ECLI:NL:RBLIM:2025:13036

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
C/03/346996 / KG ZA 25-434
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot medewerking aan levering onverdeelde helft woning aan ex-echtgenote conform echtscheidingsconvenant

In deze zaak heeft de vrouw, eiseres, een kort geding aangespannen tegen haar ex-echtgenoot, de man, om hem te veroordelen tot medewerking aan de levering van zijn onverdeelde aandeel in de woning aan haar. De vrouw stelt dat er een spoedeisend belang is bij de levering, omdat er een risico bestaat dat de woning openbaar verkocht zal worden door de beslaglegger, ZoWonen, als de overname niet snel geregeld wordt. De man heeft in het verleden zijn medewerking toegezegd, maar heeft deze niet onvoorwaardelijk gemaakt en heeft op het moment van de zitting de notariële akte nog niet ondertekend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar vorderingen spoedeisend zijn en dat de man onterecht niet meewerkt aan de levering. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vrouw toe en veroordeelt de man om binnen twee weken zijn medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de woning. Tevens wordt de man veroordeeld in de proceskosten van de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/346996 / KG ZA 25-434
Motivering van 30 december 2025 bij vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. F.F.A.D.C. Tjalma,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S. Oudenhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 november 2025 met de producties 1 tot en met 9,
- de op 12 december 2025 ingediende aanvullende producties 10 tot en met 14 van de zijde van de vrouw,
- de op 15 december 2025 in de late namiddag digitaal ingediende documenten al dan niet met bijlage, allemaal ongenummerd, in totaal 10 stuks, van de zijde van de man,
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025,
- de zittingsnotities van mr. Tjalma,
- de pleitnota van mr. Oudenhoven.
1.2.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 16 december 2025 het kop-staartvonnis uitgesproken. Dit is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het huwelijk van partijen zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren.
2.2.
Partijen hebben in 2009 – vóór de sluiting van het huwelijk in 2010 – gezamenlijk de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: “de woning”) aangekocht. De man en de vrouw zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning. [1]
2.3.
Op 4 december 2013 heeft de Stichting Vitaal Wonen conservatoir beslag op gelegd op de onverdeelde helft van de man in de woning. [2] De rechtsopvolger van deze stichting is de Stichting ZoWonen (hierna: de stichting). Op 13 maart 2014 heeft de officier van justitie van het bureau ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie eveneens conservatoir beslag gelegd op het aandeel van de man in de woning. [3]
2.4.
Partijen zijn op 15 augustus 2014 een echtscheidingsconvenant overeengekomen (hierna: het convenant). [4] Het convenant luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“(…)
3a. De echtelijke woning van partijen.
Op deze woning rust een hypotheek van € 700.000,--(dat is een zg. Tophypotheek); daarnaast is er een zg. gekoppelde spaarregeling.
De vrouw zal de woning overnemen.
De hypotheek zal daarvoor worden aangepast en de spaarregelingen, zal voor wat betreft de tenaamstelling en begunstiging -indien nodig- op naam van de vrouw worden gezet.
De man zal daaraan zijn medewerking verlenen.
De man wordt dan ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek.
Een en ander zal plaatsvinden zonder verdere verrekening.
De notariële afhandeling zal plaatsvinden zodra dat mogelijk is ( dat is afhankelijk van het opheffen van de thans op deze woning rustende beslagen).
De man zal aan het opheffen van de beslagen alle medewerking verlenen.
(…)”
2.5.
Bij beschikking van 5 september 2014 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. [5] Het huwelijk is op 26 september 2014 ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Echt-Susteren. [6] Het convenant is aan de beschikking gehecht.
2.6.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 3 oktober 2023 uitspraak gedaan in een zaak tussen de stichting en de man, waarbij de man onder meer is veroordeeld tot betaling van een geldbedrag. [7] De man heeft geen cassatie ingesteld tegen de uitspraak, waardoor de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen. Het conservatoir gelegde beslag is overgegaan in executoriaal beslag.
2.7.
Ter voorkoming van een executoriale verkoop van de woning heeft de vrouw overleg gevoerd met de stichting over de mogelijkheid dat zij in de woning zou kunnen blijven wonen. De stichting heeft aangegeven dat zij zal meewerken aan een onderhandse verkoop aan de vrouw van het aandeel van de man in de woning. In dat geval worden de beslagen van zowel de stichting als het Openbaar Ministerie opgeheven. Ter bepaling van een verkoopsom is de woning op 24 april 2024 getaxeerd tegen een waarde van € 995.000,-.
2.8.
De notaris heeft voor het eerst op 24 juni 2025 een conceptakte van verdeling en levering toegestuurd aan partijen, waarbij het aandeel van de man aan de vrouw wordt geleverd (hierna: de (eerste concept)akte). [8] De vrouw heeft per e-mailbericht van 10 juli 2025 aan de notaris (met kopie aan de man) te kennen gegeven akkoord te zijn met de inhoud van de akte. [9]
2.9.
