Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een omgevingsvergunning verleend op 8 november 2022 voor het plaatsen van een antenne-installatie. Het bezwaar werd pas op 19 december 2024 ingediend, ruim na de bezwaartermijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mededeling van de vergunning in het Gemeenteblad onvoldoende duidelijk was, omdat de locatieaanduiding ontbrak aan straatnaam en huisnummer, waardoor verzoeker niet tijdig op de hoogte kon zijn.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker pas op 13 december 2024 tijdens een gesprek met de gemeente van de vergunning op de hoogte is gesteld en binnen zes weken daarna bezwaar heeft gemaakt, waardoor sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en het bezwaar ontvankelijk is. Het college moet daarom inhoudelijk op het bezwaar beslissen.
De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging waarbij het belang van verzoeker, die geconfronteerd wordt met visuele hinder door de 39,9 meter hoge antenne-installatie nabij zijn perceel, doorslaggevend wordt geacht. De bouwwerkzaamheden zijn geschorst tot één dag na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Het college wordt opgedragen het griffierecht aan verzoeker te vergoeden.