachting van partijen was dat de levering van de woning meer dan 10 jaar zou gaan duren.
4.18.2.
Voorts is uit niets gebleken dat ten tijde van het overeenkomen van het echtscheidingsconvenant en de aanvullende afspraken in 2014 op de woning een overwaarde rustte, reden waarom de rechtbank voorbijgaat aan het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij uit coulance naar [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toe heeft afgezien van aanspraak op de overwaarde. Hetzelfde geldt voor de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet onderbouwde stelling dat hij eigen gelden in de verbouwing van de woning heeft gestoken, maar waarvan hij uit coulance geen vergoeding door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert.
4.18.3.
De rechtbank neemt als niet (voldoende) weersproken aan dat de “premie
leven” zoals genoemd in art. 5 als Pro deel van de woonkosten, vanaf 2016 is stopgezet en dus sindsdien geen rol meer speelt bij de berekening van de woonkosten (zie sub 4.12.1). Gelet daarop ligt de vraag voor of onder de in dat artikel genoemde “hypotheekrente” al dan niet moet worden begrepen de inleg op beide bankspaarrekeningen.
4.18.4.
Hoewel het banksparen gekoppeld is aan de op de woning rustende hypotheek, is hierover in art. 5 niets Pro specifieks overeengekomen, terwijl partijen in de aanvullende afspraken aanleiding zagen hierover nadere afspraken te maken, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank onderstreept dat partijen niet de bedoeling hadden om het banksparen onder het begrip ‘hypotheekrente” in het kader van de woonkosten van art. 5 te Pro scharen. Dit wordt eveneens onderbouwd met de door de accountants jaarlijks opgestelde overzichten en de daarin gehanteerde berekeningsmethodiek. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft geen aanknopingspunten aangedragen die een andere conclusie rechtvaardigen.
4.18.5.
De rechtbank neemt als vaststaand aan dat, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de door de accountants opgestelde overzichten 2014 en 2015 voor akkoord heeft ondertekend, hij zowel de daarin gehanteerde berekeningsmethodiek alsook de uitkomst daarvan heeft aanvaard en erkend.
4.18.6.
Verder staat als onweersproken vast dat in de jaaroverzichten volgend op die van 2015 dezelfde berekeningsmethodiek is gehanteerd, zodat de rechtbank (ook) uitgaat van de juistheid van die overzichten. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij eerst bij brieven van 16 mei 2023 en 16 juni 2023 door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ervan op de hoogte is gesteld dat het banksparen geen deel uitmaakt van de hypotheekrente, faalt dan ook.
4.18.7.
Dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overzichten na 2015 niet meer heeft ondertekend, doet niet af aan de juistheid ervan, met name wat betreft de gehanteerde berekeningsmethodiek, die immers ongewijzigd is gebleven.
4.18.8.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft niet aannemelijk gemaakt dat bij de berekening van het oorspronkelijke bedrag van circa € 1.600,00 de inleg van het banksparen is inbegrepen (zie sub 4.16.1 en 4.16.2). Mede in het licht van de uitleg die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dienaangaande heeft gegeven (zie sub 4.12.2), die de rechtbank aannemelijk voorkomt, gaat de rechtbank aan de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gegeven uitleg voorbij.
4.19.
Verder staat als onweersproken vast dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] sinds september 2014 als enige de inleg voor het banksparen heeft voldaan, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet aannemelijk heeft gemaakt dat en waarom partijen zouden hebben afgesproken dat (alleen) [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] die (integrale) inleg zou voldoen, terwijl [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wél voor de helft van het resultaat van die inleg zou kunnen meeprofiteren. Gelet hierop volgt de rechtbank de lezing van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zoals die in het voorgaande uitvoerig is weergegeven.
4.20.
Het voorgaande impliceert dat de rechtbank de stellingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onderschrijft dat
  • i) onder hypotheekrente in de zin van art. 5 van Pro het echtscheidingsconvenant niet wordt verstaan de inleg van het banksparen,
  • ii) het de bedoeling was van partijen om de tot 1 september 2014 opgebouwde waarde tussen partijen bij helfte te verdelen, op grond waarvan aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] € 13.998,02 toekomt,
  • iii) vanaf september 2014 alleen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de inleg voor beide bankspaarrekeningen voldoet en haar vanaf die datum de het verder opgebouwde vermogen toekomt.
De rechtbank zal de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij petitum sub c gevorderde verklaring voor recht om die reden toewijzen.
4.21.
Uit het voorgaande volgt dat het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij petitum gevorderde sub I zal worden afgewezen.
4.22.
De rechtbank is wat betreft het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij petitum sub V gevorderde van oordeel dat, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog wettelijke rente verschuldigd is over de bedragen waarmee hij in verzuim is, terwijl deze niet op eenvoudige wijze door de rechtbank kunnen worden vastgesteld omdat partijen te dien aanzien geen concrete bedragen hebben aangedragen, het beroep van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op verrekening om die reden moet worden afgewezen.
Beslagkosten
4.23.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert (onder verwijzing naar productie 20) betaling van de
beslagkosten door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zijnde € 314,00 (griffierecht) en € 702,84 (deurwaarderskosten), in totaal bedragend € 1.016,84.
4.24.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft - kort gezegd - aangevoerd dat het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelegde beslag onnodig of onrechtmatig is. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gaat er immers zelf van uit dat de opgebouwde waarde van de bankspaarrekening op naam van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] haar toekomt, waardoor het vreemd is dat zij daar beslag op legt.
4.25.