De man heeft, na reminders van de notaris op 25 augustus 2025 [10] en van de vrouw op 30 augustus 2025 [11] , op 8 september 2025 de notaris per e-mail (zonder kopie aan de vrouw) als volgt bericht [12] :
“(…)
De advocaat van [eiseres] nam vandaag contact met mijn advocaat op met de vraag of de verdeling ter uitvoering van het bepaalde in het echtscheidingsconvenant kan doorgaan.
Ik ben de laatste die deze verdeling zou willen tegenhouden, maar ik heb wel nog een aantal
vragen alvorens definitief akkoord kan worden gegeven:
- Je geeft in je mail van 24 juni jl. aan dat de akte van verdeling ter uitvoering van het bepaalde in het echtscheidingsconvenant is. Hoe verhoudt zich dit tot de lopende procedure omtrent o.a. de waarde van het spaardeel behorende bij de hypotheek?
- In het concept dat je mij hebt doorgestuurd staat namelijk dat [eiseres] een bedrag van € 206.158,02 aan mij betaalt in het kader van de ‘overbedelingsvordering’ en hiermee het financiële verschil dat door verdeling tussen partijen ontstaat, wordt rechtgetrokken. Onderdeel van genoemd bedrag van € 206.158,02 is het saldo van de bankspaarrekening.
Over de hoogte van dit saldo loopt momenteel nog een procedure en hieromtrent vindt op 23
september a.s. een zitting plaats. Gezien de inhoud van deze conceptakte (waarbij [eiseres] instemt met verdeling van de helft van de overwaarde én met vaststelling van de waarde van het spaardeel op een bedrag van € 117.316,04, de helft aan mij wordt toebedeeld) en haar standpunt (bevestiging voor akkoord d.d. 10 juli jl.) kan genoemde procedure in zijn geheel worden geroyeerd dan wel worden ingetrokken.
Naar aanleiding van bovenstaande moeten we wel nog een en ander aanpassen in de akte alvorens er definitief akkoord kan worden gegeven.
(…)”
2.10.
Op 9, 10 en 15 september 2025 hebben de advocaten van partijen e-mails aan elkaar gestuurd. [13] In het laatste bericht (van de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man), staat – voor zover in deze zaak van belang – het volgende:
“(…)
Het is overigens voor cliënte ook onduidelijk wat er in uw e-mail bedoeld wordt met zaken die in de akte zouden moeten worden aangepast alvorens een definitief akkoord kan worden gegeven.
Naar cliënte van de notaris vernam, is de conceptakte verder in orde en valt niet in te zien wat er nu aangepast moet worden.
Cliënte verzoekt thans duidelijkheid te verkrijgen over de datum waarop de akte levering kan worden gepasseerd nu het risico bestaat dat Zowonen niet langer akkoord kan gaan dat de woning voor de in de akte genoemde prijs aan cliënte volledig wordt toebedeeld. Cliënte stelt dat het risico bestaat, als dit alles te lang duurt, dat de woning openbaar verkocht wort, hetwelk alleen maar minder oplevert en partijen veel verder van huis zijn.
(…)
2.11.
Op 10 oktober 2025 reageert de man met een e-mailbericht aan de notaris [14] als volgt:
“(…)
Inmiddels heb ik de conceptakte [akte van verdeling] doorgenomen.
Graag zou ik een aantal aanpassingen wensen.
Ik heb deze in de conceptakte vermeld (zie onderstaande en bijlage; gele arceringen, teksttoevoegingen en hetgeen verwijderd kan worden).- Pag. 1
● Doel van deze Akte; overname van de hypotheek schulden- Pag.2● Huwelijkse voorwaarden zijn in 2014 niet gewijzigd● Bij deze akte zullen uitsluitend de na te vermelden goederen en schulden [vervallen]● Artikel 5 verdelingsdatum komt te vervallen - niet relevant - verdelingsdatum is datum ondertekenen notariële akte.
- Pag. 3● De waarde bankspaarrekeningen - actuele waarde opnemen datum transport en ondertekenen notariële akte.● Waarde - actuele taxatie en waarde opnemen datum transport en ondertekenen notariële akte.
- Pag. 4● Overbedeling vordering - casu quo ten behoeve van de man komt te vervallen
● Schuldovername - ivm de hypotheek schuldovername
- Pag. 5● Ontslagverklaring is wel noodzakelijk● Inzake kwijting - volledige kwijting over en weer [niets meer te vorderen van elkaar].
Vervolgens nog een aantal zaken die van belang zijn voordat tot ondertekening wordt overgegaan:● Het beslag dat door [eiseres] is gelegd op het spaardeel behorende bij de hypotheek, dient er afgehaald te worden;● De actuele waarde van de spaarhypotheek dient in de akte vermeld te worden;● Taxatie op basis van de huidige waarde (2025) en deze waarde zal benoemd dienen te worden [nader overleg in deze].
Gelieve mij enkele data voor te stellen (medio november 2025) waarop de notariële akte kan worden
ondertekend, rekening houdend met bovengenoemde aanpassingen.
(…)”
2.12.
De notaris laat bij e-mail van 24 oktober 2025 [15] het volgende weten aan partijen:
“(…)
N.a.v. de mail van [gedaagde][voorzieningenrechter: [gedaagde] is de man]
het volgende:1. Bedragen zijn ingevuld. Indien de exacte passeerdatum bekend ís zullen wij bij de bank en de beslagleggers de definitieve aflosnota's opvragen. Zie bijgaand alvast de pro forma notariële afrekeningen o.b.v. de stand van 9 oktober. De bedragen zullen dus nog iets kunnen wijzigen.2. De huwelijkse voorwaarden zijn in 2024 wel gewijzigd. Zie bijlage.3. Aangezien de aflossing via de notaris verloopt zal ABN AMRO normaliter geen ontslagverklaring meer opstellen. Immers ABN AMRO heeft vanaf dan ook niets meer van [gedaagde] en [eiseres][voorzieningenrechter: [eiseres] is de vrouw]
te vorderen uit de bestaande hypotheek.4. Het beslag dat [eiseres] op de [adres] heeft gelegd vervalt ten tijde van de ondertekening van de akte van verdeling. Volledigheidshalve zullen we haar nog een royementsvolmacht laten tekenen om het beslag door te halen. Zie ook onder “BEPALINGEN VAN DE VERDELING" lid 4. Na de ondertekening van de akte van verdeling zijn de beslagen eraf.5. Indien [gedaagde] nog prijs zou stellen op een nieuwe taxatie verzoek ik hem rechtstreeks contact op te nemen met [eiseres] daarover.Voor het overige heb ik van [eiseres] begrepen dat het concept van de akte van verdeling duidelijk is en dat er geen andere wijzigingen doorgevoerd dienen te worden.Eventueel kunnen jullie advocaten daar samen nog naar kijken.Als deze concept-stukken akkoord zijn kunnen wij bij de bank en de beslaglegger de definitieve aflosnota's opvragen.Tevens kunnen we dan een afspraak inplannen voor de ondertekening van de akte (of evt. een volmacht).
(…)”
2.13.
Op 30 oktober 2025 vraagt de notaris aan de man per e-mail of hij nog opmerkingen of aanpassingen heeft en laat hij weten dat de akte ondertekend zou kunnen worden op maandag 17 november (2025). Hij laat de man ook weten dat de akte per volmacht ondertekend kan worden, waarvoor een afspraak gemaakt kan worden. [16]
2.14.
De advocaat van de vrouw kondigt bij e-mail van 3 november 2025 aan de advocaat van de man aan dat de vrouw een kort geding zal starten als de man niet meewerkt aan het passeren van de akte op 17 november 2025. [17] Ook de vrouw dringt er (op 4 november 2025) rechtstreeks bij de man op aan om mee te werken. [18]
2.15.
Het eerstvolgende bericht van de zijde van (de advocaat van) de man dateert van 9 december 2025 om 20:56 uur. [19] Daarin uit de man inhoudelijk bezwaar tegen de concept-akte. De kort gedingdagvaarding was inmiddels op 25 november 2025 aan de man betekend.
2.16.
Op vrijdag 12 december 2025 om 13:51 uur stuurt de advocaat van de man naar de advocaat van de vrouw een e-mailbericht met de volgende inhoud [20] :

Helaas heb ik op onderstaand e-mailbericht nog geen reactie mogen ontvangen.
In uw dagvaarding wekt u de indruk dat aan deze zijde nimmer is gereageerd op uw berichten en die van de notaris. Deze weergave is onjuist. De betreffende correspondentie zal in het kort geding worden overgelegd, waaruit duidelijk zal blijken dat u geen openheid van zaken wenst te geven en uitsluitend het belang van uw cliënte, koste wat kost, tracht door te drukken.
In het licht van het aanstaande kort geding, waarvan de zitting aanstaande dinsdag plaatsvindt, is het noodzakelijk dat een aantal wezenlijke vragen vóór die tijd worden beantwoord.
De overdracht van de voormalige echtelijke woning is een ingrijpende rechtshandeling met
potentieel verstrekkende gevolgen voor mijn cliënt. Deze gevolgen kan hij op dit moment niet overzien, nu uw cliënte zich – letterlijk – in zijn positie heeft geplaatst bij de onderhandelingen met zijn voormalige werkgever, Zo Wonen. Tot op heden is onduidelijk welke afspraken uw cliënte met Zo Wonen heeft gemaakt en waarom beantwoording van deze vraag stelselmatig achterwege blijft. Ook de door u overgelegde processtukken verschaffen hierover geen enkele duidelijkheid.
Mijn cliënt kan niet worden verzocht te tekenen voor een rechtshandeling waarvan hij de inhoud en consequenties niet kent.