De rechtbank is van oordeel dat het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelegde beslag niet onnodig of onrechtmatig is. Uit het onder rov. 4.18. overwogene blijkt immers dat de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] slaagt en dat zij nog een aanzienlijk bedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te krijgen. Ter zekerheidsstelling daarvan heeft zij het beslag gelegd. De rechtbank zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dan ook veroordelen tot betaling van het bedrag van € 1.016,84.
Opheffen conservatoir beslag door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
4.26.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het conservatoir beslag opheft, omdat hiervoor volgens hem geen belang meer is.
4.27.
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor onder rov. 4.25 heeft overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding dit deel van het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde toe te wijzen, aangezien [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een aanzienlijk bedrag verschuldigd is aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , reden waarom zij nog steeds een belang heeft bij het door haar gelegde beslag.
Inzage in de verrekening van € 12.500,00
4.28.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat partijen bij aanvullende afspraken onder het tweede
gedachtestreepje zijn overeengekomen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] € 12.500,00 wegens overbedeling zou moeten betalen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , maar dat dit wordt verrekend met de kinderalimentatie en de gedeelde kinderkosten. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] inzage geeft in die verrekening.
4.29.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist dat zij inzage moet geven in de verrekening van dit bedrag met de destijds toekomstige betalingsverplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan haar. Zij betwist de noodzaak van de vordering. Het is haar niet duidelijk wat voor inzage [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wenst, nu hij de overzichten 2014 en 2015 voor akkoord heeft getekend (zie productie 6 en 9, die zij nogmaals als productie 23 heeft overgelegd). Daaruit blijkt dat de inboedel is verrekend.
4.30.
De rechtbank volgt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in haar verweer. Nog daargelaten dat hij dit deel van zijn vordering niet (voldoende) heeft onderbouwd, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onvoldoende duidelijk gemaakt welk belang hij heeft bij dit deel van de vordering, reden waarom dit deel van het door hem gevorderde zal worden afgewezen.
Kosten BsGW 2015
4.31.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft - onder verwijzing naar productie 3 (zijnde een dwangbevel BsGW van 30 juni 2015) - gesteld € 1.690,65 te hebben voldaan aan gemeentelijke belastingen en/of waterschapbelastingen ten aanzien van de woning, terwijl deze kosten volgens het echtscheidingsconvenant niet meer voor zijn rekening kwamen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dit bedrag om die reden van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Ter zitting van 21 november 2024 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verklaard dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de BsGW conform de afspraken moet betalen.
4.32.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist deze vordering primair omdat deze verjaard is. Subsidiair betwist [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het gevorderde bedrag. Niet is gebleken dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dit bedrag daadwerkelijk heeft voldaan. Ook is niet gebleken uit hoofde waarvan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de kosten aanmaning en dwangbevel zou moeten voldoen. Uit productie 3 volgt hooguit een verrekenpost van
€ 304,03. Als zij dit al zou moeten betalen, dan kan het worden verrekend met dat wat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog aan haar moet betalen. De kostenverhoging komt echter voor rekening en risico van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en niet voor die van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft deze beschikking op zijn adres ontvangen en deze is door zijn nalaten verhoogd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had haar tijdig op de hoogte hiervan kunnen stellen, wat hij niet heeft gedaan, zodat de kostenverhoging voorkomen had kunnen worden. Nu wordt zij ineens met een verhoging geconfronteerd waarvan zij niet eerder wist, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .
4.33.
De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 3:307 lid 1 BW Pro een rechtsvordering verjaart tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Ingevolge lid 2 loopt in geval van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd de in lid 1 bedoelde termijn pas van de aanvang van de dag, volgende op die waartegen de schuldeiser heeft medegedeeld tot opeising over te gaan, en verjaart de in lid 1 bedoelde rechtsvordering in elk geval door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waartegen de opeising, zo nodig na opzegging door de schuldeiser, op zijn vroegst mogelijk was.
4.34.
De rechtbank is - met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] - van oordeel dat de rechtsvordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is verjaard. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft hierop in het geheel niet gereageerd, anders dan door ter zitting te verklaren dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dit conform afspraak dient te betalen, hetgeen onvoldoende is om het verjaringsverweer van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te weerspreken. Het lag op de weg van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om in het licht van het verjaringsverweer van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zijn vordering nader te onderbouwen wat betreft bijvoorbeeld opeisbaarheid en/of stuiting van de vordering. Nu hij dit niet heeft gedaan, slaagt het verjaringsverweer van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en zal dit deel van het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderde worden afgewezen.
Proceskosten in conventie en in reconventie
4.35.
Anders dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (sub 40 conclusie van antwoord in conventie) meent, vordert [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie geen buitengerechtelijke incassokosten.
4.36.
De rechtbank ziet in het feit dat partijen ex-echtgenoten zijn aanleiding de proceskosten zowel in conventie als in reconventie te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een geldbedrag ad € 24.594,50, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente per data verzuim tot de dag der algehele voldoening,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen alle beslagkosten, zijnde een bedrag ad € 1.016,84, die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft moeten maken, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf het moment dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in verzuim is tot de dag der algehele voldoening,
5.3.
verklaart voor recht dat voor de eerste alinea uit het document “aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant” d.d. 15 augustus 2014 het volgende geldt:
van de waarde van de bankspaarrekeningen, die gekoppeld zijn aan de hypothecaire geldlening waarmee de woning is belast, komt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] maximaal een bedrag ad
€ 13.998,02 (zijnde de waarde van zijn bankspaarrekening per 1 september 2014) toe en het resterende vermogen (zijnde eveneens een bedrag ad € 13.998,02 en het verdere opgebouwde vermogen dat thans nog groeit als gevolg van de maandelijkse inleg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ), komt volledig aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toe,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis ten aanzien van 5.1.en 5.2 uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.7.
wijst de vorderingen af,
5.8.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
3 december 2025.
JC