Mijn cliënt is reeds twee jaar in overleg met de betrokken partijen om tot een definitieve afwikkeling te komen. Door de inmenging van uw cliënte, alsmede de door haar kennelijk concreet gemaakte afspraken met Zo Wonen, wordt de rechtspositie van mijn cliënt ernstig benadeeld. Uw cliënte stelt bedragen aan Zo Wonen ter beschikking zonder instemming van mijn cliënt en zonder dat hij kennis heeft van de voorwaarden waaronder dit plaatsvindt. Zij onderhandelt met Zo Wonen over gelden waarvan zij vervolgens meent dat zij deze op mijn cliënt kan verhalen. Mocht dit anders zijn, dan had u namelijk wel op mijn e-mailbericht van 9 december gereageerd. Mijn cliënt heeft hierin geen enkele inbreng gehad, met alle nadelige gevolgen van dien.
Namens cliënt stel ik uw cliënte (bij voorbaat) aansprakelijk voor alle schade die hij door toedoen van uw cliënte lijdt en nog zal lijden.
Voorts merk ik op dat de claim van Zo Wonen niet los kan worden gezien van het transport van de voormalige echtelijke woning, maar onderdeel vormt van een bredere kwestie waarin tevens de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is betrokken. De handelwijze van uw cliënte frustreert alle lopende afwijkingsonderhandelingen tussen cliënt en Zo Wonen. Het door u aangespannen kort geding is bovendien onnodig; de hiermee gemoeide kosten zullen, bij voortgang, eveneens op uw cliënte worden verhaald.
Het is geenszins zo dat mijn cliënt niet wil meewerken aan levering van zijn aandeel in de woning aan uw cliënte. Echter, hij wordt thans onder onduidelijke voorwaarden tot ondertekening bewogen. In de notariële akte staan andere uitgangspunten dan partijen bij convenant zijn overeengekomen. Deze stroken niet met elkaar. Mijn cliënt mag van uw cliënte verlangen duidelijkheid te verschaffen over haar verdere bedoelingen, met name ten aanzien van het verhalen van een bedrag dat zij thans aan Zo Wonen betaalt of heeft toegezegd.
Cliënt is bereid vandaag nog te ondertekenen, mits hetgeen u onder punt 10 van de dagvaarding stelt (hetgeen cliënt toekomt) daadwerkelijk wordt uitgevoerd en in de notariële akte wordt opgenomen dat het transport van het aandeel van cliënt in de woning aan uw cliënte geschiedt tegen finale kwijting over en weer. Dat creëert niet alleen rechtszekerheid voor uw cliënte, maar ook voor mijn cliënt. Het is niet geoorloofd iemand te laten tekenen zonder dat hij weet waarvoor hij tekent en wat de juridische gevolgen zijn.Indien uw cliënte bevestigt dat zij geen enkele claim meer op cliënt zal neerleggen en de overdracht van het deel van de woning door cliënt aan uw cliënte geschiedt tegen finale kwijting(uiteraard uitgezonderd de bedragen ad € 24.594,50 en € 1.016,84 uit hoofde van het vonnis van 3 december jl.), tekent cliënt onmiddellijk. Cliënt wenst – en de wet ondersteunt dit – vooraf te weten waarvoor hij tekent en wat de gevolgen daarvan zijn.
Ik verzoek u vandaag vóór 18:00 uur te reageren, zodat cliënt geen onnodige kosten hoeft te maken voor de voorbereiding van het kort geding (waaronder het griffierecht). Bij doorgang zullen deze kosten eveneens op uw cliënte worden verhaald.” (onderstreping toegevoegd door de voorzieningenrechter)
2.17.
Op zondag 14 december 2025 om 14.21 uur zendt de advocaat van de man een brief via e-mail naar de advocaat van de vrouw. [21] Daarin staat – voor zover in deze zaak van belang – het volgende:

Hierbij bericht ik u namens cliënt dat hij per direct zijn medewerking zal verlenen aan het passeren van de notariële akte van verdeling inzake de voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] . Hiertoe zal cliënt morgen (maandag 15 december 2025) met notaris [naam notaris] van [naam notariskantoor] contact opnemen met de mededeling dat hij akkoord gaat met de inhoud van de conceptakte - ONTWERP d.d. 24 oktober 2025 – zoals aan deze brief gehecht.
In aansluiting op het voorgenomen passeren van deze notariële akte van verdeling inzake de voormalige echtelijke woning, bevestig ik namens cliënt het volgende.
1. De verdeling en overdracht van de woning vinden plaats uitsluitend zoals in bijgevoegde conceptakte (ONTWERP d.d. 24 oktober 2025) staat omschreven en met het in genoemde akte omschreven doel, namelijk het definitief overgaan tot verdeling en levering van de in de notariële akte omschreven goederen en overname van schulden ter uitvoering van het door partijen gesloten echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan d.d. 15 augustus 2014 alsmede de ‘Aanvullende afspraken echtscheidingsconvenant’ d.d. 15 augustus 2014 (zie
bijlage), en beogen niet een erkenning in te houden van enige (vermeende) vordering of aanspraak van uw cliënte uit andere hoofde.
2. Cliënt gaat ervan uit dat alle overige vermogensrechtelijke kwesties tussen partijen zijn afgewikkeld, althans dat uw cliënte thans geen (nadere) aanspraken jegens cliënt pretendeert te hebben uit welke hoofde dan ook, uiteraard uitgezonderd de bedragen die [gedaagde] (cliënt) uit hoofde van het vonnis van 3 december 2025 (zaaknummer: C/03/326264/HA ZA 24-22) aan uw cliënte verschuldigd is. Gezien de gang van zaken vertrouwt cliënt erop c.q. kan hij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat uw cliënte afstand heeft gedaan van het geldend maken van eventuele overige aanspraken, althans dat zij deze niet (meer) zal uitoefenen, mede gelet op de onomkeerbaarheid van de voorgenomen verdeling en rechtsgevolgen hiervan.
3.Cliënt behoudt zich uitdrukkelijk alle rechten en weren voor tegen eventuele toekomstige vorderingen, waaronder begrepen een beroep op verjaring, rechtsverwerking en de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.onderstreping toegevoegd door de voorzieningenrechter)
2.18.
Op zondag 14 december 2025 om 14.35 uur stuurt de man het volgende e-mailbericht aan de notaris [22] :
“(…)
Beste [naam notaris] ,
Kunt u mij een volmacht laten toekomen voor het transport van het object [adres] [woonplaats] .
Gaarne nog het volgende opnemen in de akte van verdeling: "De man verklaart dat hij met deze verdeling geen erkenning beoogt te doen van enige andere vordering of aanspraak van de vrouw dan die welke uitdrukkelijk in deze akte is/zijn opgenomen"
(…)”
2.19.
De advocaat van de man stuurt op maandag 15 december 2025 om 10.44 uur een e-mailbericht aan de advocaat van de vrouw, met – voor zover in deze zaak van belang – de volgende inhoud (ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur):

Om misverstanden te voorkomen, en om de rechtbank te kunnen laten zien dat het kort geding zonder reden doorgang vindt, stuur ik u hierbij (nogmaals) de correspondentie van afgelopen week in chronologische volgorde (zie bijlage). Tevens zend ik u de mail van gisteren van mijn cliënt aan de notaris waarmee hij instemt met het transport van het object [adres] [woonplaats] .
Ik ontvang graag vandaag om uiterlijk 13:00 uur uw schriftelijke bevestiging dat het kort geding morgen 16 december geen doorgang zal hebben. Voortzetting van het kort geding wordt onder deze omstandigheden aangemerkt als onnodig en vexatoir procederen. Cliënt zal in dat geval bij de voorzieningenrechter uitdrukkelijk verzoeken om uw cliënte te veroordelen in de (volledige) proceskosten, waaronder mede begrepen de advocaatkosten en het griffierecht die uitsluitend het gevolg zijn van het voortduren van deze procedure.
2.20.
De advocaat van de vrouw beantwoordt de e-mail van de advocaat van de man op 15 december 2025 om 16.26 uur als volgt [23] :

Namens cliënte bericht ik u hierdoor dat zij nu niet in de gelegenheid is om al uw ter elfder ure gestuurde mails (waaronder in het weekend) inhoudelijk met mij te bespreken en uitgebreid te beantwoorden. Cliënte betwist overigens dat het kort geding vexatoir oftewel onnodig zou zijn. Ook de standpunten, interpretaties die voorbij komen, volgt cliënte niet en zij deelt die niet. In tegenstelling tot u stelt in uw mail van zondagmiddag (14 december) blijkt volgens cliënte niet dat uw cliënt akkoord zou zijn met de akte van de notaris.
2.21.
De akte was ten tijde van de zitting op 16 december 2025 om 10.30 uur niet ondertekend. De man was op dat moment in de auto onderweg van Amsterdam naar Maastricht. Hij is niet ter zitting verschenen.
2.22.
De vrouw woont samen met de kinderen in de woning en betaalt alle woonlasten. De man woont elders.
2.23.
De gelegde beslagen [24] rustten op de dag van de zitting nog steeds op de onverdeelde helft van de man in de woning.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de man zal veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van het onverdeelde aandeel van de man in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw ten overstaan van notaris [naam notaris] , danwel zijn plaatsvervanger, met standplaats Maastricht conform de akte die als productie 9 bij deze dagvaarding is overgelegd;
zal bepalen dat, indien de man de onder sub a bedoelde medewerking niet verleent, dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van de noodzakelijke wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van de man in de notariële akte van levering van zijn aandeel in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw conform de akte die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd;
de man zal veroordelen in de kosten van deze procedure aan de zijde van de vrouw gevallen inclusief het salaris van de advocaat.
3.2.
De man voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Het spoedeisend belang
4.1.
De vrouw heeft gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van het gevorderde. Hiertoe heeft zij gesteld dat er momenteel overeenstemming bestaat met beslaglegger ZoWonen over de waarde waartegen zij het aandeel van de man in de woning kan overnemen. Het risico bestaat echter dat als deze overname niet spoedig geregeld wordt, ZoWonen alsnog besluit de woning openbaar te verkopen op grond van het gelegde executoriale beslag. Deze verkoop zal waarschijnlijk minder opleveren en de vrouw komt dan bovendien met de twee minderjarige kinderen op straat te staan. Daarnaast heeft de vrouw gesteld dat zij de woning op basis van de huidige getaxeerde waarde kan overnemen, maar indien die waarde zou stijgen bestaat het risico dat zij dat niet meer kan financieren, aldus de vrouw.
4.2.
De raadsvrouw van de man heeft ter zitting het bestaan van enig belang, waaronder dus ook enig spoedeisend belang, betwist met als argument dat de man zijn onvoorwaardelijke medewerking heeft verleend, althans heeft toegezegd te zullen verlenen aan het ondertekenen van de akte.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestaan van enig belang onlosmakelijk is verbonden aan het bestaan van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal hierna [25] tot het oordeel komen dat de vrouw onverkort een belang bij haar vorderingen heeft. De vrouw heeft ook voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar vorderingen spoedeisend zijn. Daarvoor is het volgende redengevend. Gelet op de inhoud van de e-mail van de man aan de notaris van 14 december 2025 is zijn medewerking niet onvoorwaardelijk. [26] De man verzoekt de notaris weliswaar om een volmacht, maar vraagt gelijktijdig of nieuwe tekst kan worden opgenomen in de akte van verdeling. Dit is dus niet onvoorwaardelijk. Bovendien is ter zitting van 16 december 2025 duidelijk geworden dat de man op dat moment nog altijd geen volmacht had getekend en ook de notariële akte niet. Hij reed, aldus zijn advocaat om 11.08 uur, op de randweg bij Eindhoven, maar was om 11.38 uur niet bereikbaar om aan te geven wanneer hij op zitting of bij de notaris te verwachten was. Daarmee is het spoedeisend belang dus nog steeds gegeven.
Ten aanzien van de vorderingen
4.4.
De vrouw stelt dat de man op grond van artikel 3a van het tussen partijen overeengekomen echtscheidingsconvenant zijn medewerking dient te verlenen aan de notariële levering van zijn aandeel in de woning aan haar. [27] Dit hebben partijen destijds bij het opstellen van het convenant in 2014 afgesproken, maar vanwege de conservatoire beslagen die op het aandeel van de man in de woning lagen was het al die jaren niet mogelijk om zijn aandeel aan de vrouw over te dragen. Inmiddels zijn de conservatoire beslagen overgegaan in executoriaal beslag door het arrest van het hof, maar bestaat er thans wel overeenstemming met een van de beslagleggers over de overname van het aandeel van de man tegen een getaxeerde waarde. Bij een overname komen alle beslagen te vervallen. De man werkt onterecht niet mee, aldus de vrouw.
4.5.
De man heeft inhoudelijk geen verweer gevoerd. Hij stelt ter zitting bij monde van zijn advocaat enkel op het verzoek om de akte te tekenen te hebben gereageerd met de stelling dat hij het vonnis van de rechtbank in een andere zaak tussen partijen (gewezen op 3 december 2025) te willen afwachten. Dat zou de man met een app-bericht hebben gedaan, welk bericht niet aan de processtukken is toegevoegd en waarvan de vrouw betwist dat het bestaat. De voorzieningenrechter had de man daar vragen over willen stellen, maar ondanks dat zijn advocaat om 11.08 uur ter zitting te kennen gaf dat de man onderweg van Amsterdam naar Maastricht in een file terecht was gekomen en zich bij het laatste contactmoment op de randweg bij Eindhoven bevond, was hij bij het einde van de zitting omstreeks 11.50 uur nog niet in het gerechtsgebouw verschenen en bleek hij evenmin telefonisch bereikbaar. Dit terwijl de file op de A2 tussen Amsterdam en Maastricht die ochtend korter dan een uur vertraging opleverde, zoals met de ter zitting aanwezigen is besproken. Als de man op tijd was vertrokken in Amsterdam, had hij (door de file weliswaar te laat, maar toch) aan de zitting - die om 10.30 uur begon - kunnen deelnemen.
4.6.
De voorzieningenrechter gaat dus uit van de juistheid van de stelling van de vrouw dat de man bij haar geen bezwaren heeft geuit tegen de concept-akte van verdeling van 24 oktober 2025, die de notaris had aangepast naar aanleiding van de e-mail van de man van 10 oktober 2025. Maar belangrijker nog dan de voorgaande vaststelling is dat de advocaat van de man ook ter zitting heeft aangegeven dat de man gevolg heeft gegeven aan de vordering van de vrouw tot onvoorwaardelijke medewerking aan het passeren van de akte van levering. Daarom kunnen de bezwaren die de man eerder kenbaar maakte, onbesproken blijven.
4.7.
De resterende vraag is dan of de vrouw nog een actueel, concreet en rechtens te respecteren belang heeft. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter het geval. De vorderingen van de vrouw dienen nog een reëel rechtsdoel, gelet op het volgende.
4.7.1.
Het echtscheidingsconvenant is al ruim 11 jaar definitief. De man kan niet verweten worden dat er tot de uitspraak van het hof geen uitvoering aan het convenant gegeven kon worden. Dat verwijt de vrouw hem ook niet. Pas vanaf (3 maanden na) 3 oktober 2023, de uitspraak van het hof, werd afwikkeling van hetgeen in het convenant is overeengekomen praktisch uitvoerbaar.
4.7.2.
Dat het de vrouw is gelukt om tot overeenstemming te komen met de beslaglegger(s), dient ook de belangen van de man en bovenal de belangen van de gezamenlijke minderjarige kinderen van partijen. Des te meer is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter onbegrijpelijk dat de man pas op 8 september 2025 voor het eerst reageert op het eerste concept van de akte van verdeling van de notaris (van 24 juni 2025), ondanks reminder van de notaris van 25 augustus 2025 en van de vrouw van 30 augustus 2025.
4.7.3.
Ook nadat de door de man gewenste aanpassingen van 10 oktober 2025 zijn uitgevoerd en het aangepaste concept op 24 oktober 2025 aan partijen is toegezonden, blijft het stil tot 9 december 2025. Op 9 december 2025 was de voorgestelde passeerdatum al ruim 3 weken verstreken en was het nog slechts een week voor het kort geding. Dan ineens moet de vrouw met stoom en kokend water akkoord gaan met bedingen die de man wil verbinden aan zijn medewerking en het kort geding intrekken, waaronder finale kwijting [28] , terwijl de man zich uitdrukkelijk alle rechten en weren voorbehoudt [29] . In dat kader vraagt de voorzieningenrechter zich ook af of de sterke bewoordingen die de advocaat van de man bezigt in haar e-mails van 12 december 2025 [30] en 14 december 2025 [31] en de betiteling van voortzetting van het kort geding als vexatoir procederen door de vrouw [32] wel tuchtrechtelijk in de haak zijn. Een oordeel daarover is echter voorbehouden aan (de deken en) de tuchtrechter. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw op goede gronden het kort geding niet ingetrokken.
4.7.4.
In het kader van deze procedure stelt de voorzieningenrechter vast dat de man weliswaar zegt mee te zullen werken (“
Ik ben de laatste die deze verdeling zou willen tegenhouden, maar… [33] , “
Ten aanzien van de toekomstige levering van zijn eigendomsaandeel in de voormalige echtelijke woning aan uw cliënte, werkt cliënt mee. [34] , “
Graag zou ik een aantal aanpassingen wensen.(…)
Gelieve mij enkele data voor te stellen (medio november 2025) waarop de notariële akte kan worden ondertekend, rekening houdend met bovengenoemde aanpassingen. [35] ), maar daar feitelijk geen uitvoering aan geeft. Evenmin heeft hij (tijdig) kenbaar gemaakt waarom hij (toch) niet meewerkt. Aan de andere kant bevestigt de advocaat van de man wel, 3 weken na de voorgestelde passeerdatum en dus rijkelijk laat, dat de man niet meewerkt: “
U geeft aan dat het voor uw cliënte onduidelijk is waarom mijn cliënt niet meewerkt aan het passeren van de akte bij de notaris. De reden hiervoor is dat … [36] en anderhalve werkdag voor het kort geding: “
De overdracht van de voormalige echtelijke woning is een ingrijpende rechtshandeling met potentieel verstrekkende gevolgen voor mijn cliënt. Deze gevolgen kan hij op dit moment niet overzien, nu uw cliënte zich – letterlijk – in zijn positie heeft geplaatst bij de onderhandelingen met zijn voormalige werkgever, Zo Wonen.(…)
Mijn cliënt kan niet worden verzocht te tekenen voor een rechtshandeling waarvan hij de inhoud en consequenties niet kent. [37]
4.8.
Kort en goed vindt de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de man, ondanks zijn voor het eerst en dan nog niet onvoorwaardelijk toegezegde medewerking op de zondagmiddag voor het kort geding op dinsdagochtend, zonder toewijzend vonnis met vervangende toestemming een reden zal vinden om toch niet mee te werken. Een teken aan de wand daarbij is dat de man ondanks een niet al te lange file op de weg naar het gerechtsgebouw, niet is verschenen en evenmin telefonisch bereikbaar bleek om de voorzieningenrechter uit te leggen dat het allemaal anders zit en haar ervan te overtuigen dat hij deze keer wel zal meewerken. Met de vrouw is de voorzieningenrechter van oordeel dat aan een lange periode van onzekerheid voor de vrouw en de kinderen, veroorzaakt door gedragingen van de man, een einde moet komen en dat zij niet het risico moeten lopen dat door de weigerachtigheid van de man het bereikte akkoord met de stichting waardeloos wordt en de woning executoriaal verkocht wordt met alle (door de vrouw terecht geschetste) gevolgen van dien. Nu de man de vrouw reeds aansprakelijk heeft gesteld voor daardoor eventuele nadelige gevolgen voor hem (welke dat ook mogen zijn), is er geen beletsel om de vorderingen toe te wijzen.
Proceskosten
4.9.
De vrouw heeft verzocht om een kostenveroordeling van de man. In zaken tussen
ex-echtgenoten worden de proceskosten in beginsel gecompenseerd, hetgeen betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het uitgangspunt hierbij is dat de afwikkeling van een scheiding vaak met persoonlijke en inter-relationele problemen gepaard gaat. De redelijkheid en billijkheid brengen dan mee dat niet te snel tot een kostenveroordeling van één van de partijen dient te worden overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken in gevallen waarin het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn om de kosten te compenseren.
Hiervan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake. De voorzieningenrechter zal de man als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordelen. Het daaronder begrepen salaris van de advocaat zal worden begroot op het liquidatietarief (complex) ten bedrage van € 1.661,00. De voorzieningenrechter acht dit tarief passend omdat de man de situatie onnodig heeft vertraagd en heeft gecompliceerd, waardoor de vrouw genoodzaakt was een kort geding op te starten.
4.10.
De proceskosten van de vrouw worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.661,00
- nakosten
270,00
(€ 178,00 + € 92,00)
Totaal
2.407,45
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.11.
De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad zal als niet weersproken worden toegewezen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn
onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering van het onverdeelde aandeel
van de man in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de
vrouw ten overstaan van notaris [naam notaris] , danwel zijn plaatsvervanger, met
standplaats Maastricht conform de ontwerpakte de dato 24 oktober 2025 die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd,
5.2.
bepaalt (in het kopstaartvonnis staat ten onrechte: zal bepalen) dat, indien de man de onder 5.1. van dit vonnis bedoelde medewerking niet verleent, dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van de noodzakelijke wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van de man in de notariële akte van levering van zijn aandeel in de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , aan de vrouw conform de ontwerpakte de dato 24 oktober 2025 die als productie 9 bij de dagvaarding is overgelegd,
5.3.
veroordeelt de man in de proceskosten van € 2.407,45, plus de kosten van betekening,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 en aangevuld met de feiten en de motivering, waarop de gegeven beslissing steunt op 30 december 2025.

Voetnoten

1.productie 1 bij dagvaarding, pagina 1
2.productie 1 bij dagvaarding, pagina 2-3
3.productie 1 bij dagvaarding, pagina 3
4.productie 2 bij dagvaarding, pagina 4-8
5.productie 2 bij dagvaarding, pagina 1-3
6.productie 2 bij dagvaarding, pagina 16
7.zaaknummer 200.230.931/02, gepubliceerd onder ECLI:NL:GHSHE:2023:3188, productie 3 bij dagvaarding
8.productie 4 bij dagvaarding
9.productie 5 bij dagvaarding
10.productie 6 bij dagvaarding
11.productie 14 bij dagvaarding
12.productie 8 bij dagvaarding, pagina 2
13.producties 7-8 bij dagvaarding
14.productie 9 bij dagvaarding, pagina 2-3
15.productie 9 bij dagvaarding
16.productie 13 bij dagvaarding
17.productie 12 bij dagvaarding
18.productie 11 bij dagvaarding
19.ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur, pagina 4
20.ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur, pagina 2-3
21.ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur
22.ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur
23.ongenummerd stuk van de zijde van de man, ingediend op 15 december 2015 om 22.56 uur
24.als vermeld onder 2.3. hiervoor
25.onder rechtsoverweging 4.7 en verder
26.zie de geciteerde e-mail onder 2.18. hiervoor
27.zie onder 2.4 hiervoor
28.zie onderstrepingen in 2.16 hiervoor
29.zie onderstreping in 2.17 hiervoor
30.zie onder 2.16 hiervoor
31.zie onder 2.18 hiervoor
32.zie onder 2.19 hiervoor
33.e-mail van de man van 8 september 2025, geciteerd onder 2.9 hiervoor
34.e-mail van de advocaat van de man van 10 september 2025, geciteerd onder 2.10 hiervoor
35.e-mail van de man van 10 oktober 2025, geciteerd onder 2.11 hiervoor
36.e-mail van de advocaat van de man van 9 december 2025, pagina 4 van het achtste ongenummerde stuk van de zijde van de man na het stelbericht, ingediend op 15 december 2015 om 16.10 uur
37.e-mail van de advocaat van de man van 12 december 2025, geciteerd onder 2.16 hiervoor